Opgeklopt vijandbeeld lokt oorlog uit

In drie verschillende artikelen werd in NRC van 15 maart ingegaan op de kwestie Oekraïne en in alle drie die artikelen valt de eenzijdige, pro-Westerse toonzetting op.

Arend Jan Boekestijn vindt dat we Poetin meer tegenspel moet geven en moeten investeren in hard power. Bas Heijne gaat voor „éérst hard optreden en dan oplossen”, en Emilie van Outeren citeert met weinig tegenzin een uitspraak van Tartaren: „Je kunt vrienden zijn met een Rus maar zorg dat je altijd een bijl bij je hebt”. Het is een toonzetting die in veel commentaren en politieke uitspraken valt op te tekenen en die past bij de dagelijks vertoonde beelden waarin anti-Russische uitingen bij voorkeur als sympathiek worden neergezet ten opzichte van pro-Russische uitingen.

Het doet denken aan de typische good guys / bad guys- eenzijdigheid waarmee in (Koude) oorlogsituaties het patriottisme van het volk wordt opgestookt. De westerse invallen in 1991 in Kosovo en in 2003 in Irak waren volstrekt in strijd met het zelfde internationale recht waar het Westen zich nu zo braaf op beroept - enige terughoudendheid van het Westen in hun afkeuring en sancties zou hier wel op zijn plaats zijn.

En hoe illegaal is dat referendum op de Krim nu eigenlijk als we dat afzetten tegen de omverwerping door ‘de staat’ van een democratisch gekozen regering, hoe afkeurenswaardig wij dat ook moge vinden.

De burger heeft recht op dit soort nuanceringen. Commentatoren en politici dienen zich hier rekenschap van te geven en hun verantwoordelijkheid te nemen. Het voorkomt een opgeklopt vijandbeeld dat maar al te vaak de opmaat tot crisis en oorlog is gebleken.

    • Theo Pols