Vrouw, populair ben je maar in je eigen tijd

Anders dan mannen durven vrouwen zich niet te profileren. Ze hechten meer waarde aan hoe ze in de groep liggen dan aan wapenfeiten. Geen wonder dat ze politiek achterblijven, aldus Charlotte de Vries Lentsch.

Vrouwelijke kandidaten waren bij de verkiezingen weer eens ondervertegenwoordigd. Een vertrouwd, maar ook verontrustend beeld – anno 2014 wordt er nog volop gediscussieerd over het waarom van dat vrouwentekort aan de top.

Begin deze maand was er in De Rode Hoed een avond gewijd aan de positie van vrouwen. Daar zitten dan voor 99,9 procent vrouwen in de zaal. Daar treedt rolmodel Neelie Kroes aan. Aangekleed in powerdress. Goed voorbereid. To the point. Vrouwen hebben alles wat er nodig is, zegt ze. Durf risico’s te nemen, kom uit je comfortzone. En ze vertrekt.

En dan volgt een debat met een zestal vrouwelijke politici (in spe). Op één na in verlepte jurken, spijkerbroeken en pantoffelschoenen. De VVD-vrouw draagt een PvdA-rood leren jasje.

Maar dat is het ergste niet. Het debat is al snel wijdlopig, slap, en alles ligt aan anderen, aan de mannen, de instituties. Het verzandt in herkenning en erkenning.

De vrouwelijke debatleider, het hoofd steeds gekanteld als teken van overgave, laat de discussie verlijeren, polariseert niet en laat de vrouwen oeverloos aan het woord. Dus, wat maakt dat zo weinig vrouwen hogerop komen in de politiek? Wat maakt dat ze afhaken? Waarom is er maar zelden een Neelie, een Margareth of een Angela?

Onder vrouwen geldt: doe vooral niet alsof je meer bent dan een andere vrouw. Stel je in geen enkel aspect boven de anderen; als een andere vrouw jou haar problemen vertelt, met haar oppas, puberzoon of baas, leg dan je eigen, vergelijkbare problemen op tafel. Doe je dat niet, dan ben je een enorme bitch. Probeer het maar eens, te ontsnappen uit de ‘O, dat heb ik óók!’-reflex, en zie wat er van komt.

Een tweede belangrijke nivelleringstactiek is dat je ieder compliment marginaliseert („nou, dat viel wel mee, er valt nog veel te verbeteren”) of teruggeeft („maar jij was óók goed”) of deelt („ja, maar dat is omdat X me zo goed had voorbereid”). Probeer maar eens, een vrouw een compliment te laten accepteren, net teflon.

Geen goede houding om de top te bereiken. Toch passen vrouwen deze tactiek ook bij mannen toe. Ze leggen hun twijfels en problemen op tafel, vragen advies, geven complimenten en verwachten wederkerigheid.

Maar zo werkt dat bij mannen helemaal niet. In sport, debat, kennis en ervaring wedijveren zij continu om de hoogste plek op de sociale apenrots. Ze laten hun positie uitdrukken in salaris, titels, zendtijd en bezittingen. Gedraag je als de beste, dan word je vanzelf populair, al ben je nog zo’n zak.

De strategie voor mannen is diametraal anders: profileer je als de beste. Dat betekent: nooit zwakte of twijfel tonen. Zien ze je als de beste, dan word je vanzelf populair. Het axioma is dus: bij vrouwen is de populairste de beste, bij mannen is de beste het meest populair.

Met name in de politiek betekent leiderschap uitstralen dat jij het beter weet, dat je voluit lof accepteert, en vooral dat je kritiek kunt verdragen in de wetenschap dat je aan de top toch populair wordt.

Wil je als vrouw iets betekenen in de politiek: kom dan, zoals Neelie zegt, uit je comfortzone, laat zien dat je de beste bent, durf impopulair te zijn, blaas op je roemtoeter, accepteer complimenten.

En trek in vredesnaam je wapenrusting aan. Suit up! Je bent verdorie een symbool, je bent hier de beste. Als je dat niet uitstraalt, waarom zouden we dan op je stemmen? Populair zijn, dat doe je maar in je eigen tijd.

    • Charlotte de Vries Lentsch