Politiek is nu vermaak

Nederlandse politici houden het niet lang vol want ze hebben geen achterban. Het komt aan op hun stagecraft maar hun beleid verveelt dan, vindt Jan Kuitenbrouwer.

ILLUSTRATIE HAJO

Het is geen ongewoon tafereel dat een lid van de Amerikaanse senaat met zijn rollator door de vergaderzaal schuifelt. De suppoosten tillen hem achter het spreekgestoelte, waar hij zijn zakken aftast naar zijn speech, zijn leesbril trillend op de neus plaatst, een slokje water neemt, nog even naar zijn tekst tuurt en dan ten lange lesten het woord neemt.

De 25 langst dienende Amerikaanse senatoren zitten tussen de 35 en 51 jaar in de Senaat; de kampioen, de democraat Robert C. Byrd, zwaaide nog maar onlangs af. Het Nederlandse record, 44 jaar, werd gevestigd in 1946. Het gemiddelde in de huidige Tweede Kamer is een kleine vier jaar. Recordhouders zijn Mariëtte Hamer, Harry van Bommel en Kees van der Staay: zij zitten bijna 16 jaar in de Kamer.

Waar komt dat verschil vandaan? Amerika heeft een districtstelsel, een volksvertegenwoordiger heeft een achterban. Amerikaanse kiezers sturen hun man (m/v) naar de hoofdstad om hun belangen veilig te stellen. Zit hij daar eenmaal, dan hoeft hij geen extreme dingen meer te roepen en talkshows af te lopen. Dan moet hij regelen wat hij beloofde te gaan regelen.

Doet hij dat niet, dan sturen ze de volgende keer zijn concurrent, met min of meer dezelfde missie. Logrolling, pork barrel, bringing home the bacon – niet voor niets gaat het in de Amerikaanse politiek zo vaak over gevulde magen en een winddicht huis.

Ooit werd die functie in Nederland vervuld door een uitgekiend stelsel dat strijd omzette in evenredige verdeling, ook wel ‘zuilen’ genoemd. Dat waren in feite onze districten, maar sindsdien worden de ‘middelpuntvliedende krachten van de levensbeschouwelijkheid’ (Lijphart) niet meer beteugeld, en is politiek een wedloop om aandacht, gemeten in decibellen. Kamerleden hebben geen achterban meer, niet als ze aantreden en ze blijven te kort om er een op te bouwen. Wat zij vooral hebben is stagecraft, toneelkunst. De X-factor. Ze vertegenwoordigen ‘een geluid’, worden ‘gecast’ voor een rol op het Haagse toneel.

De Tweede Kamer als talentenjacht.

Maar entertainment is iets anders dan politiek. Het verschil? Een ster geeft, een politicus belooft. Het publiek moet blij zijn met wat de ster geeft, en dat is moeilijk genoeg, maar als je daarin slaagt, kun je lang meegaan. Zie de Stones. Politici beloven. Wij moeten hén iets geven en daar beloven zij iets voor terug. Geef mij macht, aandacht en geld, dan ga ik iets voor u doen.

Sterren wekken verwachtingen, maar hebben nooit een schuld. Politici hebben altijd schuld. Een ster die niet geeft, nemen wij niets kwalijk. Die vergeten we gewoon. Een politicus die niet geeft, krijgt pek en veren.

‘De kiezer waardeert nóg niet wat wij voor hem doen’ – we hebben het Spekman en Samsom de afgelopen maanden honderd keer horen zeggen. Het probleem in een notendop! Iets anders kúnnen ze niet zeggen. Zij hebben een schuld en een schuldenaar, die vraagt om geduld. Geduld, in deze tijd. Ha!

Wethouder Asscher krijgt de kans om door te schuiven naar een groter podium, zijn plaats komt vrij, maar geen nood, hij heeft een nieuw talent op het oog. Hij cast hem als understudy en lanceert hem als opvolger: Pieter Hilhorst. A star is born. Pieter heeft geen district, geen achterban en geen machtspositie, maar hij heeft talent, een leuk ‘naturel’ en enige bekendheid van televisie. Stagecraft.

Ga maar zingen, zegt het publiek. Maar Pieter heeft z’n jaar niet, Pieter kan de druk niet aan, Pieter had een nummer moeten kiezen dat beter bij zijn stem past. Nu draaien geen van de rode stoelen van The Voice of Holland zich goedkeurend om. De politieke pers, die eigenlijk alleen nog recenseert, is vernietigend. De producenten Asscher en Samsom, die Hilhorst gecoacht, gekoesterd en gecast hebben, halen hun schouders op. Tja, wij zagen wel wat in hem, maar ... het komt er niet helemaal uít! Jammer.

Pieter Hilhorst is een politieke transgender: hij begreep het half. Hij heeft stagecraft, presence, charme, charisma, maar hij gaf te weinig en beloofde te veel. Beloften zijn in de showbusiness niets waard. Wie niets ‘brengt’ moet wegwezen, en snel een beetje. Next! Zo vertrekken er nu nog 600 andere wethouders.

