Dankzij kunstgras behoren kluiten modder bij rugby tot het verleden

De spelers stappen schoon van het veld. Ook in het rugby heeft kunstgras zijn entree gedaan. Zoals bij de finale om het landskampioenschap.

De finale van het nationaal kampioenschap werd dit jaar voor het eerst op kunstgras van het Nationaal Rugby Centrum in Amsterdam gespeeld. Foto Robin Utrecht

Na afloop van de door Haagsche RC gewonnen wedstrijd om het Nederlands kampioenschap rugby (12-5 na verlenging) stappen de spelers van Den Haag en Hilversum één voor één het veld af. Brandschoon, geen spatje modder op de shirts te zien. Alsof ze net een wedstrijd hebben gehockeyd in plaats van anderhalf uur op de grond hebben gevochten om de bal. Het is nog even wennen voor spelers en supporters, maar de schone shirts zullen de komende jaren normaler worden. Rugby wordt namelijk steeds vaker op kunstgrasvelden gespeeld.

Het is niets minder dan een revolutie in een door tradities gedomineerde sport. Een sport waarin spelers ervan houden door de modder te woelen en na afloop smerig maar voldaan de douches op te zoeken. Gevraagd naar het grootste verschil tussen spelen op gras en op kunstgras, antwoordt Hilversum-speler en international Fedde Lingsma met een cynisch lachje: „Tja, je blijft nu wel heel schoon.”

Ruim een maand ligt er nu een kunstgrasveld bij het Nationaal Rugbycentrum in Amsterdam, waar alle belangrijke rugbywedstrijden, ook van het Nederlands team, worden gespeeld. Na Leiden, Maastricht en Den Bosch het vierde rugbycomplex in Nederland waar kunstgras is aangelegd. En daar blijft het niet bij. Het merendeel van de resterende Nederlandse rugbyverenigingen onderzoekt mogelijkheden de komende jaren kunstgrasvelden aan te leggen. Ook internationaal wordt, vooral op de bijvelden, steeds meer gespeeld op kunstgras.

Willem de Jong, als voorzitter van de Nederlandse rugbybond verantwoordelijk voor het veld in Amsterdam, ziet alleen maar voordelen van kunstgras. „Er zijn nu eenmaal meer trainingsfaciliteiten nodig, met name voor de vrouwen. Maar als je veel traint op normale grasvelden, zien die er na een paar maanden uit als een modderpoel. En het onderhouden van die velden is niet goedkoop.”

Bij een kunstgrasveld heb je dat probleem niet, benadrukt De Jong, die ook wijst op de voordelen van kunstgras voor de scrum. „Die is stabieler op een kunstgrasveld, waardoor het spel minder vertraging oploopt. Het gaat allemaal wat sneller.”

Kunstgrasvelden bij het rugby moeten aan meer voorwaarden voldoen dan velden bij voetbal of hockey. Omdat een belangrijk deel van het spel zich afspeelt op de grond en spelers regelmatig over het veld glijden, zijn de door de internationale rugbyfederatie gestelde voorwaarden streng. „Langere sprieten, meer demping en meer rubberen korrels”, somt De Jong de belangrijkste criteria op. „Om het gevaar op brandwonden en hersenschuddingen zo klein mogelijk te houden.”

De rugbybond doet er alles aan de voordelen van het kunstgras te benadrukken, maar wie tijdens de finale in Amsterdam met de gemiddelde rugbyfan praat, merkt dat dit nog niet helemaal is gelukt. „Geef mij maar gewoon gras”, zegt bijvoorbeeld Ionut Oancea, die bij ARC Amstelveen speelt. „Kijk nou naar dat veld, dit is toch helemaal niks zo. Ze stappen zo met allemaal brandplekken van het veld af.”

Spelers van Haagsche RC smeren zich voor de wedstrijd in met vaseline om brandwonden tegen te gaan, erkent fysiotherapeut van de club, Wouter van Beek. „Het gevaar op blessures is groter dan op normaal gras. Niet alleen brandwonden, maar ook gewrichtsblessures. Kunstgras is stug, waardoor je veel vaster staat. Normaal zak je een beetje weg in het zand. Als je op een kunstgrasveld opeens naar de andere kant draait, is er een gevaar dat je iets afscheurt.”

NRB-voorzitter Willem de Jong wuift de klachten van de fysiotherapeut weg. „Er is door de internationale bond onderzoek verricht naar kunstgras, en de conclusie was dat er niet meer blessures ontstonden dan op normaal gras.”

En dat verlangen terug naar de modder? „Dat is slechts een sentiment”, oordeelt de voorzitter. „De sport is aan het veranderen. Mede door het succes van sevens rugby – een variant met slechts zeven spelers per team in plaats van vijftien – worden snelheid en atletisch vermogen steeds belangrijker. Kunstgras helpt daarbij.” Piet Tolsma, erelid van de Nederlandse rugbybond, ziet nog wel een ander voordeel. „Mijn moeder zou vijftien jaar geleden heel blij zijn geweest met kunstgras. Hoefden die shirts tenminste niet zo vaak gewassen te worden.”