‘Zaak-Demmink lijkt op een spektakel met guillotine’

De BVD had 15 jaar geleden al informatie over seksuele escapades van topambtenaar Demmink. Oud-hoofdofficier van justitie Hans Vrakking spreekt voor het eerst over het Rolodex-onderzoek.

Foto Thinkstock

Van 1992 tot 2001 was Hans Vrakking (72) hoofdofficier van justitie in Amsterdam. Een tumultueuze periode waarbij het Openbaar Ministerie (OM) venijnig slag leverde met de drugspenoze en ook zelf onder vuur kwam te liggen van de onderwereld. Het regende beschuldigingen van corruptie en betrokkenheid van politie en justitie bij het invoeren van drugs. Het zou uitmonden in de parlementaire IRT-enquête en strakkere regels over de aanpak van de zware misdaad.

Maar op initiatief van Vrakking werd in 1998 een onderzoek gestart dat mogelijk nog pikanter was. Een speciaal team van rijksrechercheurs, Amsterdamse agenten en de inlichtingendienst BVD (nu AIVD) begon onderzoek naar hoge magistraten die seks zouden hebben met minderjarige jongensprostituees. Codenaam: Rolodex.

Vrakking sprak nooit eerder over de Rolodex-zaak. Aanleiding dit nu te doen zijn de verhoren die in Utrecht gaande zijn naar beschuldigingen van pedofilie aan het adres van de voormalige secretaris-generaal van het ministerie van Veiligheid en Justitie Joris Demmink. En een interview dat de toenmalige procureur-generaal René Ficq twee weken geleden over deze zaak gaf aan de Volkskrant. „Nu ook de PG frank en vrij praat, voel ik me niet langer door mijn ambtseed belet opheldering te verschaffen”, zegt Vrakking aan een restaurant-tafel in het Gooi. „Er ligt toch al veel op straat. Bovendien zijn er om het beeld goed te krijgen correcties nodig.”

Gedetailleerde verklaringen

De Rolodex-zaak vindt zijn oorsprong in 1998 wanneer een vrouw zich meldt bij de Amsterdamse politie. Ze vertelt dat haar 12-jarige dochter is verkracht door haar vriend. Hij werd aangehouden en klaagde meteen over klassenjustitie: hoge heren zouden wel vrijuit kinderen mogen misbruiken. „Hij vertelde tijdens zijn verhoor onder andere dat twee hoofdofficieren van justitie een jongensbordeel in Amsterdam zouden bezoeken. Een hoogleraar aan de VU was er ook bij betrokken. De verklaringen waren zeer gedetailleerd. De man beschikte ook over geheime telefoonnummers van magistraten uit de Rolodex (telefoonklapper) van de eigenaar van een Amsterdams jongensbordeel. Hij wist zelfs precies te vertellen op welk tafeltje de telefoonklapper stond”, zegt Vrakking.

In die jaren deden overigens regelmatig wilde beschuldigingen de ronde over foute magistraten en agenten. Zo zou er een officier van justitie worden gechanteerd met een video-opname die in een bordeel van hem was gemaakt. Een officier zou een verdachte wapenhandelaar uit de wind hebben gehouden. En weer een andere collega zou tegen betaling van een ton een beslag tegen een verdachte hebben opgeheven. „De onderwereld was, soms in samenwerking met journalisten, voortdurend aan het strooien met contra-informatie die niet bleek te kloppen maar ons wel handen vol werk bezorgde.”

Criminelen luisterden ook telefoons af van opsporingsambtenaren, aldus Vrakking. „Ik kreeg in mijn huis een eigen safe room met stalen platen waar ik me met mijn familie in noodgeval kon terugtrekken.”

Toch besluit de hoofdofficier na overleg met Ficq tot het Rolodex-onderzoek. „Je moet niet te snel aan de slag gaan want dan beschadig je mensen misschien nodeloos. Maar deze verhalen waren te gedetailleerd. En als we niks deden, hadden we een enorm probleem gehad als iemand er mee naar de pers loopt en er blijkt toch iets mis te zijn.”

Waterdichte schotten

Er kwam een zogeheten embargoteam, dat wil zeggen: de rechercheurs mochten met niemand over het onderzoek praten. Om uitlekken te voorkomen regelde Vrakking met Defensie dat de agenten intrek konden nemen in een kazerne in Soesterberg.

Dat er inmiddels verschillende lezingen zijn over wie in het onderzoek in beeld kwamen, komt volgens Vrakking omdat maar een paar mensen alles wisten. „Er stonden waterdichte schotten tussen de inlichtingenvergaarders en de zogeheten tactische rechercheurs. Aan inlichtingen komt er een kilo aan informatie binnen en daar blijft gezeefd uiteindelijk een ons ‘tactisch’ over.”

Officier van justitie Fred Teeven (nu staatssecretaris van Justitie) leidde het inlichtingenwerk waarbij printgegevens van telefoons en informatie van creditcards werden verzameld, en getuigen werden verhoord.

