Bijna niemand verstaat elkaar, dus wordt er betekenisvol geknikt

Nederland en China sluiten voor 1,5 miljard euro contracten af.

Koning Willem-Alexander en koningin Máxima ontvingen gisteren de Chinese president Xi Jinping en zijn vrouw Peng Liyuan op Schiphol. Foto Novum

Of er werkelijk sprake is van „een open dialoog” tussen China en Nederland is de vraag, in de receptiezalen van Hotel van Oranje in Noordwijk. Van dichtbij bekeken én op grote afstand, voor de op CCTV 1 afgestemde televisie in Shanghai, verloopt de directe communicatie tijdens het eerste bezoek van een Chinese leider aan Nederland stroefjes.

Als president Xi Jinping en premier Rutte zondag het Nederlands-Chinees economisch forum hebben toegesproken en bedrijfsleiders voor 1,5 miljard euro aan contracten hebben getekend, klitten Nederlanders en Chinezen in gescheiden groepjes bij elkaar. Alleen de bankiers onder de 200 Chinese (staats)ondernemers spreken Engels. Hun Nederlandse collega’s komen niet veel verder dan „ni hao”. Een taalkloof zo breed als de Yangtze-rivier belemmert de uitoefening van de kunst van de ‘guanxi’, het opbouwen van vertrouwensrelaties tussen de Chinezen en de „Europese Chinezen”(dixit ambassadeur Chen Xu). Als de hosanna’s over bank- en melkproductiecontracten en intentieverklaringen zijn verstomd, klinkt hier en daar gemopper over hoe lastig het is zaken te doen met Chinezen die geen Engels spreken. Op hun beurt klagen Chinezen, tot president Xi aan toe, over hoe moeilijk het voor Chinezen is om een Nederlands visum te krijgen.

Geen ruimte voor spontaniteit

Het is maar goed dat handelsovereenkomsten en contracten, zoals die van de KLM met de Bank of China, grondig waren voorbereid, anders was het gebleven bij het nemen van foto’s en selfies met boomlange Nederlanders of het worstelen met eetstokjes. Nederlandse ondernemers hebben overigens nog even de tijd om hun Mandarijn bij te spijkeren, want de grootste Nederlandse handelsmissie naar China vertrekt pas over twee maanden.

Zichtbaar stijf, althans zoals te zien op de Chinese staatstelevisie, verliepen ook de ontmoetingen tussen het koningspaar en president Xi en zijn vrouw. Er werd veel zwijgend gelachen, betekenisvol geknikt, want de taalbarrière en het protocol boden geen ruimte voor een spontane opmerking of een ijsbrekende grap. Oogcontact moest het diplomatieke werk doen als er geen tolken in de buurt waren.

Symbolen en gebaren krijgen dan extra betekenis, zoals de ontvangst van de presidentiële Air China-Boeing in het Nederlandse luchtruim door een squadron F-16’s. Of de doop met champagne van een nieuwe tulpensoort – de Cathay – door mevrouw Xi, beter bekend als honorair generaal-majoor Peng Liyuan. Cathay is de verengelsing van ‘guotai’ (welvarend land). Xi Jinping, die zijn land met ijzeren hand bestuurt, heeft sinds zijn aantreden een jaar geleden de kunst van het vriendelijk en goedmoedig lachen geperfectioneerd. In de Chinese media viel hij vooral op door het gestylede Zhongshan-pak, ook wel bekend als Sun Yat-sen- of Mao-pak, dat hij tijdens het staatsdiner in Amsterdam droeg. Het tuniek, dat door Mao wereldberoemd werd, was bij moderne Chinese leiders sinds de jaren 90 in onbruik geraakt tijdens buitenlandse reizen. De mode- en stijlspecialisten van Chinese kranten legden het uit als een vertoon van nationale, politieke en culturele trots.

Manshoge schermen

Het was een signaal dat vele Chinese internetters niet is ontgaan. Zijn echtgenote, geheel ten onrechte wel eens de Chinese Michelle Obama of Carla Bruni genoemd, droeg ook gemoderniseerde, traditionele outfits, waaronder de superstrakke cheongsam.

Dat was niet zichtbaar voor de vele honderden miljoenen kijkers naar de Chinese tv. Evenmin als beelden van demonstraties op de Dam. Xi en de top van de Chinese diplomatie hebben de betogers ook niet gezien: tot grote verrassing van het Amsterdamse stadsbestuur hadden agenten van Eenheid 8341 van het Chinese Centrale Veiligheidsbureau op de Dam manshoge blauwe schermen geplaatst. Voor Tibet, mensenrechten en andere politiek „gevoelige kwesties” was het simpelweg niet de tijd, ook niet in politiek Den Haag en al helemaal niet in Hotel van Oranje.