Op korte klim hoort hij tot de wereldtop

‘De nieuwe Joaquim Rodríguez’, zo noemt zijn ploegbaas Jonathan Vaughters zijn jonge pupil.

Tom-Jelte Slagter blijft wereldkampioen Rui Costa (donkerblauw shirt) voor in de zevende etappe van Parijs-Nice. Foto AP

Je kunt natuurlijk met mindere wielrenners vergeleken worden. De Amerikaan Jonathan Vaughters, ploegbaas van Tom-Jelte Slagter bij Garmin, heeft er „geen enkele twijfel” over dat zijn Nederlandse pupil op termijn zo goed kan worden als Joaquim Rodríguez, bijgenaamd ‘Purito’. De Spanjaard won koersen als de Waalse Pijl en de Ronde van Lombardije en finishte in de drie grote rondes op het podium.

De naam van Tom-Jelte Slagter, een 24-jarige renner uit Slochteren, wordt zoetjesaan met respect uitgesproken in het peloton. Met zondag Milaan-Sanremo in aantocht is hij een renner om rekening mee te houden. Vorig jaar, nog in dienst bij Blanco (het tegenwoordige Belkin), baarde hij opzien door de Tour Down Under te winnen. Deze maand schreef Slagter twee etappes in Parijs-Nice op zijn naam. Vooral zijn tweede overwinning, in de etappe naar Biot, baarde opzien. Op een explosief klimmetje bleef Slagter sprintend in een groepje de Portugese wereldkampioen Rui Costa (Movistar) voor.

Die zege was indrukwekkend, maar is het niet wat vroeg om Slagter dezelfde kwaliteiten toe te dichten als Purito? Vaughters licht toe: „Tussen 2007 en 2009 was Rodríguez precies een renner zoals Tom-Jelte nu is: een zeer explosieve klimmer. Beetje bij beetje begon Purito steeds langere klimmen aan te kunnen, tot op het niveau dat hij het drie weken kan volhouden. Bij Tom-Jelte zie ik een beetje datzelfde patroon. De komende twee jaar zal hij zich vooral richten op eendagskoersen, maar over drie à vier jaar zie ik hem in staat om zich te richten op grote rondes.”

In zijn jeugd was Slagter een redelijk getalenteerd schaatser - zo haalde hij de gewestelijke selectie – maar het wielrennen trok hem toch meer. Hij groeide op aan de rand van het aardgasdorp Slochteren, een plaats waarvandaan uitsluitend rechte, vlakke wegen tussen de akkers lopen. Slagter traint geregeld samen met zijn provinciegenoot Bauke Mollema (Belkin). Dat klikt ook. Mollema noemde Slagter vorig jaar als een van zijn vrienden in het peloton.

Op zijn twintigste belandde Slagter in het Rabobank Development Team, de opleidingsploeg van het toenmalige Rabobank-team. Daar toonde hij dat hij „geen verkeerd manneke” was, zegt zijn toenmalige jeugdtrainer Piet Kuijs. „Hij mocht snel door naar de profformatie. Hij is niet meteen wereldtop, maar hij is wel goed op lastige aankomsten. En hij heeft een neus om mee te zijn in de goeie ontsnapping.”

Na zijn winst in de Tour Down Under, januari 2013, brak er iets tussen Slagter en zijn ploeg, inmiddels omgedoopt in Belkin. De Groninger had erop gerekend dat hij mocht deelnemen aan de Tour. Vlak voor het begin van de Tour kreeg hij een aanbieding om zijn aflopende contract te verlengen. Tegen Radio Noord zei hij later: „Ik had een week tijd om te beslissen, ja of nee. Met de boodschap erbij: als je niet tekent, dan ga je ook niet naar de Tour. Nou, dan toch geen Tour. Ik laat me niet chanteren.”

Het tekent de jonge wielrenner. Zachtaardig is hij, ja. „Geen grote persoonlijkheid”, zegt Vaughters zelfs. Maar wel verdraaid eigenzinnig. Kuijs: „Dan besprak je dingen met hem en zei hij dat hij het ermee eens was, en dacht hij ondertussen iets heel anders.”

Over de vergelijking met Purito heeft Kuijs zo zijn twijfels. In grote rondes, zegt de jeugdtrainer, is Slagter goed om de kopmannen te ondersteunen. „Maar in tijdritten en in het hooggebergte komt hij net tekort om zelf een rol van betekenis te kunnen spelen. Op echt lange klimmen, van tien à vijftien kilometer, kan hij misschien één keer mee. Maar als er een etappe is met meer van dat soort klimmen, haakt hij af. Dat is natuurlijk ook aangeboren, of je daar mee kunt komen of niet.”

Maar het zou Kuijs niet verbazen als Slagter hoog eindigt in de Waalse Pijl of in Luik-Bastenaken-Luik. „Of in een lastige etappe in een grote ronde: een paar lastige heuvels, maar geen hooggebergte.” De vergelijking met een andere renner ligt wat Kuijs betreft meer voor de hand: „Dat is precies het soort etappe waar Rui Costa het patent op heeft.”

    • Derk Walters