Scheidsrechter voor integriteit

Een nieuwe wet maakt het makkelijker de integriteit van bestuurders te toetsen. Een begin, zegt ‘gouverneur’ Theo Bovens.

De Zuidpolder in Dordrecht, gezien vanaf Hotel de Watertoren. De oorsprong van de partij Beter voor Dordt ligt in de strijd tegen woningbouw in dit gebied. Foto David van Dam

Goed dat de provincie- en gemeentewet nog dit jaar worden aangescherpt om bestuurlijke integriteit te bevorderen, vindt de Limburgse commissaris van de koning Theo Bovens (CDA). „Dat helpt bij mentaliteitsverandering.”

De decentralisatie, waarbij het Rijk taken overdraagt aan lagere bestuursniveaus, plus een reeks affaires – zoals die rond de van corruptie verdachte ex-VVD’er Jos van Rey in Roermond – maakten aanpassing van de wet urgent.

„Maar wat minder goed is”, voegt Bovens eraan toe, „is dat burgemeesters en commissarissen van de koning worden aangewezen als hoeders van de integriteit, maar geen instrumentarium krijgen om iets af te dwingen. Alsof er bij voetbal een overtreding wordt gemaakt. Het publiek roept verwijtend naar de scheidsrechter. Maar die kan niets, heeft geen kaarten op zak en is eigenlijk niet eens echt een scheidsrechter.”

Ook Bovens’ collega-commissarissen vinden dat een ernstig probleem.

Politiek en publiek hebben verwachtingen, die volgens de Limburgse ‘gouverneur’ onmogelijk kunnen worden waargemaakt. Aan het geven van instrumenten aan burgemeesters en commissarissen kleven ook bezwaren, zegt hij. „Dat betekent dat je én officier van justitie wordt én rechter én de man die de straf of maatregel ten uitvoer brengt. Al die rollen passen niet in één persoon.” Bovens oppert ook de mogelijkheid van een raads- of Statencommissie die integriteitskwesties beoordeelt. Al voegt hij daar onmiddellijk aan toe, dat de buitenwereld dat zal zien als slagers die hun eigen vlees keuren.

Bovens kreeg vorig jaar kritiek, toen Margriet van Tulder, fractievoorzitter van GroenLinks in Limburg, onder vuur kwam te liggen. Ze zou persoonlijke en politieke belangen hebben verstrengeld bij het lobbyen voor een wetenschapsmuseum waar ze directeur was. Een rapport pleitte Bovens later vrij van nalatigheid, ook omdat hij meerdere gesprekken met de politica over de zaak had gevoerd en haar had gewaarschuwd voor de risico’s.

Met duidelijke regels was de discussie over hemzelf te voorkomen geweest, zegt Bovens nu. Zo zou er ook nagedacht moeten worden over het ‘certificeren’ of beëdigen van onderzoekers. „Het voorkomt meningsverschillen over de onafhankelijkheid van bureaus als BING of oud-politici of hoogleraren die onderzoeken leiden. Met heldere protocollen kunnen integriteitsdebatten vaker gaan over de zaken waarover het zou moeten gaan: de schending of de vermeende schending zelf. Niet over de integriteit van de onderzoeker, of de totstandkoming van de onderzoeksvraag. Dat leidt alleen maar af.”

Limburg haalde de afgelopen jaren de publiciteit met een aantal integriteitaffaires (de kwestie-Leers, wethouders in Echt-Susteren die Essent-dividend uitdeelden aan bevriende verenigingen, de zaak-Van Rey). Toch denkt Bovens niet dat de problematiek typisch Limburgs is. „In mijn provincie zijn politiek, bestuur en media vanuit de historie misschien meer gespitst op zulke zaken. Maar in Noord-Holland en Amsterdam zijn er meer gevallen.”

In Limburg worden gedeputeerden vóór benoeming gescreend. Dat wordt een ‘integriteitstoets’ genoemd. Maar, zegt Bovens, „in wezen is het een risicoanalyse”. Die procedure draagt volgens hem wel bij aan een verhoogd ‘integriteitbewustzijn’, maar biedt geen garanties. Bovens krijgt overigens alleen de conclusies onder ogen, niet de complete rapporten.

„Toen de VVD’er Jos van Rey in de zomer van 2012 gedeputeerde leek te worden, maakte BING een risicoanalyse. De conclusie luidde: hij kan gedeputeerde worden. Dat betekent: er waren geen wettelijke beletselen. Maar de risico’s krijgen commissarissen van de koning en burgemeesters normaal gesproken niet te zien. Van Rey bracht ze zelf in de openbaarheid.” Het CDA vond de Roermondse politicus, hoewel er nog niets bekend was over een justitieel onderzoek, toen al te controversieel als gedeputeerde.

Alle 33 Limburgse gemeenten onderwerpen hun kandidaat-wethouders na de raadsverkiezingen ook aan een zelfde soort risicoanalyse. „Het is goed dat ze dat allemaal doen. En ook de wethouders die al twaalf jaar zitten worden meegenomen. Júíst die wethouders.”

In de toekomst zouden ook aantredende leden van Provinciale Staten zo’n onder zoek moeten ondergaan, vindt de Limburgse commissaris van de koning. „En ik ben het wel met de Maastrichtse burgemeester Onno Hoes eens als hij het ook over de gemeenteraadsleden heeft, zeker in de wat grotere plaatsen. Daar gaat toch heel veel om. En anders dan in kleine gemeenschappen zijn belangen vaak wat minder zichtbaar.”

    • Paul van der Steen