Wie verliest moet lijden

Er zijn veel redenen te bedenken waarom Diederik Samsom er niet in slaagde de schade bij de verkiezingen te beperken. Maar bevredigend zijn de analyses niet.

Foto’s Robin Utrecht

De straat, de deur, ze vertelden Diederik Samsom de afgelopen tijd blijkbaar niet meer het eerlijke verhaal.

Peilingen voorspelden een enorm verlies bij de gemeenteraadsverkiezingen, maar de PvdA-leider dacht dat het anders lag: in de dorpen en steden waar hij zo vaak en graag kwam, voelde hij begrip voor de coalitie en zijn partij.

Hij rekende op een herhaling van de landelijke verkiezingen van 2012, toen hij als nieuwe PvdA-leider volkomen onverwacht en tegen alle peilingen in grote verkiezingswinst haalde.

Toen gaven zijn contacten met kiezers hem zekerheid dat het verhaal dat hij wilde vertellen goed zou scoren. Nu, bij de lokale verkiezingen, hadden die contacten Samsom overtuigd dat de PvdA haar verlies kon beperken.

Het gebeurde niet: de partij raakte woensdag alle grote steden kwijt, en bijna eenderde van haar raadszetels.

Tijdens een urenlange vergadering zochten Kamerleden van de PvdA donderdag naar antwoorden. De verklaringen voor het verlies die daar volgens bronnen geopperd werden, liggen voor de hand.

Dat coalitiepartijen gemeenteraadsverkiezingen winnen is al decennia hoogst uitzonderlijk. „Kiezers zijn heel erg voor eerlijk delen tot ze zelf moeten betalen”, vat een Kamerlid de weerstand op straat tijdens de verkiezingscampagne samen.

Kiezers komen maar niet tot rust. Het kabinet neemt ook nog eens impopulaire bezuinigingsmaatregelen waarvan nog onduidelijk is welke gevolgen ze voor individuen hebben. Dat maakt mensen onzeker en wantrouwend.

Als Kamerlid had Samsom zich van het kabinet kunnen distantiëren, en zo het ‘PvdA-merk’ enigszins kunnen beschermen. Hij koos er bewust voor dat niet te doen: de coalitie ligt sinds al sinds de geboorte op de intensive care. Crisismanagement was belangrijker dan profilering.

Ook achter Samsoms onvermogen zijn campagnetriomf van 2012 te herhalen zit politieke logica. Elke campagne kent een verrassende buitenstaander. Samsom was dat in 2012, nu was hij het tegenovergestelde: de vertegenwoordiger van de zittende macht. Twee jaar geleden viel hij op omdat hij als enige graag sprak over zijn uitgebreide contacten met kiezers en „het eerlijke verhaal zonder loze campagnebeloftes” vertelde, nu deed iedereen dat.

Toen kon de PvdA-leider zich relatief ongestoord op de campagne storten, nu werd hij als regeringspartij „elke dag wel ergens door overreden”, zoals een bron zegt, en kwam hij nooit in zijn ritme.

De analyses zijn juist, zeggen bronnen in de PvdA-top. Maar ze bevredigen niet.

Voor Samsom en de partij blijven nog veel vragen over. Als het gevoel op straat goed was, hoe kon de partij dan zo verliezen? Komen ze wel op de goede plekken?

De PvdA had haar één miljoen kiezerscontacten volledig gericht op het naar de stembus krijgen van de eigen kiezers. Waarom was er dan juist onder hen een bovengemiddeld lage opkomst?

Als het niet stemmen op de PvdA een protest tegen het kabinetsbeleid was, hoe kon de grootste gedoogpartij D66 dan zo spectaculair groeien?

Kiezers verwijten de PvdA zich aan coalitiepartij VVD te hebben overgegeven. Maar waarom was de partij dan veel meer stemmers aan het rechtsere D66 kwijtgeraakt dan aan de SP?

Een kleine meevaller was er ook. Kringen rond de partijleider vreesden een persoonlijke aanval op Samsom tijdens de fractievergadering. Tussen de veeleisende, soms ongedurige leider en een deel van zijn fractie bestaan latente spanningen. Bij deze gelegenheid zouden ze wel eens op kunnen laaien. Maar, zeggen bronnen bij de fractie, dat gebeurde niet. Er werd wel gemopperd, maar ongericht.

Toch zal Samsom zichzelf een fundamentele persoonlijke vraag moeten stellen. Snapt hij nog wel wat zijn kiezers beweegt? Voor een man die emotioneel en intuïtief politiek bedrijft, is het schijnbare verlies van die intuïtie een persoonlijke crisis. Zeker omdat hij er de afgelopen anderhalf jaar op hoopte dat die intuïtie hem tot een nieuw verhaal zou brengen waardoor hij zich toch weer kon blijven onderscheiden van zijn politieke tegenstanders. Dat bleek een misrekening.

Heeft hij niet goed naar zijn intuïtie geluisterd, is hij die kwijt? Of heeft hij hem nooit gehad, en was zijn winst in 2012 van andere factoren afhankelijk?

Samsom zelf, en met hem de gehele PvdA-top, zullen de antwoorden op al deze vragen niet snel vinden.

Even rustig de hei op kan niet, het regeren gaat door. PvdA’ers vragen zich deze dagen ook af of ze dat nou anders moeten doen. Hoe moeten ze de nu zo getroffen lokale partijgenoten troosten? Moeten ze zich linkser profileren? Tegen welk kabinetsbeleid moeten ze dan stelling nemen?

Een analyse van het regeerakkoord, zeggen ze bij de PvdA-top, leert dat er weinig punten zijn waar coalitiebeleid en PvdA-ideologie lijnrecht tegenover elkaar staan. De bezuinigingen op ontwikkelingssamenwerking, sommige elementen van de zorgbezuinigingen. En natuurlijk hét pijndossier: de strafbaarstelling van illegaliteit.

Sommige PvdA’ers vragen zich af of de formatie niet te snel en gemakkelijk ging. Had de partij niet meer „vlaggen moeten planten” op het regeerakkoord, zoals een PvdA’er het formuleert? Samsom had niet alleen als crisismanager de neiging de overeenkomsten met de coalitiepartner VVD te benadrukken. Hij heeft zich ook na zijn aandeel in het vechtkabinet Balkenende IV heilig voorgenomen nooit meer ten koste van de stabiliteit van het landsbestuur de eigen PvdA te verkopen.

Dat is dus de worsteling waar de leider, en met hem zijn partij, de komende maanden voor staat. Hij moet ergens vlaggen gaan planten, en niet alleen de tenen van coalitiepartner VVD vermijden, maar ook die van D66-leider Alexander Pechtold en de andere gedogers.