Primavera

Zou ooit nog een Nederlander Milaan-Sanremo kunnen winnen? Solerend over de Cipressa en de Poggio of om het af te maken met een superieure jump, zoals destijds Jan Raas uit Zeeland? Ik heb er een hard hoofd in.

Echte finishers zijn niet meer voor het oprapen in de polder. Sebastian Langeveld en Tom-Jelte Slagter kunnen aan het einde van een etappe nog door een muur van zwarte sneeuw beuken, maar de Primavera is van een ander soort geweld. In deze klassieker – meestal een vluchtkoers – moet je ook talent voor geluk hebben, de schoonheid van een ultieme demarrage willen zien.

Slagter imponeerde in Parijs-Nice, maar voor de grotere jongens was deze etappewedstrijd naar de zon meer voorbereiding dan strijd.

De openingsklassieker van het voorjaar is omhangen met romantiek en heroïek. Er zit iets catwalkachtigs in Milaan-Sanremo. Bloemenjurken. Scheve dwergen winnen deze poëtische slijtageslag niet – zij buigen het hoofd voor stilisten. Ook daarom is het zo jammer dat Nederlandse coureurs nauwelijks nog geïnteresseerd zijn in lenteklassiekers. Ze zouden aan de Italiaanse Rivièra nochtans het stigma van blinde stoempers kunnen afwerpen.

Het poldercyclisme is geobsedeerd door Rondes en, ter voorbereiding daarvan, door etappekoersen. Hokken in de slipstream van Bau en Lau? Terwijl de glorie van eendagskoersen niet gedeeld moet worden en dus een uitvergrotend effect heeft.

Misprijzen voor Milaan-Sanremo is vooral dom. De winnaar fietst zich regelrecht de eeuwigheid in. Idem dito met de Ronde van Vlaanderen en La Doyenne. Maar zelfs de Amstel Gold Race ontketent niet eens koorts van Hollanditis. Terwijl op de Cauberg wel een zee van oranjegekte gestapeld staat, zij het minder verkleed.

De topfavorieten voor zondag zijn gekend: Peter Sagan, Fabian Cancellara, Philippe Gilbert, Mark Cavendish. Tom Boonen verkeerde ook in bloedvorm, maar haakte in extremis af wegens een miskraam van zijn vriendin Lore. Het is een niet gering offer van troost voor een klassiek renner.

Aandoenlijk.

Om de liefde tussen de Lage Landen niet te bruuskeren deze voorspelling: ook een Belg wint nooit Milaan-Sanremo. De Poggio is voor de meesten al iets te hoog gegrepen en als straks de Pompeiana wordt ingevoerd is het liedje van de Primavera uit.

Belgische wielrenners voor klassiekers zijn berekend op molshopen, niet op enig gebergte.

Ik verheug me op de aanwezigheid van Karsten Kroon in Milaan-Sanremo. Niet dat hij een schijn van kans heeft, maar Karsten is een rolmodel. Stilaan naar de veertig, Alessandro Petacchi en Davide Rebellin achterna, en nog steeds bezeten van de koers. Een rennersleven getekend door valpartijen en blessures, maar niet stuk te krijgen. Nadat hij in 2002 een etappe in de Tour won, is de ellende begonnen. Het succes kwam te vroeg. Karsten ging in die tijd liever op bezoek in Guggenheim dan naar het circus op l’Alpe d’Huez. Zijn aanbidding voor Japanse kunst was grenzeloos.

Zelf lijkt hij ook een handgeslepen kunstwerkje. Aan Kroon zie je niet dat hij afziet – de koers bijna als kanovaren. Wel een eigenzinnige Drent: macrobiotisch links zoals hij het thuis geleerd heeft. Als hij in het buitenland was, kreeg hij altijd via de post een boek opgestuurd. In moeilijk Engels. Zijn vader was leraar Engels en niet erg gecharmeerd van versnellingsapparaten.

Een intellectueel.

Dat is Karsten Kroon op zijn manier ook.

Het hele peloton weet dat je met deze rouleur beter over kunst dan over slagregens en interval kan praten. Toch is hij, casuïst met een hart van cake, zondag wegkapitein in de ploeg van Bjarne Riis.

De wenken en bevelen zullen zachtmoedig zijn.

    • Hugo Camps