Door de mazen van het net bij de scouting

Een voor het bezit van kinderporno veroordeelde man was jarenlang leider bij de scouting in Rhenen. In het veiligheidssysteem van vrijwilligers- en sportclubs zitten zwakke plekken.

Tekst Enzo van Steenbergen

Foto’s Floren van Olden, Thinkstock. Fotobewerking NRC Handelsblad

A.: Maar nog geen slaap?

P.: Nah niet echt maar ik ga zo wel

A.: Aha ok en wel stilliggen dan he

P.: hoe bedoel je

A.: ja geen vieze dingen gaan doen haha

P.: eh wil jij dat graag ofz

A.: nee hoor als ik dat zou willen was ik het wel komen doen haha

P.: komen? Hoe bedoel je

A.: ja dan ws ik je wel komen helpen

A.: hahahahaha

A.: :p

P: omg

P.: NEE DANKJE

P.: IEWL

A.: hahahaha

A.: jaartje geleden zei je wel wat anders haha toen zei je dat je wel wou niet dat het er van gekomen is maarja

Dit is een chatgesprek uit 2011 tussen een dan 34-jarige man (A.) en een dertienjarig meisje (P.). De man is leider bij de scouting. Vijf jaar voor dit chatgesprek werd hij veroordeeld tot een voorwaardelijke celstraf van een maand en een werkstraf van 75 uur voor het bezit van kinderporno. Voor het online benaderen van een negenjarig meisje voor het plegen van ontuchtige handelingen is hij niet succesvol vervolgd – de omschrijving in de dagvaarding was niet precies genoeg.

Na zijn veroordeling in 2006 was de man jarenlang scoutsleider. Dat is tegen de regels van Scouting Nederland. Al sinds de jaren tachtig is er een interne zwarte lijst, waar een zedenverdachte op zou moeten staan. Plaatsing op de zwarte lijst betekent royement voor het leven. Waarom dat niet lukte? Het bestuur wist jarenlang niets van de veroordeling. Behalve één lid.

Scouting Rhenen, ook wel de Jonkheer Schimmelpenninckgroep, is een bruisende vereniging met ongeveer negentig jeugdleden. Iedere zaterdagmiddag komen kinderen tussen de vijf en zeventien jaar samen in de bossen van Rhenen. De vereniging werkt met strenge regels voor de leden. Er worden preventietrainingen gegeven op het gebied van seksueel misbruik of intimidatie.

Alle vrijwilligers bij Scouting Rhenen beschikken over een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG), waarin staat dat de vrijwilliger nooit is veroordeeld voor een zedendelict, of bijvoorbeeld in een fraudezaak. Toen vorig jaar zomer aan A. werd gevraagd zijn gegevens in te leveren om een VOG voor hem aan te vragen, bleek dat hij daarvoor niet in aanmerking zou komen. Voorzitter Willem-Jan van Bergeijk: „Toen was het einde oefening. Dat geeft aan dat de VOG een sterk middel is.”

Waarom het bestuur niet van de veroordeling wist, is helder: niemand die het vertelde. Vrijwilligersverenigingen krijgen door het Openbaar Ministerie geen kopie van een veroordeling gestuurd. Er was één bestuurslid dat het verleden van A. kende: de zus van de verdachte. Maar zij verzweeg de veroordeling. Van Bergeijk: „Dat klopt. Ze heeft de rest van het bestuur niet ingelicht, anders was de man eerder geroyeerd. Van de veroordeling hoorden we pas later.” Wat het bestuur niet wist, is dat A. ook bij de scouting weer was begonnen jonge meisjes te benaderen via internet.

Dat de zus haar broer de hand boven het hoofd hield, duidt volgens Fedde Boersma op een breder probleem. Boersma is adjunct-directeur van Scouting Nederland en bestuurslid van de vrijwilligerskoepel NOV. Boersma vertelt, in het kantoor van Scouting Nederland, dat vrijwilligersorganisaties vaak zijn ingebed in de sociale structuren van dorpen en steden. Daardoor zijn er allerlei onderlinge relaties tussen leden. Dat kan een kracht zijn volgens Boersma, maar ook een last. „Het betekent dat je soms kritische en moeilijke vragen over seksualiteit moet stellen aan je buurman, de docent of de dominee. Toch moet je die verantwoordelijkheid nemen als bestuurder.”

Juist dat gesprek aangaan is volgens Scouting Nederland het belangrijkste. Boersma signaleert dat het bij veel vrijwilligersverenigingen nog niet normaal is om te spreken over het voorkomen van seksuele intimidatie of seksueel misbruik. Een gesprek daarover beginnen wordt, volgens Boersma, te vaak gezien als teken van wantrouwen. Hij verwacht ook van ouders dat ze vaker vragen hoe de vereniging omgaat met het voorkomen van seksueel misbruik. Dat gebeurt nu volgens hem nauwelijks. Boersma: „Het gaat niet alleen over seksueel misbruik. Je moet ook bespreken wat wél kan. Een kind van zes op schoot nemen als het heimwee heeft, dat moet kunnen. We moeten niet direct een stempel drukken, maar een open gesprek voeren.”

