Kleine beetjes superfood gaan je gezondheid niet helpen

De nuchtere verhandeling van Wim Köhler over superfood (‘Supervoedsel is marketing’, Wetenschap 15&16 maart) ondersteun ik van harte. Er zijn geen toegelaten ‘gezondheidsclaims’, hetgeen betekent dat er geen overtuigend bewijs is dat (extra) consumptie van dergelijke superfoods gezondheidswinst oplevert. Theoretisch is het natuurlijk best mogelijk dat voor bepaalde groepen mensen, bepaalde specifieke voedselproducten een voordelig effect bij bepaalde aandoeningen zouden kunnen hebben. Probleem hierbij is dat je niet weet wat eventueel bij wie en wanneer werkt.

Eenzelfde probleem zien we bij het voorschrijven van reguliere medicatie. Het is van tevoren niet altijd goed te voorspellen of een bepaald medicijn bij een ziek individu ook echt goed zal werken. Daar hebben we artsen voor, die naast het stellen van de diagnose en het voorschrijven van medicatie ook achteraf checken of het wel werkt of dat wellicht beter een ander medicijn voorgeschreven kan worden.

Superfood-dokters (of goeroes) schrijven ongeremd en zonder tijdslimiet voor en laten het aan het (al dan niet zieke) individu zelf over om te bepalen of het werkt. Baat het niet dan schaadt het niet, is vaak de gedachte. Maar als het de gezondheid al niet schaadt, is het in elk geval schadelijk voor de portemonnee. Een leven lang elke dag gedroogde gojibessen slikken gaat behoorlijk in de papieren lopen, zeker als ik daarbij ook nog dagelijks een açaí-extract moet innemen!

Toch is dit vaak moeilijk uit te leggen. Blijkbaar is er een diepgewortelde gedachte dat we gezonder worden en ons beter gaan voelen door het eten van specifiek ‘goed’ of ‘natuurlijk’ voedsel. Daar wordt door de superfood-industrie sterk op ingespeeld. Dit is dus een serieuze zaak, en we mogen in deze discussie het wél bewezen positieve effect van verse producten op de gezondheid niet uit het oog verliezen. Het is een feit, en wetenschappelijk bewezen in een groot aantal uitgebreide studies, dat verse groenten en fruit gezond voor ons zijn. Hoe dat komt weten we eenvoudig niet. Het is heel aantrekkelijk om te gaan zoeken naar de specifieke goede stofjes die daar mogelijk voor verantwoordelijk zouden kunnen zijn, maar dat kan wel eens een lange weg worden.

Om een bevredigende verklaring voor de positieve gezondheidsaspecten van onder andere groenten en fruit te kunnen geven draai ik de bewijsvoering liever om: iets kan ook gezond zijn omdat het niet ongezond is. Verse land- en tuinbouwproducten bevatten veel water, een aantal belangrijke vitaminen en mineralen en daarnaast weinig suiker, zout en vet. Deze producten zijn dus gezond, vooral door wat ze niet bevatten. Als je veel groenten en fruit eet, zal je automatisch minder andere (ongezonde) producten eten. Je zit dan gewoon al vol!

Gezonder eten is dus een kwestie van andere keuzes maken, en vooral minderen met ongezonde producten (producten met veel suiker, zout en vet en met weinig vezels). De consumptie van kleine hoeveelheden geconcentreerde superfoods gaat je hier niet bij helpen.

Hoogleraar productfysiologie en kwaliteit Wageningen Universiteit

Ik mag toch zelf wel beslissen wat ik koop

Naar aanleiding van het artikel over marketing en supervoedsel, vraag ik mij af wat er eigenlijk mis is met marketing. Marketing lijkt hier wel een besmet woord. De Nederlander die gezond wil leven heeft toch het recht om zelf te beslissen waaraan hij zijn geld wil besteden? Wie rookt, drinkt, te veel snoept en drugs gebruikt, krijgt toch ook geen aandacht in deze vorm, of bemoeienis met zijn of haar portemonnee?

Waar gaat het eigenlijk om? Wat is er mis mee met de tendens om gezond te willen leven? Zich fit te willen voelen? Op deze wijze wellicht een bijdrage te leveren om op de kosten van de gezondheidszorg te besparen?

Als ervaringsdeskundige wat betreft gezond leven en al ruim dertig jaar gebruiker van tarwegrastabletten kan ik niet anders constateren dat ik aan het beperken van zorgkosten, gezien mijn leeftijd, een gezond steentje heb bijgedragen.

Wilma Wijkmans Assen