opinie

    • Janneke Vreugdenhil

Bastaardsuiker

Een jaar of vijfduizend geleden, toen ik achttien was, werkte ik als au pair in Brussel. Mijn oppaskinderen waren schatjes, maar hun ouders kookten nooit. Ik at er elke dag een stuk of acht boterhammen, dik besmeerd met roomboter en bestrooid met een dikke laag bruine suiker. Een stuk of acht, hè.

Als excuus kan slechts worden aangevoerd dat ik destijds niet alleen leed onder heimwee, maar ook onder de hevige wispelturigheid van mijn Belgische amant. Hoe dan ook hield ik aan die zoete troostbammetjes een levenslang zwak voor bruine suiker over. Of eigenlijk voor cassonade, zoals bruine suiker bij onze zuiderburen heet. Zodra ik de grens over ben, moet ik even een supermarkt in voor zo’n kilopak sugar fix.

Ik heb nooit geweten wat precies het verschil is tussen die Belgische cassonade en onze bruine basterdsuiker. Er ís verschil, dat proef je. Maar toen las ik, een paar weken geleden, in nrc.next dat basterdsuiker een typisch Nederlands product is. Het heeft op Europees niveau zelfs een beschermde status als Gegarandeerde Traditionele Specialiteit (GTS).

Het zit zo: Nederlandse basterdsuiker wordt gemaakt door fijne kristalsuiker (gemaakt van suikerbieten) te mengen met suikerstroop (gemaakt van diezelfde suikerbieten). Hoe donkerder die stroop, hoe donkerder de basterdsuiker. Belgische cassonade wordt gemaakt door aan kristalsuiker melasse toe te voegen.

Nu begrijp ik waarom ik cassonade lekkerder vind. Melasse is de stroop die overblijft nadat suikerriet of – biet gekookt is en de gekristalliseerde suiker eruit is verwijderd. Het heeft een veel gelaagdere smaak dan gewone suikerstroop omdat het een baaierd aan mineralen bevat. Melasse is niet alleen zoet, maar ook een beetje zoutig en bitter.

In Frankrijk heb je overigens ook cassonade, maar die wordt gemaakt uit suikerriet, heeft een grovere structuur en smaakt weer anders. Nog een weetje: het woord basterdsuiker komt van ‘bastaardsuiker’, omdat het vroeger een product was dat overbleef na de suikerproductie. Vooruit, nog eentje dan: cassonade heet in België ook wel kinnekesuiker omdat op de verpakking van oudsher een kinderhoofdje staat afgebeeld. Zoet, toch?

Besmeer de boterhammen dik met roomboter en bestrooi met suiker. Als je geen kinneke- maar bastaardsuiker gebruikt, en durft, strooi er dan nog een piezeltje zout over.

Zonder schuldgevoel opeten.

    • Janneke Vreugdenhil