Vliegtuigvlekken op zee

Astronaut John Glenn landde op 20 februari 1962 in de capsule The Friendship 7 in de Atlantische Oceaan. De capsule was voorzien van een kleurstof die het water geelgroen kleurt. Foto AP

De BBC legde nog in januari 2009 uit hoe dat moest, een noodlanding maken op zee. Je begint met het uitzenden van een mayday-signaal. Daarna verstook je zoveel mogelijk brandstof om het drijfvermogen van het vliegtuig te vergroten. Als brandstofgebrek juist de reden was van de noodlanding dan hoeft het niet. Wel is het altijd zaak om de airconditioning op tijd uit te schakelen anders is de druk in de cabine bij de landing niet gelijk aan de luchtdruk buiten. Vanzelfsprekend blijft het landingsgestel, de undercarriage, ingetrokken.

Het is van het grootste belang om de vliegsnelheid zo veel mogelijk te verminderen zonder tegelijk uit de lucht te vallen. Als de motor nog werkt gaat hij nu op minimaal vermogen, de wing flaps moeten omhoog en de piloot landt bij voorkeur tegen de wind in. Op het laatste moment brengt hij de vleugels volmaakt parallel aan het wateroppervlak en trekt hij de vliegtuigneus 12 graden omhoog zodat de staart het eerst het water raakt. Ketsend over het zeeoppervlak komt het toestel tot rust. Het helpt geweldig als de zee niet wild is. The flatter the water the better.

Soms slaagt dan zo’n landing, maar wat er daarna gebeuren moet, liet de BBC in het midden. Het stond in The Worst-Case Scenario Survival Handbook: snel uitstappen want het toestel zal zeker zinken. Eventueel aanwezige vlotten en boten kunnen het best buiten worden opgeblazen. Disaster Survival van Collins zegt het nog duidelijker: snel uitstappen is van levensbelang want het toestel zinkt ‘zonder waarschuwing’. Het heeft dus ook geen zin om de kalmte te bewaren, ook al wordt dat steevast aangeraden. Passagiers die treuzelen bij de uitgang worden naar buiten geduwd. Laat de opblaasbootjes maar zitten en vertrouw op je zwemvest als je dat had kunnen vinden. Hou je anders vast aan alles wat drijven wil en blijf in de groep. Is er ergens land te zien dan kun je een poging wagen daar naar toe zwemmen. Zo niet, dan niet.

In tropische wateren is nu snel kans op een aanval van haaien. Buiten de tropen dreigt onderkoeling. Het Handboek overleven op zee laat zien hoe het sterven nog wat is uit te stellen: door de HELP-houding aan te nemen: de Heat Escape Lessening Posture. Maar het staat vast dat het na een paar uur toch heel stil wordt rond de plek waar zo’n vliegtuig borrelend en zuigend in de diepte verdween. Handstakellichten, rooksignalen en andere seinmiddelen worden niet gebruikt. Zoekpatrouilles vliegen hoog over zonder iets bijzonders te zien.

Op dit punt in de zorgelijke MH370-mijmeringen aangekomen welde deze week een vage herinnering op aan de allereerste Amerikaanse ruimtereizen. Shepard, Grissom, Glenn, het Mercury-project en de landingen van die verrassend kleine ruimtecapsules in de immense Atlantische oceaan. Het was begin jaren zestig en wat je keer op keer verbaasde als je naar die vage tv-beelden keek was hoe snel de capsules gevonden werden. Er stegen helikopters op en binnen een paar minuten hing daar zo’n astronaut onder. De snelle lokalisatie zal wel op radiopeiling berust hebben.

Maar opeens rees het vermoeden dat ook andere middelen werden ingezet. Op kleurenfoto’s zag je de capsules altijd dobberen in een vlek geelgroene kleurstof. Het hoorde erbij, je wist niet beter maar een halve eeuw later dringt het besef door dat die kleurstof óók was bedoeld om lokalisatie te vergemakkelijken.

Na wat trial-and-error op Google is de bevestiging snel gevonden. De Nasa heeft veel historische documenten over het Mecury-project op internet gezet en daarin staat het expliciet. De capsules waren voorzien van een dye marker package die na splash down urenlang geelgroen-oplichtende kleurstof in zee bracht. Vliegtuigen zagen de vlek nog op een afstand van 10 zeemijl, dat is ruim 18 km. Er zijn niet veel details over het hulpmiddel te vinden. Het wordt omschreven als een drijvende schijfvormige patroon die met een lijn aan de capsule vast zat. Er is een foto van de landing van John Glenn in februari 1962 waarop de schijf en zijn touw te zien zijn. De schijf heeft het formaat van een nouvelle cuisine-bord. De lijn heeft nog het leven in gevaar gebracht van Gus Grissom die zijn capsule in 1961 halsoverkop moest verlaten toen die volstroomde met water en begon te zinken. Hij raakte met zijn ruimtepak, dat ook volstroomde, in het koord verward en werd mee naar de diepte getrokken

Het systeem is tot en met de Apollo-vluchten in gebruik gebleven. Voor zover na te gaan was de kleurstof niets anders dan fluoresceïne, de organische verbinding die Bayer in 1871 synthetiseerde en die later bekend werd van de markerpennen. De kleurstof lijkt op te lichten doordat hij de energie van geabsorbeerd blauw licht uitzendt in het geelgroene gebied.

Hij komt hier vandaag ter sprake omdat het een raadsel is waarom verkeersvliegtuigen niet zijn voorzien van dit middel dat de plek van splash down zo onfeilbaar markeert. Hoeveel kilogram fluoresceïne zou er nodig zijn voor een goede vlek? Daarop kunnen de inwoners van Chicago het antwoord geven. Elk jaar op 17 maart verven zij de lokale rivier lichtgevend groen om er St.Patrick’s Day mee te vieren, de traditie stamt uit 1961. De kleurstof wordt met speedbootjes door het water geroerd, internet laat het zien. Aanvankelijk meende men 100 pound nodig te hebben, inmiddels blijkt 40 pound voldoende: 18 kilo. Dat extra gewicht kan toch in de burgerluchtvaart geen bezwaar zijn.

    • Karel Knip