Oneindig laagland

Talrijke pontjes ontsluiten de uiterwaarden voor wandelaars. John Jansen van Galen gaat heen en weer over de Waal.

Aan onze voeten lopen de golven van een voorbij varende aak zachtjes kabbelend uit op een strandje tussen de kribben. Bij Tiel zijn we de dijk afgegaan en de uiterwaarden van de Waal ingelopen. Een kudde Rode Geus-runderen wachtte ons vol verwachting en enigszins beducht op; toen we vlakbij waren sloegen ze op de vlucht, behalve eentje die er ziek uitzag. Het buitendijkse land onder Ophemert is weids, met ongelooflijk lentegroene, uitgestrekte weiden. Rijen pas geknotte wilgen staan met de voeten in het water van een dode rivierarm, zwermen ganzen strijken neer op de oevers.

Dit is het rivierenland, waar de weidsheid om je heen en de wolkenluchten boven je een gevoel van grote vrijheid geven. Wandelen langs rivieren betekende vroeger: op asfalt lopen, op dijkwegen die je deelde met tractoren, fietsers en slierten motorrijders. Wel uitzichten, geen rust. Inmiddels zijn veel uiterwaarden opengesteld voor wandelaars. Steeds meer eigenaren bedingen in de pachtcontracten het gedogen van ‘recreatief medegebruik’. Ze willen het toerisme bevorderen. De wandelaar is er mee gematst: hij heeft nu overal aan de rivier het rijk alleen.

Ook het project Ruimte voor de Rivier van Rijkswaterstaat droeg sterk bij aan de bereikbaarheid te voet van de grote rivieren, zoals in uiterwaardenpark Meinerswijk bij Arnhem. Je bent er door stad omgeven: de gevangeniskoepel, de Kematoren en de Eusebiuskerk zijn vlakbij, maar je loopt door open land vol wilgen, peppels en stug struikgewas tussen brede kolken en wielen, restanten van dijkdoorbraken. Zwarte koeien en grijze paardjes grazen in het grasland en aan de overkant van de Rijn rijst de Veluwezoom voor je op. ‘Positiviteitsgoeroe’ Emile Ratelband pleit ervoor hier een Kuifjepark te maken naar analogie van Disneyland, maar gelukkig vindt hij weinig gehoor meer.

Op die dag langs de Waal kwam boven de dijk de oude kerktoren van Varik in zicht waar het voetveer naar Heerewijnen voer. In het rivierenland is de actieradius van wandelaars de laatste decennia aanzienlijk vergroot doordat van april tot oktober talrijke pontjes varen, die het verkennen van beide oevers op één dag mogelijk maken. Toen in de jaren zeventig veel veren werden opgeheven (men kon nu toch per auto over bruggen naar de overkant!) vond een huisvrouw uit Slikkerveer, Meta de Visser, dat te gek voor woorden. Ze liet het er niet bij zitten. Het werd een van de succesvolste acties uit de Nederlandse geschiedenis: overal zijn fietsvoetveren in ere hersteld, vaak bediend door vrijwilligers, mannen uit het rivierenland die hun hart verpand hebben aan de rivier. Tussen Verik en Heerewijnen hadden zij er vorig jaar – wij waren er vroeg in het seizoen – nog de grootste moeite mee om in de sterke stroom van de rivier het kittige motorbootje naar de steiger te manoeuvreren.

Langs de zuidelijke oever van de rivier vervolgden we onze tocht oostwaarts. Verdord gras was hoog in het prikkeldraad achtergebleven en onder de kruin van de dijk lag een dunne streep vergaan afval die liet zien hoe hoog de rivier in de winter was gekomen. In de stenen dijkdoorgang waren uitsparingen zichtbaar voor houten schotten die het wassende water moeten tegen houden.

Met de wind rond ons hoofd en de zon achter, liepen we een graspad op met aan weerszijden een breed water: rechts een oude riviervertakking links het drukke scheepvaartverkeer op de Waal. Natuurlijk moet de wandelaar soms de verharde dijkweg volgen, maar een kniesoor die daarover klaagt: spoedig gingen we alweer langs de ruïne van een verlaten steenfabriek naar het ruige oeverland van de Waal. Een brandgans dobberde samen met een grauwe gans op een woelige poel. „Een stelletje”, wist onze metgezel de boswachter.

Tegen de avond bereikten we het statige Veerhuis van Wamel. Daar te logeren, met zicht op de Waal en de uiterwaarden! Helaas was onze bagage aan de overzij in de kofferbak geborgen en voer het veer na half zeven niet: geen tijd meer om heen en weer te varen. Met spijt scheepten we in op de Hendrikus. De zon daalde boven de kaden en wallen van de oude handelsstad Tiel en blikkerde op de brede stroom die traag westwaarts stroomde, het licht spatte eruit. Als het niet zo’n cliché was, zou je nog in de verleiding komen Hendrik Marsman te citeren.