Aan de keukentafel: Ze zijn hier niet dol op Poetin, maar nu heeft hij gelijk

Vandaag praat de G7 in Den Haag over de Krim // Russen snappen de ophef niet // Ook de gewone Rus vindt dat de Krim Russisch moet zijn

De Nederlandse fotograaf Leo Erken was vorige maand in Rusland voor een reportageserie, waarbij hij bij kennissen op bezoek ging. De gastvrouw rekende niet op hem, maar had, zoals een Russische huisvrouw betaamt, voldoende eten in huis voor haar gast. De foto is niet gemaakt bij de familie Tsjeglova, waarover het artikel op deze pagina gaat. Foto Leo Erken

„Hoezo demonstreren?” roept Irina Tsjeglova tegen haar moeder. „Eindelijk doet Poetin iets goeds voor Rusland, wees toch blij.”

Normaal gesproken wordt Vladimir Poetin weggehoond aan de keukentafel van de familie Tsjeglova. Niemand in het hoogopgeleide gezin mag hem. Hij staat voor autocratie, corruptie en politieke gevangenen. Maar nu is de meerderheid in de keuken het met hem eens. De annexatie van de Krim is populair. Alleen oma is tegen.

Boekenuitgeefster Irina Tsjeglova (45) roert garnalen in een grote pan risotto. Aan de eettafel in het krappe keukentje zitten haar moeder Ludmila (72) en haar dochter Alexandra (18), die Engels en Russisch recht studeert en in Londen woonde. Haar andere drie dochters maken huiswerk in een slaapkamer van het vierkamerappartement middenin Moskou, op tien minuten loopafstand van het Kremlin. Buiten is een SUV geparkeerd. In de slaapkamers staan IKEA-meubels. Aan de muur hangen foto’s van een vakantie in Egypte. Dit is de nieuwe middenklasse.

De stemming in de keuken is gespannen. Ludmila wilde naar een protestmars tegen de annexatie. Ze was haar pantoffels al aan het uittrekken toen haar dochter haar tegenhield. „Ik snap jou niet”, had Irina tegen haar gezegd. „Straks was de Krim Europees geworden. Dat wil je toch niet? Russen hebben hun leven gegeven om de Krim te verdedigen tegen Turken, Fransen en Engelsen. Ze vochten niet om ons het gebied zomaar weg te laten geven.”

Alexandra wilde ook niet dat haar oma naar de mars ging. Te gevaarlijk. Zelf heeft ze weleens meegelopen in een demonstratie. Maar harde politieoptredens op televisie hebben haar bang gemaakt. Demonstreren doet ze niet meer. En ze wil al helemaal niet dat haar oma van 72 de straat op gaat.

Demonstreren is op dit moment sowieso geen goed idee, vindt Alexandra. Op de radio had ze een politicoloog horen zeggen: demonstreren mag, maar nu kun je beter even stil blijven. De Russische regering heeft het al moeilijk genoeg met internationale kritiek. Nog meer onrust is niet goed voor het landsbelang.

Oma Ludmila mist de Sovjet-Unie

Ludmila zit getergd aan tafel. Ze mist de Sovjet-Unie en is diep teleurgesteld in het huidige Rusland. De Sovjetregering gaf tenminste om de bevolking. Dat kun je van de politici in het Kremlin niet zeggen – die zijn alleen maar met hun eigen status bezig.

„Wat er nu gebeurt, kan niet”, zegt ze. „Je kunt niet zomaar een gebied binnenvallen met soldaten en zeggen dat het van jou is. Dan kunnen we de hele Sovjet-Unie wel gaan heroveren. Is dat wat Poetin wil?”

„Zo is het helemaal niet gegaan”, antwoordt Irina fel. „Er is een referendum gehouden waarin mensen konden aangeven of ze bij Rusland wilden horen of bij Oekraïne. De meerderheid koos voor Rusland. Hoe democratisch wil je het hebben?”

Ludmila: „Je kunt mensen niet om hun mening vragen als de straat volstaat met tanks en militairen.”

„Het zijn helemaal niet zoveel soldaten. En zonder militairen zou de bevolking hetzelfde hebben gestemd”, zegt Irina. „Die mensen zijn Russisch, dat zijn ze altijd geweest.”

