Een ex-wethouder heeft wat uit te leggen aan zijn nieuwe baas

Wie dacht dat voormalig wethouders snel weer werk vinden, vergist zich. Het ambt werkt juist tégen hen.

Jan van Doorn (58), voormalig CDA-wethouder in Bernisse en Middelharnis, verstuurde sinds begin 2013 zeventig sollicitatiebrieven en voerde tientallen netwerkgesprekken. Werk heeft hij nog steeds niet.

CDA’er Meine Scheweer (60), in 2010 afgetreden na een wethouderschap van twintig jaar in Heerenveen, zocht eerst twee jaar lang vergeefs naar een nieuwe baan, werd toen tijdelijk opnieuw wethouder, en is nu weer werkzoekend.

En Ageeth van den Heuvel (51) is al sinds haar aftreden als VVD-wethouder in Midden-Delfland in 2011 op zoek naar een vast contract. Ze schreef zo’n vijftig sollicitatiebrieven en voerde tientallen netwerkgesprekken, maar is nog altijd zzp’er.

Nieuwe colleges leiden tot vertrekkende wethouders. Honderden zullen dus binnenkort weer de arbeidsmarkt betreden. En ze zijn gewaarschuwd. Het wethouderschap biedt allerminst garantie op een nieuwe baan.

Na de vorige raadsverkiezingen vertrokken 685 van de 1.400 Nederlandse wethouders. Een kwart van hen had bijna een jaar later nog steeds geen werk, blijkt uit een onderzoek onder 232 oud-wethouders, uitgevoerd door loopbaancoach Titia Lont van adviesbureau P&O Services Group (POSG) in samenwerking met hogeschool NHL Thorbecke Academie.

Hoopvol

Meine Scheweer was juist hoopvol gestemd, na zijn aftreden in 2010. Hij was opgestapt zonder hommeles, had in twee decennia bijna alle mogelijke wethoudersportefeuilles vervuld, en bovendien in Heerenveen, een gemeente met landelijke bekendheid. Zeker, het was crisis en hij was al eind vijftig, maar, dacht hij: ‘zo iemand als ik laat je toch niet thuis zitten?’

Maar werkgevers bleken niet onder de indruk. Sterker, zegt hij: het wethouderschap pleitte tégen hem. Hij vroeg een recruitmentbureau waarom hij werd afgewezen voor een functie in een raad van commissarissen, en het antwoord luidde: ex-wethouders worden bij voorbaat opzij geschoven. Want die zouden op de stoel van de directeur-bestuurder gaan zitten. Scheweer: „Ik val niet gauw stil, maar toen wel.” Oud-wethouder Jan van Doorn: „Werkgevers zien wethouders kennelijk als een bedreiging.”

En, zegt voormalig wethouder Ageeth van den Heuvel, een wethouder heeft iets uit te leggen. „Ik wilde een baan als projectmedewerker, maar de werkgever geloofde niet dat ik dat écht wilde. Hoezo, zei hij, jij bent toch gewend om als wethouder te werken?”

Afwimpelen

Werkgevers wimpelen wethouders dus af omdat ze te bijdehand zouden zijn, of overgekwalificeerd. Maar gek genoeg grijpen wethouders ook geregeld naast een baan omdat ze als óndergekwalificeerd worden beschouwd, zegt Edo Haan, voorzitter van de Wethoudersvereniging en PvdA-wethouder in Zoetermeer. „Werkgevers zien hen als generalisten, niet als professionals.”

Het wethouderschap is, aldus Haan, „volgens de buitenwereld zoiets als zwangerschapsverlof. Het voegt niets toe aan je cv.” En de bereidheid dan om hard te werken? De besluitvaardigheid? Het netwerk? „Die voordelen worden te weinig herkend.”

Zo wordt de managementervaring van wethouders vaak niet op waarde geschat, zegt Haan. Formeel sturen wethouders geen mensen aan. Ze zijn niet de baas van de ambtenaren. Haan: „En dús denken werkgevers dat ze geen ervaring hebben als people manager.” Een groot misverstand, zegt hij. „Want wethouders maken natuurlijk wel gebruik van de diensten van ambtenaren. En ik ken zat wethouders voor wie ambtenaren hun stinkende best doen omdat de wethouder zo prettig in de omgang is.”

