Vermoeide mannen

Afgelopen dinsdagavond ging bij mij de bel. Voor de deur stonden twee vermoeide mannen. Een van de twee had een paar verlepte rozen in zijn hand, de ander hield een klein, bang meisje tegen zich aangedrukt. Ik herkende Pieter Hilhorst en zijn Haagse kompaan Diederik Samsom. Ik vroeg of ze koffie wilden.

„Liever iets sterkers”, kreunden ze in koor.

„Je bent het laatste huis in onze wijk”, zuchtte Pieter, „na jou zijn we klaar! Wat een klotenklus die politiek. Toen Lodewijk naar Den Haag ging, heeft hij mij er met iets te mooie praatjes ingeluisd. Ik had het nooit moeten doen! En na morgen hou ik er dan ook voorgoed mee op.”

Ik schonk de heren een jenevertje in en vroeg aan het meisje of ze limonade wilde.

„Kon je geen oppas vinden?”, riep ik vanuit de keuken naar Diederik.

„Jawel hoor”, lachte Samsom, „maar ze hoort bij de campagne. Ze loopt al een week mee langs de huizen en de winkelcentra. Na dat succesvolle filmpje bij de Tweede Kamerverkiezingen dacht ik: never change a winning team. Vandaar. Zij is ons sociale gezichtje.”

„Jij hebt toch heel veel volgers op Twitter?”, onderbrak Pieter zijn vriend.

„Meer dan 300.000”, antwoordde ik niet zonder trots.

„Je moet 300 K zeggen”, verbeterde Diederik mij, „driehonderdduizend is heel erg 2009. 300 K!!”

„Die 300 K is waarom we hier zijn”, vervolgde Pieter, „wil jij op de valreep iets over de Amsterdamse PvdA twitteren?”

„Dat wil ik wel”, riep ik iets te triomfantelijk, „bijvoorbeeld dat we tien jaar een stad zonder belangrijke musea waren, dat er een totaal overbodige metrolijn aangelegd wordt die de hele stad totaal ontwricht en zelfs de chique Bonneterie failliet heeft gekregen, dat we een wethouder hebben die een computerfoutje maakte van honderdtachtig miljoen en daar iets te laconiek over deed. Of moet ik in plaats van honderdtachtig miljoen 180.000 K zeggen?”

„Het is maar tweehonderd meter Noord-Zuidlijn”, schonk Diederik zichzelf nog eens in.

Het sociale gezichtje keek hem onderhand verdrietig aan. Ze was moe en wilde naar bed.

„Ik twitter niks jongens. Dat lijkt me beter. Morgen spreekt de kiezer en ik vrees dat dat overduidelijke taal zal zijn. Daarna mag Pietje de WW in tot hij een nieuw baantje heeft en jij Diederik moet nog even door in Den Haag met onze altijd lachende Teflon-Mark. Succes!”

„Het probleem is dat ik die lullige PvdA-riedel niet uit mijn kop krijg”, zuchtte Pieter, „die heb ik er als een mantra in gestampt en weken achter elkaar lopen bazelen. Zelfs bij de groenteman bestelde ik zaterdag gelijke onderwijskansen voor iedereen in plaats van tien perssinaasappelen en vier struikjes lof.”

Ik schonk de droeve heren nog eens bij.

Toen kreeg ik een sms. Of ik de luier van een bejaarde kennis wilde komen verschonen. Ik sms’te dat ik er aan kwam en vertelde de heren wat ik ging doen.

„Doet de zuster dat niet?”, mengde het sociale gezichtje zich voor het eerst in het gesprek.

„Dat is te duur”, legde ik het kind uit, „je papa moest kiezen tussen de JSF en betere zorg”.

„Dat heet prioriteiten stellen”, zuchtte Diederik tegen zijn dochtertje.

„Maar mijn bejaarde vriend zit nu wel veilig”, lachte ik naar het meisje, „nat, maar veilig!”

Toen maakte ik op beleefde wijze een eind aan de wat ongemakkelijke bijeenkomst en liet het gezelschap uit.

„Heb jij nog een tip hoe we hier een beetje netjes uit kunnen komen?” vroeg Diederik.

„Vertrouw op onze dorpsracist Geertje”, stelde ik hem gerust, „die gaat ongetwijfeld in een Haagse kroeg vol domme mannen iets over Marokkanen roepen, daar lazert het hele land dan overheen en dan kunnen jullie in de luwte jullie wonden likken.”

„Moeten de Marokkanen zich zorgen maken?”, vroeg Pieter bezorgd.

„Natuurlijk niet”, lachte ik, „die zijn inmiddels met meer dan wij. En als ze moeten onderduiken dan roep jij gewoon dat we in Amsterdam nog een hele lange ongebruikte metrobuis hebben. Prima onderduikadres voor heel veel mocro’s en een goed begin voor een prachtige guerrilla!”