Eenheidsworst

Illustratie Olivia Ettema

en kleine voorspelling: de komende tijd gaat u meer horen en lezen over de eenheidsworst. Dat komt door de Eerste Wereldoorlog.

Wij gebruiken eenheidsworst nu alleen nog voor ‘meer van hetzelfde’. Of, zoals de Grote Van Dale het formuleert: „volkomen uniform geheel dat minder aantrekkelijk, wenselijk enzovoorts wordt geacht”. Maar ooit had eenheidsworst ook een letterlijke betekenis.

De eenheidsworst is een Duitse uitvinding. In Duitse bronnen lezen we sinds november 1916 over Einheitswurst, maar in het Duits is het een zeldzaam woord gebleven. Ook in Nederlandse bronnen duikt het in november 1916 voor het eerst op. Zo meldde De Telegraaf indertijd dat de inwoners van Berlijn een oplossing hadden bedacht voor het tekort aan worsten aldaar. „Iedere week zal twee worstdagen tellen”, meldde de krant, „en op die dagen alleen mogen de fabrikanten de winkeliers van worst voorzien. De eenheidsworst kent twee soorten: bloedworst en leverworst en wordt in twee kwaliteiten vervaardigd.”

In de goedkope kwaliteit eenheidsworsten zaten zemelen, uit de dure eenheidsworsten waren die verwijderd. „Feitelijk komen wij aldus reeds op vier worstvarianten”, merkte De Telegraaf droogjes op.

Zoals bekend was Nederland neutraal tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar ook toen was onze economie al sterk met die van Duitsland verbonden. Begin 1918 ontstonden ook hier tekorten en ging er van alles op de bon. In navolging van Duitsland probeerde de Nederlandse overheid te bezuinigen door tientallen eenheidsproducten uit te brengen. Dus niet alleen eenheidsworst, maar bijvoorbeeld ook eenheidsbier, eenheidskleding, eenheidsrepen, eenheidskatoen, eenheidsschoenen, eenheidssigaren, eenheidsstoffen – enzovoorts. De coördinatie was in handen van F.E. Posthuma, de toenmalige minister van Landbouw, Handel en Nijverheid, vandaar dat men ook wel sprak van bijvoorbeeld Posthuma-jas, Posthuma-cake, enzovoorts.

Vooral de eenheidsworst werd al snel het onderwerp van spot. Zeer populair werd een lied dat als volgt begint: „Er is hier sinds ’n korten tijd / Iets heerlijks uitgevonden, / ’t Is een ding voor groot en klein / Voor zieken en gezonden, / ’t Is iets wat ’n werkman lust, / Maar eveneens ’n vorst / Het is de bij een elk bekende Eenheidsworst.” De beginregels van het slotcouplet: „Een jonge meid at vroeger niks, / Werd als een plank zoo mager. / Maar nou d’r eenheidsworstjes zijn / Nou vrijt ze met een slager.”

Wat zát er in Nederlandse eenheidsworst? Tien procent varkensvlees en negentig procent rundvlees. De aanwezigheid van varkensvlees maakte de eenheidsworst niet geschikt voor joden, maar in juni 1918 jubelde het Algemeen Handelsblad: „De ‘rituele eenheidsworst’ is in aantocht!” Een Amsterdamse vleesfabriek had voldoende runderen ontvangen „zoodat dus eindelijk ook de joodsche bevolking hier ter stede zich aan eenheidsworst te goed zal kunnen doen”.

Na de Eerste Wereldoorlog verdwenen de eenheidsproducten. Met name de eenheidsworst had echter zoveel aandacht in de pers gekregen, dat het woord bleef hangen. In de decennia daarna werd het steeds vaker figuurlijk gebruikt. Een voorbeeld uit een krant uit 1930: „Muziek is nu eenmaal geen eenheidsworst en wat de een smaakt, lust de ander niet.”

P.S. Piet van der Hems stofomslag om Het Joodje van Carry van Bruggen is gevonden. Met dank voor alle reacties.

    • Ewoud Sanders