Overleven in een zee zonder water

illustratie irene goede

Je zou het koppig kunnen noemen. Of onhandig. Of heel bijzonder.

Zeeslangen, die hun hele leven in zee zwemmen, lusten geen zeewater. Dan drinken ze liever helemaal niks. Ze kunnen een half jaar zonder water. Een half jaar! Al die tijd kunnen ze wachten totdat het gaat regenen.

Het kan goed zijn dat je nog nooit een zeeslang hebt gezien, want in Europa komen ze niet voor. Ze lijken op gewone slangen, alleen ze zwemmen in zee, in de tropen. Veel zeeslangen zijn mooi, met felle kleuren. Maar je moet goed voor ze uitkijken, want ze zijn vaak verschrikkelijk giftig. De zeeslang op de tekening ook. Hij heet de ‘samengedrukte zeeslang’, vanwege zijn platte staart.

Maar over zijn enge gif, waar je verlamd van raakt, gaat het hier niet. Het gaat over hoe de zeeslang aan water komt. Op zee is dat niet gemakkelijk. Mensen sterven op zee snel van dorst. Het water is veel te zout om te drinken. Als je ooit op een vlot belandt, moet je snel een grote bak maken van een plastic zeil of zo, en al het regenwater opvangen.

Dieren die in zee leven, hebben er allemaal iets op gevonden. Je kunt net zo zout worden als de zee. Dat doen kwallen bijvoorbeeld. Of je drinkt zeewater en zorgt dat je al het zout weer uitplast of -niest: dat doen vissen en schildpadden. Of je drinkt niks, maar eet heel veel vis. Dat doen walvissen. Al die dieren hebben zich aangepast.

Maar de samengedrukte zeeslang niet. Die wacht tot het gaat regenen. En dat kan lang duren, in de tropen. In sommige landen waar de zeeslang leeft, zoals Costa Rica, duurt de droge tijd een half jaar. Er valt dan geen druppel.

Leuk zullen de zeeslangen dat niet vinden. Aan het eind van de droge tijd zijn ze uitgedroogd en ongezond. Maar gelukkig valt de regen in de regentijd met bakken uit de lucht. Zoveel, dat bovenop de zee een laagje fris regenwater drijft. Eindelijk drinken.

    • Hester van Santen