300 km koersen – en aan het eind wint een sprinter

De Noor Alexander Kristoff won de Italiaanse voorjaarsklassieker // Op zich geen verrassing dat de zege ging naar een sprinter // Maar het slechte weer zorgde voor spanning in de vaak voorspelbare koers

Het peloton passeert de kustlijn tijdens de Italiaanse voorjaarsklassieker Milaan-Sanremo. Foto AP

Veel zijn het er niet, maar winnen kunnen ze. Het Noorse wielrennen bestaat eigenlijk niet: slechts vier individuen onttrekken zich aan de middelmaat. Toch wonnen zij alle vier al eens een eendagswedstrijd die meetelt voor de WorldTour, het hoogste niveau in het profwielrennen. Gisteren sloot Alexander Kristoff (Katusha) zich als vierde aan bij het rijtje, door de sterkste te zijn in Milaan-Sanremo.

Hoe bijzonder die Noorse prestaties zijn, blijkt uit de vergelijking met het Nederlandse wielrennen. Dat is in de breedte veel sterker; zo stonden er gisteren veertien landgenoten aan de start in Milaan, tegen vier Noren. Maar van alle actieve Nederlandse wielrenners won alleen Robert Gesink (Belkin) tweemaal zo’n belangrijke eendagswedstrijd, in Montreal en in Quebec.

Alleen al de erelijst van Thor Hushovd (BMC) overtreft alle Nederlandse palmaressen bij elkaar. Hij won vijftien etappes in grote rondes, de klassieker Gent-Wevelgem, driemaal het puntenklassement in een grote ronde en werd wereldkampioen op de weg. Edvald Boasson Hagen (Sky) won drie etappes in grote rondes en ook Gent-Wevelgem, terwijl Lars Petter Nordhaug (Belkin) eenmaal de sterkste was in Montreal.

Tot gisteren was de bronzen medaille in de wegwedstrijd van de Olympische Spelen in 2012, in Londen, het grootste wapenfeit van de winnaar van gisteren, Alexander Kristoff. Dat was de koers waarin de Kazak Aleksandr Vinokoerov in een merkwaardig duel de Colombiaan Rigoberto Uran versloeg, waarna Kristoff de sprint won in het peloton. Verder won de 25-jarige renner uit Oslo vooral ritten in kleinere etappekoersen, zoals vorig jaar in de Ronde van Zwitserland.

Waar was Cavendish?

Op zichzelf was het geen verrassing dat een sprinter Milaan-Sanremo op zijn naam schrijft. Sinds 2000 wonnen sprinters iets meer dan de helft van de edities van La Primavera, de eerste echte voorjaarsklassieker. Maar waar waren de Brit Mark Cavendish (Omega Pharma-Quickstep), die Milaan-Sanremo vijf jaar geleden al eens won, en de Duitser André Greipel (Lotto)? In de Tour de France van vorig jaar waren zij Kristoff immers nog steevast de baas.

Maar in Frankrijk worden de sprintetappes doorgaans beslist onder een stralende zon. Hoe anders waren gisteren de weersomstandigheden in het noorden van Italië. Urenlang werden de renners gegeseld door regen en een enkel vlokje sneeuw. Het was op zichzelf al een wonder dat Cavendish, de beste sprinter van zijn generatie, in de finale van de koers de beklimmingen van de Poggio en de Cipressa had overleefd. Op het einde kwam hij ruim tekort tegen de krachtige sprint van Kristoff, die met meer dan een fietslengte voorsprong won.

De organisatie had gepoogd de race wat zwaarder te maken door de berg Pompeiana op te nemen in het parcours. Cavendish had zelfs al afgezegd voor de race, omdat hij geen kans meer zag op de overwinning. Maar op de helling bij Santo Stefano al Mare zijn grote stukken van het wegdek verzakt en daarom moest hij worden geschrapt. Cavendish besloot zich in allerijl toch weer in te schrijven, maar had zijn voorbereiding al niet meer afgestemd op Milaan-Sanremo. In een paar weken tijd kon hij zijn lichaam „niet meer in de vereiste vorm” krijgen voor zo’n zware koers, had hij laten weten.

Dat het geen gewone sprint werd, bewees de tweede plaats van de Zwitser Fabian Cancellara. Net als Kristoff is hij een krachtpatser, maar in massasprints laat hij toch niet vaak zijn gezicht zien. Toen hij over de finish kwam, sloeg hij hard met zijn hand op het stuur. Balen. Toch kent de renner van Trek zijn gelijke niet in de voorjaarsklassiekers. De laatste tien keer dat Cancellara in Milaan-Sanremo, de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix de finish haalde, stond hij altijd op het podium.

Slechte weer was een zegen

Voor de renners was het misschien vervelend, maar voor de liefhebber was het slechte weer een zegen. Ondanks zijn monumentale status is Milaan-Sanremo namelijk te vaak een voorspelbare koers, waarin de Cipressa en de Poggio niet lastig genoeg zijn om een massasprint te voorkomen. Pas in de laatste 27 kilometer, bij de beklimming van de Cipressa, gebeurt er iets vermeldenswaardigs. Jaar in, jaar uit.

Dit jaar waren de Nederlanders Maarten Tjallingii (Belkin) en Marc de Maar (UnitedHealthcare) de laatst overgebleven renners van een lange vlucht. Op de Cipressa werden ze voorbijgevlogen door de Italiaan Vicenzo Nibali (Astana), die op zijn beurt sneuvelde op de Poggio. Zo bleek weer eens dat Milaan-Sanremo een koers is over bijna 300 kilometer en aan het eind een sprinter wint.