Vind je me een saaie man?

Na een half jaar thuiszitten werd ex-hoofdredacteur van de Volkskrant Pieter Broertjes gek. Nu is hij, onder veel meer, burgemeester. „Dat tactische heb ik van mijn vader.”

Pieter Broertjes, burgemeester van Hilversum: „Ik wil laagdrempelig zijn. Bij de krant probeerde ik ook zoveel mogelijk lezersbrieven zelf te beantwoorden.”

De burgemeester haalt een handgeschreven papiertje uit de binnenzak van zijn donkerblauwe jasje. Een lijstje onderwerpen voor bij de lunch. Pieter Broertjes (61) glimlacht en slaat zijn benen over elkaar. Soepel, ongedwongen. De zon schijnt, we zitten op het terras aan de straatkant. Twee rieten stoeltjes op de stoep met tussen ons in een laag bijzettafeltje. „Goed voorbereid hè”, zegt Pieter Broertjes. Hij wappert met het velletje, plagerig. „Heb ik van mijn moeder. Ze is nu 91. Als ik haar bel en vertel wat ik ga doen, vraagt ze nog altijd: ‘Weet je wat je gaat zeggen? Wel alles van tevoren even opschrijven, hè.’”

Hij bergt het briefje op. Zo, zegt hij. „Hoeveel woorden heb je?” Tot 2010 werkte Pieter Broertjes bij de Volkskrant. Hij begon er in 1980 als redacteur sociale economie, hij eindigde er als hoofdredacteur. „Die krant zit in mijn dna. Dertig jaar, dat is lang hoor.” Dat vond de nieuwe Belgische eigenaar van de krant ook. Pieter Broertjes zwaaide af. „Bij dit interview hoort een lijstje, toch? En een van de vragen is wat ik onmisbaar vind?” Ja. „Ik heb het al met Phlip en de jongens overlegd. Daar ga ik als eerste de Volkskrant op zetten.”

Phlip, zijn vrouw, was opgelucht dat hij ophield als hoofdredacteur. „Ik was nooit thuis.” In al die vijftien jaar is het hem één keer gelukt op tijd te zijn voor het eten. „Bas, mijn zoon, wilde dat zo verschrikkelijk graag. Soms redde ik acht uur. Dat vond hij te laat.”

Bas is nu 26 en net afgestudeerd aan de Filmacademie. Zijn examenfilm is genomineerd voor de studenten-Oscar, die wordt in juni uitgereikt. Na de lunch zal Pieter Broertjes nog even terug rennen om me het sms’je met het goede nieuws te laten zien.

Maar goed, Phlip was dus blij dat hij thuis was. Hij minder. „Het eerste Volkskrantloze jaar moest ik zwaar afkicken.” Niemand om te bellen. Niemand die hem belde. En toen is hij baantjes gaan sprokkelen. Bestuur hier, voorzitter daar, raad van toezicht zus. Dat verklaart deels waarom hij nu, als burgemeester, zo veel nevenfuncties heeft. Het zijn er minstens tien. „Ik kon niet alles wat ik mijn holletje had in gesleept zo maar aan de kant schuiven.” Intussen is hij ook nog voorzitter van de Consumentenbond geworden. In de raad van toezicht zitten mensen van „naam en faam” en het is prettig, zegt hij, om betrokken te blijven bij de „grote wereld”. En dan zit hij ook nog in een adviescommissie bij de Raad voor Cultuur, die zich buigt over de toekomst van de publieke omroep. „Een belangrijke bedrijfstak voor Hilversum.” Eind deze maand wordt het advies gepresenteerd aan de staatssecretaris.

Na een half jaar thuis werd hij gek, zegt hij. Phlip ook. „Ze zei dat ik maar weer eens een baan moest zoeken.” Ze stond er vervolgens van te kijken dat het hem lukte. „Ik had de verkeerde parameters natuurlijk. Lid van de PvdA, man, wit en oud.” Het was de vorige Hilversumse burgemeester die hem drie jaar geleden polste als opvolger. Pieter Broertjes strijkt over zijn donkerrode das met daarop de kleine goudkleurige boekweitkorrels uit het wapen van Hilversum. „De das van Ernst.” Ernst Bakker overleed, 67 jaar oud, in februari.