Twee CDA’ers is te veel

De partijpolitieke kleur helpt werkzoekende wethouders vaak ook niet. Meine Scheweer wilde voorzitter worden van een lokale rekenkamer, het sollicitatiegesprek verliep goed, maar zijn CDA-lidmaatschap stond hem in de weg. De rekenkamer had namelijk ook net een onderzoeker van CDA-huize aangenomen. „Twee CDA’ers was te veel, zeiden ze tegen me, in één onafhankelijke rekenkamer.”

Ageeth van den Heuvel hoorde tijdens een sollicitatiegesprek eens dat ze ‘wel heel erg een VVD-profiel’ had. Kon ze wel overweg met mensen met een andere maatschappijvisie? „Natuurlijk kan ik dat. Op goede samenwerking tussen partijen is de hele Nederlandse politiek gebaseerd.”

Van den Heuvel heeft meerdere cv’s – afhankelijk van van de baan waar ze op solliciteert – en uit een daarvan heeft ze bewust het woord ‘VVD’ weggelaten. „Je moet anticiperen op mogelijke vooroordelen. Vergeet niet, er reageren geregeld tweehonderd mensen op één functie.”

Kwetsbare situatie

Dick Buis, directeur van recruitmentbureau Public Spirit, herkent de kritiek van Haan en de voormalige wethouders slechts deels. „Het is ongenuanceerd als recruiters wethouders bij voorbaat afschrijven. Wij doen dat niet.” Buis heeft een neutrale kijk: „Het wethouderschap is geen verhindering, maar ook geen aanbeveling.”

Zeker, het is een pre dat wethouders gewend zijn te besturen en met cijfers kunnen omgaan. „Maar een wethouder wordt wel op allerlei manieren ondersteund. Door een secretariaat, door ambtenaren. Dat valt weg, als je geen wethouder meer bent. Je statuur verandert. De vraag is dan veel meer: wat doet een ex-wethouder zélf, om zijn kansen te vergroten?”

En inderdaad, de kwetsbare situatie op de arbeidsmarkt is deels te wijten aan wethouders zelf. Liefst 70 procent van hen is tijdens het wethouderschap nauwelijks bezig met carrièreplanning voor erná, zo blijkt uit het onderzoek.

Een opvallend hoog percentage, want een wethouderschap eindigt nogal eens voortijdig en onverwacht: in 2012 stopten 105 wethouders na een politiek conflict. Carrièreplanning is voor wethouders dus extra verstandig. Maar ja, schrijft de Heerenveense oud-wethouder Kees Feenstra (GroenLinks) op de site van de Wethoudersvereniging: de baan is „energievretend” en het is dus „verrekte lastig om na te denken over: wat hierna”.

Jan van Doorn wist bij zijn aantreden in 2010 dat hij in 2013 hoogstwaarschijnlijk zijn baan als wethouder in Middelharnis zou verliezen: de gemeente zou worden heringedeeld . „Ik wist dat mijn politieke leven eindig was. En toch deed ik weinig met dat besef. Ik werkte 24/7.”

Afkicken

Het gebrek aan carrièreplanning heeft niet alleen te maken met een gebrek aan tijd. Het wethouderschap lijkt de werkelijkheid te vertekenen: wethouders zijn de spil in het lokale bestuur, ze doen ertoe, en kunnen zich daardoor moeilijk voorstellen wat het betekent om níét langer die spil te zijn. Niet voor niets zeggen voormalige wethouders opvallend vaak dat ze moesten ‘afkicken’, de eerste weken nadat ze waren gestopt.

Meine Scheweer: „Het wethouderschap werkt verslavend. Je hebt het gevoel: de gemeente is het middelpunt van de wereld. En je bent zelf ook echt iemand. Je zit in allerlei gremia, spreekt gedeputeerden, andere burgemeesters, je ontmoet Kamerleden. En op de dag dat je geen wethouder meer bent, is dat allemaal weg.”

Tot zijn verbazing werd Scheweer „gewoon een sollicitant, als ieder ander”, zegt hij. In een economisch nog steeds lastige tijd. Net als de honderden wethouders die binnenkort op straat staan.

    • Ingmar Vriesema