Opinie

    • Hans Beerekamp

Balletblaren worden toch nog spannend

22 ballerina’s op de catwalk van Viktor & Rolf.

Cornald Maas, presentator van het steeds beter wordende kunstmagazine Opium Night Live (AVRO), kondigde zaterdag aan dat hij al vijf afleveringen had gezien van de nieuwe realitysoap over Het Nationale Ballet, Bloed, Zweet en Blaren (AVRO), die eerder op de avond was te zien. Dat was een merkwaardige opmerking omdat Maas dat programma zelf presenteerde.

Het versterkte mijn vermoeden dat Maas met de totstandkoming van het programma weinig te maken had, en er op het laatste moment aan was toegevoegd, zoals dat nu eenmaal tegenwoordig bij televisie verplicht is: geen programma ontkomt aan presentatie door een Bekende Nederlander.

Maas mag schoolse zinnetjes uitspreken, zoals „Op de bovenste verdieping van het theater is de kostuumafdeling gevestigd”. En dan zien we de kostuumafdeling en het doorpassen van een kostuum door een van de twee hoofdpersonen van deze aflevering: respectievelijk prima ballerina Igone de Jongh en Wendeline Wijkstra, anoniem lid van het corps de ballet.

Net als de leden van het Koninklijk Concertgebouworkest in het eveneens door Olaf van Paassen geregisseerde Bloed, Zweet en Snaren, wordt kunst toegankelijk gemaakt door de uitvoerende kunstenaars te personaliseren en in anekdotes te vangen. De AVRO stelt zich immers ten doel de internationaal vermaarde kunstinstituties meer bekendheid te verschaffen bij een breder publiek.

Dat is een nobel en buitengewoon nuttig streven. Een paar weken geleden sprak in een reportage van Brandpunt (KRO) een Engelstalige spreker over ‘The National Ballet’. Dat werd vertaald als ‘het Nederlands Danstheater’. Er is dus werk aan de winkel, zal ik maar zeggen.

Mijn grootste bezwaar geldt ook niet die functionele persoonlijkheidscultus, dat is gewoon een onvermijdelijke televisieziekte. Vervelender is dat Van Paassen in eerste instantie niet veel verder komt dan de clichés die je in elke balletdocumentaire zult aantreffen: er komt heel wat kijken bij zo’n grote productie, het is hard werken, de concurrentie is moordend en slechts een enkeling kan in de schijnwerper staan, maar de liefde voor de dans is zo groot dat ook de mindere goden graag hun leven offeren aan de muze.

Wat ik had willen zien is een verkenning van de meer specifieke eigenschappen van dit gezelschap, van het verwezenlijken van het onmogelijke. Dat er lang geen aandacht is geweest op televisie voor traditionele topkunst, betekent nog niet dat je die ook ouderwets in beeld moet brengen.

Even veerde ik op, bij de presentatie op de catwalk door tweeëntwintig ballerina’s van de collectie van Viktor & Rolf, vooral het panoramische beeld van tweeëntwintig paar voeten en pointe. Dat is iets dat je niet vaak eerder zo zag, dat prikkelt door originaliteit en ambitie.

Bravo dus voor de AVRO en ook voor Maas, die een geweldig gesprek in Opium voerde met liedjesschrijvers Claudia de Breij en Jurrian van Dongen. Maar iets minder automatische aandacht voor elke productie van Joop van den Ende en elk ander AVRO-programma over kunst, dat zou ons als kijkers ook scherp houden.

    • Hans Beerekamp