Alexandra knikt. Ze hoorde op een radiozender van de oppositie – televisiezenders vertrouwt ze niet – over de sancties die Amerika en Europa afkondigden. „Ik snap soms niet wat Europa met democratie bedoelt”, zegt ze. In Londen hoorde ze van vrienden dat Rusland niet democratisch is. Dat wist ze wel; ze is moe van Poetin en wil verandering. Maar nu snapt ze de kritiek van haar Europese vrienden niet. „De mensen op de Krim willen bij Rusland horen. Ik vind een referendum geen gewelddadige manier om een beslissing te nemen. Dit is toch democratie?”

Moeder Irina ziet blije mensen op tv

In de hoek van de keuken staat een kleine tv aan. Rusland 1. Iedereen in de keuken weet dat het staatstelevisie is. En dat Poetin in elk journaal zit. Is er een ramp gebeurd, dan zijn niet de slachtoffers in beeld, maar Poetin die de slachtoffers bezoekt. Tijdens het koken staat Rusland 1 toch vaak aan. Een alternatief is er niet. En zonder tv is het zo stil. Het journaal toont de hele week al blije mensen op de Krim.

„Kijk nou”, zegt Irina tegen Ludmila. „Hoe blij deze mensen zijn. Alsof ze thuiskomen. Oekraïne heeft ze niets te bieden, het land zit aan de grond. Rusland kan ze veel hogere pensioenen en salarissen geven.”

„En die moeten wij gaan betalen?” schampert Ludmila. „Waarom moet Rusland opdraaien voor de vervallen economie van de Krim? We kunnen het geld veel beter in ons eigen land investeren. In beter onderwijs bijvoorbeeld.”

Alexandra valt haar oma in de rede. „Wat ik niet goed vind, is dat politici de mensen op de Krim zoveel beloven. Privileges op universiteiten, dat kunnen ze nooit waarmaken. Die zou ik ook wel willen.”

„En nog iets”, zegt Ludmila. „Nu is alles nog goedkoop in de Krim, net als overal in Oekraïne. Maar de Krim wordt veel duurder nu het deel van Rusland is. Ook voor de Russen die daar op vakantie willen.”

„Luister nou”, roept Irina, „de Krim hoort gewoon bij Rusland. Onze laatste tsaar woonde er zelfs.”

De meeste Russen zijn het met haar eens. Volgens peilingbureaus is een afgetekende meerderheid van de bevolking voor annexatie: sommige bureaus spreken over ruim 90 procent, een ander van een kleine 80 procent. Ongeveer 72 procent van de bevolking keurt het beleid van Poetin goed – de hoogste approval rating in zijn derde termijn als president.

Eerder deze maand waren er twee grote demonstraties in Moskou: een pro-regeringsmars „in steun van de Krim en tegen fascisme” en een „mars voor vrede”, georganiseerd door de oppositie. Volgens de politie deden er 3.000 mensen mee aan de mars van de oppositie, buitenlandse journalisten hadden het over tienduizenden.

Ludmila had er bij willen zijn. Ze wil geen conflicten en vindt dat Rusland zijn eigen zaakjes op orde moet krijgen. „We moeten geen ruzie maken met een land dat zo dichtbij ons staat. Oekraïners zijn goede mensen.”

Dochter Alexandra wil geen oorlog

Volgens Irina maakt Rusland helemaal geen ruzie en overdrijven de Oekraïners de situatie. „Ze doen alsof we oorlog met ze willen. Maar dat is helemaal niet zo.” Tegen Alexandra: „Wat vinden ze op de universiteit?”

Alexandra zegt dat de jongens op haar rechtenstudie geen oorlog willen en dat de klas verdeeld is over de annexatie. „Maar toen ze hoorden dat een Amerikaans gevechtsschip de Zwarte Zee in is gevaren, riepen een paar jongens dat ze zich wilden gaan aanmelden voor het leger.”

Niets verenigt Russen meer dan strijden tegen de Amerikanen. Boeren in kleine dorpen en universitair geschoolden zijn het er over eens: als je een man bent, ga je het leger in. Dat leer je op school. Net zoals dat een sterk, onafhankelijk Rusland belangrijk is. Daar zijn de meesten in de klas van Alexandra het mee eens. Zij ook: „Rusland laat zich tenminste niet beïnvloeden door andere landen. In het Westen loopt iedereen achter elkaar aan. Rusland heeft een eigen mening in dit conflict. Dan ben je een sterk land, vind ik.”

    • Tom Vennink