Lijkt het niet? Geld terug

Een eigen portret is niet alleen voor de koning weggelegd. Een geschilderd portret heb je al onder de 1.000 euro.

D

at kunnen wij ook, moeten ze in de gemeenteraad van Zwijndrecht hebben gedacht. Mondriaanfonds en Rijksvoorlichtingsdienst hadden een wedstrijd uitgeschreven om drie nationale, officiële staatsieportretten te verkrijgen. Zwijndrecht deed hetzelfde voor een geschilderd koningsportret, op te hangen in de raadzaal. Probleem: de kwaliteit van de inzendingen viel tegen, om het zacht uit te drukken. De „raadzaal onwaardig”, oordeelde een jurylid.

Uit het Zwijndrechtdebacle is een les te trekken: de prijs voor de winnaar was 750 euro, voor dat bedrag kun je niet veel verwachten. Een beetje bekwame portrettist vraagt meer, en zonder het risico te worden afgewezen.

Aan portretschilders geen gebrek. Vraag is natuurlijk wel: wie kan een echt gelijkend portret schilderen. Het programma Sterren op het doek heeft acht tv-seizoenen iedere week drie kunstenaars een bekende Nederlander laten portretteren: 165 portretschilders. Redacteur Sanne Schippers: „Het zal lastig worden nog nieuwe te vinden die het ook echt kunnen.”

Toch zijn ze er. Zoals, in het goedkopere prijssegment: Corinne Veen, uit Zelhem (huisdieren vanaf 600 euro, mens of paard vanaf 900). Uit het middensegment: Heleen van Lynden uit Muiderberg. (Portretten van één persoon vanaf 990 euro, twee personen vanaf 1.650 euro.) In de categorie boven de 10.000 euro: Urban Larsson, een Zweedse kunstenaar gevestigd in het oude atelier van Breitner op het Prinseneiland in Amsterdam. Vorig jaar portretteerde hij de Zweedse koningin Silvia.

Portretkunstenaars zitten zelden bij een galerie. Mensen weten hen wel te vinden via internet. Emile van Dalen, die voor Sterren op het doek Linda de Mol portretteerde, heeft voor klantenwerving wel eens op de miljonairsfair gestaan. Van Lynden adverteerde jarenlang in hockeyblaadjes in het Gooi, maar dat is niet meer nodig. „Alles dankzij Google.” Het internet is ook goed te gebruiken om de gave tot natuurgetrouw schilderen te etaleren, met portretten van beroemdheden. Zo is de acteur George Clooney te vinden op de site van Van Dalen.

No cure, no pay

De meeste kunstenaars in het lage en middensegment blijken op no-cure-no-paybasis te werken. Als de klant vindt dat het portret niet lijkt, dan krijgt hij zijn geld terug. De meeste portrettisten laten dertig procent aanbetalen. „En bij lastige klanten”, zegt een portrettist, „vraag ik een hoger percentage”. Van Lynden wijst erop dat de regeling ook in haar belang is. „Een portret dat niet lijkt, hangt als antireclame bij iemand in de huiskamer.”

Ze vertelt over een man die zijn vrouw met haar portret wilde verrassen. Toen Van Lynden haar voor het eerst in het echt zag, begreep ze dat ze had geschilderd naar foto’s die minstens tien jaar oud waren. „De opdrachtgever wilde zijn vrouw kennelijk jonger. Logisch dat zij niet blij was.”

Het moeilijkste, zegt Van Lynden, is het schilderen van een overleden dierbare, zoals een kind. „Dat ligt allemaal erg gevoelig. Mensen hebben een beeld van hun dierbare gevormd dat niet altijd strookt met de foto’s die er nog zijn.”

Nagenoeg iedereen werkt met foto’s. Het komt de portretten ten goede, zegt Van Dalen: „Dan hebben we iemand al in een tweedimensionaal vlak gevangen. Dat maakt het eenvoudiger.” Nog een voordeel: mensen hoeven niet lang te zitten. Dat betekent ook dat kunstenaars zich niet laten afleiden door de spanning met hun model. Van Dalen: „Je kunt in de eigen, intieme omgeving uit je dak gaan. Dat is winst.”

Primaire kleuren

Wat kun je vragen als klant? Dat hangt niet alleen af van de kunstenaar, maar ook van de prijs. En het is niet zo dat wie meer betaalt meer bepaalt. In tegendeel: boven de 5.000 euro valt weinig te vragen. De kunstenaar gaat ervan uit dat een klant hem of haar heeft gevonden vanwege een specifieke stijl; daar valt niet mee te marchanderen. Van Dalen: „Als iemand mij om het gebruik van felle of primaire kleuren vraagt, antwoord ik: kijkt u eerst nog eens goed naar mijn werk. U ziet dan dat ik naar de werkelijkheid schilder en mensen hebben geen primaire kleuren in hun huid of gezicht.” Van Dalen is blij „voldoende klandizie” te hebben, waardoor hij „gelukkig geen secundaire eisen” hoeft in te willigen. Welke dat zijn? „Nu ja, attributen enzo. Dat iemand met zijn jachtgeweer geportretteerd wil worden, of zoiets.”

Wie inspraak wil, moet een kunstenaar zoeken die goedkoper werkt. Corinne Veen maakt altijd eerst bij de opdrachtgevers thuis een inventarisatie: „Ik maak graag een portret dat bij de sfeer past. Dus kijk ik van tevoren ook wat er bijvoorbeeld voor kleuren in hun woonkamer zijn.” Scènes en attributen vindt ze geen probleem. Ook het geweer heeft ze meegemaakt. Ze kreeg de vraag een jager te portretteren, maar hij mocht het niet weten. Zijn vrouw was de opdrachtgever. Veen: „Mijn man is toen eens met hem meegegaan, het bos in. Hij heeft foto’s gemaakt, zoals mensen dat op uitjes doen. Die heb ik gebruikt voor zijn verrassingsportret.”

En wat als de familie uit elkaar valt, of iemand uit de gratie raakt; zijn kunstenaars bereid een persoon over te schilderen? Govert Muijs uit Bussum schilderde eens een echtpaar op het plafond boven hun bed. Naakt, met hun hondje erbij. „Toen ging zij vreemd en vroeg hij me of ik haar weg kon schilderen; hij wilde niet iedere nacht tegen haar aankijken. Ik maakte een afspraak, maar gelukkig legden ze het op tijd weer bij.”

Kunstenaar Bart Domburg, die in de jaren tachtig bekend werd als lid van de After Nature-groep, bleek ook bereid mensen uit een groepsportret weg te schilderen. Het is een anekdote van bijna twintig jaar geleden, opgeschreven door uitgever Plien van Albada in het boekje Ja hai, met Mai, over uitgever Mai Spijkers. Die wilde een groepsportret van alle werknemers. Domburg kwam met tussenpozen terug om zijn schilderij te vervolmaken. „Toen begonnen er gezichten te verdwijnen”, schrijft Albada. „Iemand die de ene dag nog lang had geposeerd, bleek de volgende dag te zijn weg geschilderd.” Spijkers ontsloeg in die dagen vrij regelmatig medewekers. „Zo werd het schilderij tot een barometer van de heersende werkverhoudingen: het eerste wat iedereen ’s ochtend bij binnenkomst deed, was controleren of hij er nog op stond.”

    • Pieter van Os
    • Tekst