Een zij-instromer, noemt Pieter Broertjes zichzelf. „Op mijn 58ste heb ik mezelf opnieuw uitgevonden. Vanuit mijn comfortzone ben ik het diepe in gesprongen.” Ik zeg dat hij er nu veel beter uitziet dan toen hij hoofdredacteur was. Minder tobberig, vitaal. „Geen dagelijkse deadline meer, dat scheelt.”

Ha, dit is het moment om weer naar het briefje in zijn binnenzak te tasten. Op een apart briefje, een gele post-it, heeft hij alvast voor me opgeschreven hoe zijn dag er vandaag uitziet. Hij begint bij gisteravond. „Laat op de avond kreeg ik een mail van een kennis. Hij zocht onderdak voor een vriend van hem, een dakloze. Hij kon nergens een slaapplek vinden. Of ik kon helpen.” De ochtend begon dus met een rondje bellen. „Om negen uur was er een bed voor hem.” Kijk, Eberhard van der Laan, de burgemeester van Amsterdam zal zo’n telefoontje niet snel krijgen. „Maar een stad als Hilversum, met 86.000 inwoners is een groot dorp. De persoonlijke zorg voor burgers beschouw ik als mijn taak.” Zoals hij het ook zijn taak vindt om alle mails en brieven van bewoners eigenhandig te beantwoorden. „Mijn ambtenaren raden me het af.” Waarom doet hij het toch? „Ik wil laagdrempelig zijn. Bij de krant probeerde ik ook zoveel mogelijk lezersbrieven zelf te beantwoorden.” Alsof het zo geregisseerd is, komt net de directeur van de VARA langslopen, in elke hand een boodschappentas, twee kleine meisjes aan zijn zijde. „Ha Pieter!” En tegen de meisjes: „Geef de burgemeester maar een handje.” Als hij voorbij gelopen is, zegt Pieter Broertjes: „Klein, heet hij. Frans Klein. Heb je dat?”

De eigenaar van Paisan, een Italiaans zaakje, komt de bestelling opnemen. Pieter Broertjes wacht tot ik een keuze heb gemaakt. Daarna kijkt hij opnieuw op de kaart. „Mijn beste vriend (Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier) zei dat ik niet iets te duurs moest nemen. Dat wekt geen goede indruk.” Hij kijkt naar mij, vragend. De burgemeester van Maastricht kreeg een paar boze brieven toen hij voor dit lunchgesprek een sterrenrestaurant uitkoos, zeg ik. „Aha, dus toch.” Hij neemt bruschetta’s. Geroosterde sneetjes stokbrood met Italiaans beleg.

Terug naar het tweede agendapunt van vanochtend. Een vergadering over de bevolkingszorg, mocht er een ramp uitbreken. „Dat is dé test voor de burgemeester, een ramp. Dán ben je aan de beurt.” Daarna heeft hij een filmpje opgenomen voor de lokale televisie. „Doe ik elke week. Steeds over een ander onderwerp.” Hij kijkt op. „Ben je al in slaap gevallen?” Zijn zoons gaven hem een vergulde schaar toen hij benoemd werd tot burgemeester. „De rotzakken.” Hij heeft een ‘echte’ zoon, Bas. En een pleegzoon, Jordy, die hij zijn ‘plastic’ zoon noemt. Hij is 27 en komt al van jongsaf aan in de weekenden en vakanties bij hen thuis. De jongens wonen nu, met nog een vriend erbij, samen in een huis in Amsterdam. „Die boeven. Alsof een burgemeester alleen lintjes doorknipt.” En voor het geval ik ook mocht denken dat dat zo was, vervolgt hij zijn dagprogramma.

Meneer Broertjes

Straks, na de lunch gaat hij naar Johan Remkes, oud-minister en nu commissaris van de koning, het „opperhoofd” van Noord-Holland. Het zal gaan over de mogelijke fusie van negen gemeenten tot de nieuwe gemeente ‘Gooiland’. Hilversum is een middelgrote gemeente, vergelijkbaar met Deventer of Amstelveen. „Zo’n postzegeltje komt nauwelijks aan de bal.” Maar met negen gemeenten, samen 240.000 inwoners, zijn ze een serieuze speler. „Dan zegt de burgemeester van Amsterdam: ‘meneer Broertjes, wat kan ik voor u doen?” Er is nogal wat verzet tegen een samenvoeging. Bij burgers én bestuurders. Pieter Broertjes is voor. En hij geniet van de onderhandelingen. „Ik zie het als een spel. Een tactisch, strategisch spel.” Remkes, zegt hij, is een geniale schaker. En dan, abrupt: „Je vindt het saai, hè. Ja, je denkt zeker: wat een saaie man?”

