Presteren brandt studenten op

Er kwam laatst een jonge vrouw binnenlopen bij studentenpastor Theo Koster. Ze vertelde hem dat ze teleurgesteld was in zichzelf. Ze had een 9 gehaald voor een tentamen. „Het had meer moeten zijn, vond ze”, zegt Koster, die in de studentenkerk van de Radboud Universiteit Nijmegen werkt.

Zo ziet Koster steeds meer studenten. Het heeft volgens hem te maken met de groeiende nadruk op presteren. Alles draait om excellentie. Koster ziet steeds meer studenten die puur op ratio werken. Het begon aanvankelijk met getalenteerde, goed uitziende mannen. In hun middelbare schooltijd was het hen voor de wind gegaan. Maar dat hield opeens op. „Er kwamen er steeds meer bij me met een onverklaarbare vermoeidheid”, zegt Koster. „Ze konden niet huilen, niet lachen. Ze hadden hun gevoel uitgeschakeld.”

Zo heeft hij steeds meer studenten over de vloer gekregen, ook vrouwen. Hij kent een studente die drie jaar geleden met fonkelende ogen, en vol plannen, begon aan haar studie. „Nu is ze opgebrand en loopt ze echt met de dood in haar ogen.”

Koster vindt dat de universiteiten falen. Ze zijn de laatste tien, vijftien jaar te veel nadruk op prestaties gaan leggen. Er wordt gepronkt met alle binnengehaalde prijzen, met publicaties in toptijdschriften. Maar de studietijd is ook een cruciale periode voor de persoonlijke vorming. Dat staat nu veel te veel op de achtergrond, vindt Koster.

Hij ziet die prestatiedruk in de hele samenleving. „Maar je zou willen dat juist universiteiten dit spelletje doorhebben en er niet aan meedoen.” Helaas, ze doen het wel. En inmiddels begint die excellentie-manie via de universiteiten ook door te sijpelen naar middelbare en basisscholen. „Daar is verzet tegen deze ontwikkeling. Zij hebben nog wel dat opvoedkundige klimaat wat ik bij universiteiten inmiddels mis.”

In de studentenkerk probeert het team van pastores een sfeer te creëren waar studenten elkaar ongedwongen kunnen ontmoeten en praten over existentiële vragen: Wie ben ik? Hoe zien anderen mij? Wat zijn m’n onzekerheden? „Ook al zoiets”, zegt Koster. „Onzekerheden. Het is not done om daarover te praten.” Hun mooie kant laten ze wel zien, maar niet de dingen waar ze moeite mee hebben. Het wordt niet gedeeld. Dat maakt, zegt Koster, dat veel studenten eenzaam zijn. „Ik zeg al jaren dat studenten eenzamer zijn dan bejaarden.”

Juist dat probeert het team te doorbreken in haar kerk. Ze wil een sfeer waarin studenten verhalen gaan delen en over dingen vertellen die hen raken. „Zodat ze zich aan elkaar gaan spiegelen, en beter zicht krijgen op zichzelf.”

In de studentenkerk is twee jaar geleden een ruimte ingericht als huiskamer. Door studenten zelf. Eerst heette het ‘ontmoetingsruimte’. Totdat Koster er door een student op werd gewezen dat het woord verkeerd was. Het straalde te veel uit dat je er moet ontmoeten.

De ruimte werd aangepast. „Niet eens zo heel veel”, zegt Koster, terwijl hij vanuit zijn werkkamer naar die huiskamer loopt. „Ze hebben over de grijze banken wat gekleurde doeken gelegd. Er staan wat gitaren. Er is een kleine, lage kast bijgekomen, met wat boeken en spelletjes.”

De huiskamer grenst aan een ruime keuken. Hier wordt dagelijks gekookt, ook door studenten zelf. Vooral de woensdagavond, bedoeld voor internationale studenten, is altijd ruim overtekend. De ene week wordt er Egyptisch gekookt, de andere week Russisch, of Italiaans, zegt Koster.

Volgens hem dringen studenten in de universiteitsraad er bij het bestuur al langer op aan dat er meer van zulke ruimtes moeten komen op de campus. Ze zijn er niet, zegt Koster. „Er is te weinig aandacht voor de menselijke factor.”