„In het inlichtingenwerk bleek dat bij de BVD belastende informatie was binnengekomen over Demmink. De chauffeur van Demmink, Rob Mostert (overleden in 2000), had tegenover de BVD verteld ‘er niet meer tegen te kunnen’. Hij zat ermee dat Demmink in de dienstauto af en toe seks had met jongens. Uiteindelijk werd na overleg met Teeven besloten de informatie over Demmink niet verder te onderzoeken omdat dit buiten het bereik van de Rolodex-zaak lag. Men richtte zich tactisch op de twee hoofdofficieren en de VU-hoogleraar. De naam van Demmink is dus wel degelijk langsgekomen, maar niet verder bekeken. Het was ook niet duidelijk of het bij Demmink om minderjarige jongens ging. De informatie ging alleen over seks in de dienstauto”, zegt Vrakking.

PG Ficq verklaarde in de Volkskrant dat de naam Demmink (toen directeur-generaal bij Justitie) in het Rolodex-onderzoek niet was gevallen. Vrakking begrijpt dat wel. „De informatie gaat over allerlei schijven van een agent uiteindelijk naar de minister. De inlichtingen verwateren steeds meer.”

Op een gegeven moment zijn gerechtelijke vooronderzoeken geopend tegen onder anderen anonieme verdachte magistraten. Er kon getapt worden en huiszoekingen worden geregeld. „En toen gebeurde er iets heel raars. Ik zal het nooit vergeten. Op een ochtend gaat de telefoon: Harry Borghouts, de secretaris-generaal van het ministerie van Justitie, belde. Waar ben jij mee bezig, riep hij. Jij bent bezig een van mijn ambtenaren te onderzoeken. Ik vroeg: over wie hebben we het hier? Hij zei: Demmink. Toen heb ik gezegd: we onderzoeken van alles, maar Demmink maakt geen deel uit van het onderzoek.”

„De dag na dit telefoongesprek – we hadden al huiszoekingen gepland – bleek dat het onderzoek uitgelekt en dus kapot was. Er werd door de verdachten niet meer gebeld en alle dingen die we in beslag wilden nemen, bleken verdwenen. Er kwam niks meer. Einde oefening.”

Ficq zei in de Volkskrant gehoord te hebben dat Demmink bij Borghouts informeerde of hij onderzocht werd. „Ik weet niet hoe dat kan. Ik begrijp tot de dag van vandaag niet hoe Borghouts erbij kwam mij te bellen terwijl het om geheime inlichtingen ging. Borghouts zegt dat hij van Demmink hoorde over het Rolodex-onderzoek en Demmink zegt het van een of andere hoofdofficier van justitie te hebben gehoord. Dat is godsonmogelijk. Ik was de enige hoofdofficier die van het onderzoek wist.”

Vrakking houdt er rekening mee dat via de bordeelhouder iemand heeft begrepen dat er een onderzoek gaande was. De bordeelhouder was immers al een paar keer gehoord door de politie. „Maar dat is speculeren. Bij de politie leeft het idee dat Ficq heeft gelekt, omdat hij niet wilde dat justitie zelf in opspraak zou komen. De hoofdofficieren en Demmink moesten buiten schot blijven. Maar Ficq zegt dat hij nooit over het onderzoek heeft gelekt en ik vertrouw hem.”

Een paar maanden na het beëindigen van het Rolodex-onderzoek werd Vrakking gebeld door Teeven. „We hebben weer een paar namen, zei hij. Een informant van de politie in Haarlem had verteld dat de hele Amsterdamse ‘driehoek’ – burgemeester, politiebaas en hoofdofficier – zich vrolijk zou vermaken op een seksboot. Dat was wel een beetje veel van het goede maar toch ben ik weer naar Ficq gegaan. ‘Nu is het genoeg’, zei Ficq. Hij heeft toen besloten de BVD een onderzoek te laten doen naar pogingen tot destabilisering van het OM. Ik heb toen nog een hele delegatie BVD’ers op bezoek gehad. Maar ook dat onderzoek leverde niets op.”

Via Twitter en de krant volgt Vrakking de verhoren over Demmink in Utrecht. De procedure is volgens hem uitgemond in een eigenaardig soort tribunaal. „Getuigen kunnen er ongestraft de meest vreselijke dingen vertellen. Het doet mij denken aan die pleinen waar vroeger in Frankrijk de guillotine stond. Daar zaten vrouwen op de eerste rij te breien – Les Tricoteuses – en die keken vervolgens met grote gretigheid toe hoe mensen werden onthoofd. Daar lijkt dit spektakel ook op. Mensen willen sensatie. Bij veel mensen leeft kennelijk toch het idee dat hoge heren overal mee wegkomen en ze zijn blij dat er nu eindelijk eens eentje voor de bijl lijkt te gaan.”

    • Marcel Haenen