Maar zijn die gesprekken wel nodig als de VOG de rotte appels al zichtbaar maakt? Zeker, zegt Boersma. Scouting Nederland schat dat vier op de vijf vrijwilligers nu een VOG heeft. Aan nieuwe vrijwilligers wordt het standaard gevraagd, maar bij oude vrijwilligers is dat minder vanzelfsprekend. Het wordt dan al snel gezien als een motie van wantrouwen, zegt Boersma. Ook A. werkte al lang als leider bij de scouting. Hij begon er als lid.

Boersma: „Het basisprincipe van vrijwilligerswerk is vertrouwen hebben in elkaar. Vrienden en familie vinden het vaak lastig een VOG te eisen van elkaar. Die drempel is nog te hoog.” Bovendien zijn duizenden vrijwilligersclubjes niet aangesloten bij de NOV. Niemand heeft er zicht op of zij werken met VOG’s of aandacht besteden aan het voorkomen van seksuele intimidatie. Controle vanuit bonden is er niet op hoeveel vrijwilligers een VOG hebben.

Sinds midden jaren negentig wordt in de sport en het vrijwilligerswerk al gesproken over de invoering van een zwarte lijst, om zedendelinquenten te beletten van club naar club te ‘hoppen’. Twee jaar geleden wilde NOV de lijst al invoeren, maar dat is nog steeds niet gelukt vanwege „technische problemen” bij de screeningsdienst van het ministerie voor Veiligheid en Justitie. Nog geen Nederlandse vrijwilligersorganisatie, buiten Scouting Nederland, heeft een zwarte lijst voor ontuchtplegers. Op dit moment is het daarom voor ontuchtplegers nog mogelijk van club naar club over te stappen, ook na een veroordeling in een zedenzaak.

Terug naar Rhenen. Daar bleek wat de gevolgen kunnen zijn als een veroordeling van een zedendelinquent verzwegen wordt. Het chatgesprek dat A. voerde met de dertienjarig P. is niet het enige. Anoniem vertelt een vader dat zijn vrouw afgelopen zomer dubieuze berichten op de computer ontdekte. Het kwam van scoutingleider A. De vader: „Mijn dochter werd per mail benaderd. Er zijn seksuele toespelingen gedaan.” Zijn dochter hield het af. Later hoorde hij pas dat de man is veroordeeld voor bezit van kinderporno, en dat er meer chats zijn geweest met andere meisjes. De vader: „Hij komt er makkelijk mee weg. Bij een andere vereniging kan hij zo weer vrijwilliger worden.”

Vrachtwagenchauffeur A. wordt door leden van de scouting omschreven als het „type populaire leider”. Bij hem mocht altijd net wat meer dan bij anderen. Een scoutinglid: „De grens opzoeken is voor jonge meisjes natuurlijk spannend.”

De inhoud van de gesprekken met de jonge meisjes is zeer expliciet. Het al eerder beschreven gesprek met P. krijgt een curieuze wending als het meisje geld vraagt om geen aangifte te doen. De man wil weten wat hij daarvoor terugkrijgt.

A.: wat wil je dan?

P.: 500

A.: ok maar dan wil ik er ook wel wat voor hahahahahha

P.: watdan

A.: ja wat denk je hahahaha

[…]

P: ik wil een imac van 1.700

A.: meer als een kusje

A.: voor 1700 dan helemaal sex hahahahahahaha

P.: een kusje op je mond, wang en buik

P.: zo dan?

A.: nee voor 1700 wil ik all the way hahaha

P.: hoeveel dan voor wat ik opnoemde?

A.: ja alles

A.: alle dingen met sex

Een voorstel om elkaar te ontmoeten wijst het meisje af. Tot lichamelijk contact is het, voor zover bekend, nooit gekomen.

Het bestuur royeerde de man in 2013 vanwege het ontbreken van een VOG. Toen de veroordeling uit 2006 enkele maanden geleden aan het licht kwam – via een anonieme tip – is de man door Scouting Nederland op de zwarte lijst gezet. Hij komt volgens scouting Rhenen nu niet meer op de vereniging. Net als met de veroordeling wist het bestuur niets van de chatgesprekken. De leiding van verschillende groepen wel, daar werden signalen opgevangen vanuit de meisjes. Er is een gesprek geweest met A., waarvan het bestuur ook pas later hoorde. Voorzitter Van Bergeijk: „Het is niet handig als je zulke dingen zelf oplost. Dat zou het bestuur moeten doen.”

De dochter die per mail benaderd werd door A. wil volgens haar vader geen aangifte doen. Er zijn wel andere meldingen van grooming gedaan bij de politie, maar tot nu toe is te weinig bewijs om de man te vervolgen. De man en zijn zus zijn op verschillende manieren door deze krant benaderd voor wederhoor, maar ze hebben besloten niet te reageren.

    • Enzo van Steenbergen