Tv-makers zoeken ’s ochtends als eerste hun kijkcijfers van de vorige avond op. Hoeveel mensen hebben gekeken? Wat was het marktaandeel? En, een ander belangrijk criterium: waar gaat het gesprek bij de koffiemachine over?

Voor politiek geldt hetzelfde. Want waar de mensen over praten, het ‘gesprek van de dag’, daar willen de media het over hebben. En de politiek dus ook.

Direct na Wilders’ optreden op de Haagse verkiezingsavond barstte de discussie los: vertolkt hij nu wel of niet een reëel bestaand gevoelen onder de bevolking? Dat is de vraag helemaal niet. De veronderstelling dat de PVV-aanhanger een rationele, verantwoordelijke burger is die welbewust voor een racistisch, xenofoob beleid kiest, is onzinnig. Hij is een zoogdier met universele reflexen.

Er is geen land op aarde waar een willekeurige politicus niet op een willekeurig moment haat kan oproepen jegens een willekeurige minderheid. Een Panamese gouverneur kan het met kruideniers doen, een Tsjechische burgemeester met langharigen en een Noorse landdrost met Zen-boedhisten, zolang er maar media zijn die hen spreektijd geven.

Geef mij een microfoon en een minderheid en ik geef u een bloedbad. Dat is geen politiek, dat is biologie.

Nog steeds denken veel intellectuelen dat het populisme de stem van een genegeerde, misdeelde klasse is. Dat is niet zo. Het populisme is een communicatiestrategie, een ‘spreekregime’ zoals de Vlaamse taalkundige Jan Blommaert het noemt.

Waarom werd het niets met de voorlopers van Wilders, met Glimmerveen en Janmaat? Omdat die geen spreektijd hadden. Waarom krijgt Wilders die wel? Omdat hij van alle moderne politici het best is aangepast aan de nieuwe, neoliberale mediacultuur, waarin alles draait om marktaandelen en rendement. En die alles onderwerpt aan de wetten van het entertainment. Kunsten, wetenschap, media en politiek. Wie dat miskent sneuvelt, wie het begrijpt maakt furore.

Sinds Wilders in 2005 de PVV oprichtte, zijn alle Nederlandse partijen van leider gewisseld. Wilders heeft een lange levensduur, want hij schaakt op het juiste bord. Hij ís geen politicus, hij is een entertainer. Hij geeft het systeem wat het ’t liefste eet.

Maar Wilders belooft toch ook dingen? Ja en nee.

Politici houden van het woord ‘droom’. Maar altijd haasten zij zich eraan toe te voegen die droom ook echt te zullen realiseren. Waarmee zij het woord de facto devalueren tot een eufemisme voor ‘plan’, ‘project’, ‘ambitie’.

Is de essentie van een droom niet dat hij geen werkelijkheid kán worden? Daarom zijn de ‘dromen’ van politici ook vaak zo saai en obligaat: het zíjn geen dromen, want ze moeten sporen met een beleidsagenda.

Wilders deed even half mee aan een kabinet, maar was dat een belofte? Verwachten mensen werkelijk van Wilders dat hij iets gaat doen? Is het vergezicht dat hij ons voorspiegelt, ook maar enigszins realiseerbaar? Nee. Wilders’ droom is een échte droom: fantastisch en irreëel. Een sprookje zonder logica en consistentie, zonder zwaartekracht en tegenwind. Een troostrijke fictie, zoals kunstenaars creëren.

Kunstenaars die altijd verder gaan, ongehinderd door toetsing, rekenschap en evaluatie. Die niet blijven leuren met een vergeeld vergezichtje, maar die rusteloos blijven zoeken naar het volgende superlatief, de volgende mutatie van hun genie, de volgende incarnatie. Zoals Bowie, Madonna, of Gaga. Zoals Picasso, Mondriaan of Hirst.

Wilders doet dat ook, en dit was zijn nieuwste creatie. Perfect getimed, perfect gelanceerd. En kijk eens, wat een hit. ‘Willen wij meer of minder Marokkanen?’ riep hij. ‘Minder, minder!’ scandeerde zijn publiek. De natie ontplofte.

Zelf was ik het meest geschokt door het zinnetje dat daarna kwam: ‘Dan gaan wij dat regelen.’ Oeps, een oude Haagse reflex. ‘Regelen’? Hoe dan? Gaat de PVV Liou Bolin inschakelen, de Chinese kunstenaar die mensen zo beschildert dat ze wegvallen tegen hun achtergrond? Of krijgen Marokkaanse Nederlanders allemaal een nummer aan hun oor, en dan even en oneven nummers om beurten de straat op, zoals in Parijs met de smog?

Pas op, Geert. Onthoud dat nou: je bént geen politicus, je bent een performer, een kunstenaar, een mediaster. Niet beloven, alleen maar geven, geven, geven. Daar kun je heel oud mee worden. Denk aan Sinterklaas.

    • Jan Kuitenbrouwer