Draijer past bij Rabo, maar overstap is affront voor SER

Met de voordracht van Wiebe Draijer (48) als nieuwe bestuursvoorzitter van hun in opspraak geraakte bank, hebben de commissarissen van de Rabobank een excellente keus gemaakt. Draijer is in veel opzichten precies de man die de bank nodig heeft. Specifieke bankierservaring is niet nodig, zie het succes waarmee Jan Hommen (Philips) ING na de reddingsacties van de overheid in 2008 stabiliteit en richting gaf.

Draijer heeft zich als voorzitter van de Sociaal-Economische Raad geprofileerd als iemand die, zoals bij de onderhandelingen vorig jaar over de het energieakkoord, tegengestelde belangen en opvattingen kan samenbrengen. Met kracht, indien nodig. In de coöperatieve structuur van de Rabo is overleg meer dan een formaliteit. De ledenachterban weet dat zij het recht heeft om serieus genomen te worden. Draijer zal zijn rijke diplomatieke gaven moeten benutten om pijnlijke keuzes te maken om de financiële gezondheid van de bank te handhaven, de resterende hoofdpijndossiers rondom de rentemanipulaties te sluiten en Rabo’s reputatie te herstellen.

Zijn overstap is tegelijkertijd een affront voor het sociaal-economisch-politieke overleg waar de SER (opgericht 1950) symbool van is. Draijer is tot nu toe 19 maanden voorzitter geweest.

De SER is op zoek naar een nieuwe rol aangezien de zekerheden van weleer zijn verwaterd of verdwenen in economische mondialisering, veranderde opvattingen over werk en pensioen, de opkomst van zzp’ers en de afgebrokkelde macht en relevantie van de vakbeweging.

De benoeming in 2012 van Draijer, de managing partner van adviesfirma McKinsey in Nederland, hield de belofte in dat het sociaal overleg zichzelf opnieuw kon uitvinden. Het sociaal akkoord van kabinet, vakbeweging en werkgevers een jaar geleden liep weliswaar buiten de SER om, maar suggereerde eveneens een nieuwe fase. De verwijzingen naar het Akkoord van Wassenaar, dat in 1982 met loonmatigingen en winstherstel de weg wees uit de zware economische crisis van dertig jaar geleden, waren niet van de lucht.

Het einde van het sociaal-economisch overleg dat tegenwoordig wel wordt aangeduid met poldermodel is te vaak aangezegd om nog serieus te nemen. Maar duidelijk is wel dat er iets moet gebeuren, wil de SER relevant blijven en aantrekkingskracht behouden. De vakbeweging maakt een tandeloze indruk. De machtige werkgeversorganisatie VNO-NCW wisselt straks van leiding. Het wordt een hele opgave voor het kabinet om een nieuwe kandidaat-voorzitter ervan te overtuigen dat de SER een plek met meer toekomst is dan alleen als een springplank naar iets beters.