Dat tactische, zegt hij, dat heeft hij van zijn vader. Hij was generaal. Zijn vader leerde zijn moeder kennen toen hij, in 1945, terugkeerde uit concentratiekamp Sachsenhausen. „Mijn moeder had de vader van mijn vader verpleegd, tot zijn dood in april. Mijn vader werd pas in mei bevrijd door de Russen. Terug in Nederland ging hij op zoek naar mensen die zijn vader het laatst in leven hadden gezien. Dat was dus mijn moeder.” Zijn vader heeft het verhaal van die ontmoeting één keer verteld, aan een journalist. „Verder sprak hij nooit over de oorlog. Nooit. Ik heb hem twee keer zien huilen. Een keer toen onze hond doodging, en toen zijn moeder stierf. Vlak voor hij ernstig ziek werd, zijn mijn zussen en ik met hem naar Sachsenhausen geweest. De barakken. De gaskamers. Het crematorium. Daar zei hij: ‘Ik ruik de dood nog elke dag.’”

Pieter Broertjes’ oudere zussen zijn verpleegster en Cesar-therapeut. Hij had dokter moeten worden. „Net als mijn beide grootvaders.” De een was huisarts, de ander radioloog. Allebei woonden ze in Hilversum. „Mijn moeder heeft haar studie geneeskunde afgebroken toen ze trouwde in 1946.” Hij lacht. „En die verloren ambitie moest ik inlossen.” Nee, nee, geen jeugdtrauma hoor, zegt hij. Integendeel. „Zonder mijn moeder had ik de mavo nog niet afgemaakt. Door haar haalde ik gymnasium B.” Maar daarna koos hij voor sociologie. „Ik was een linkse jongen, hè.”

Hockeyclub

Thuis werd De Telegraaf gelezen, VVD gestemd en naar de AVRO gekeken, zijn vrouw leerde hij kennen op de Amersfoortse hockeyclub, zij was 16, hij 17. Die achtergrond komt hem nu in Hilversum mooi van pas. Hilversum bestaat uit net zulke tegenpolen als hijzelf. Je hebt Hilversum, het villadorp en Hilversum van ‘over het spoor’. „Mijn moeder woonde met haar ouders in een villa tegenover het raadhuis. De wijken aan de andere kant van de treinrails, daar kwam ze niet.”

Vanavond om zes uur, zijn laatste agendapunt van vandaag, heeft hij een gesprek met de buurtbewoners van het Ooievaarsplein. Over het spoor. Jonge allochtonen zorgen er voor overlast. Ruiten in kinkelen, door brievenbussen plassen, rotzooi trappen. „Ik heb met die jongens gepraat. Ze kwamen alle 23.” Hij op de repressieve toer. „Zo van: zero tolerance. En pas op, of we schakelen jullie ouders in. Komt aan het eind van die avond een van die gastjes naar me toe. Meneer, zegt hij, ‘hebt u misschien een chauffeur nodig?’ Hij verveelde zich gewoon. Alles wat die jongen nodig had, was een baan.” En vanavond na het Ooievaarsplein? „Dan ga ik naar huis.” Hij woont in een appartement in Hilversum. Zijn vrouw woont nog in Maarssen, het familiehuis dat zijn overgrootvader in 1924 bouwde langs de Vecht. Pieter Broertjes is er in het weekend.

Nog heel even mijn briefje, zegt hij dan. „Ik heb hier mijn motto staan. Wil je het horen? Het onmogelijke mogelijk maken.” De impact van zijn leus valt hem zichtbaar tegen. Hij klinkt als een... politicus, zeg ik. Wil hij soms minister worden? Premier misschien? Pieter Broertjes doet alsof hij het niet hoort. „Nee. Ik ben toch veel te oud?” Om daarna zelf over Hillary Clinton te beginnen. Straks in de race voor het Amerikaanse presidentschap. Zij is 68.