Laten we ideeën najagen, geen normen voor douchekoppen

Voor het eerst kunnen Europese burgers ook de EU-baas kiezen. Martin Schulz is een van de drie kandidaten. Hij heeft het Europese Parlement machtiger gemaakt. En ook zichzelf, zeggen zijn critici.

Door Stéphane Alonso, foto’s Wouter van Vooren

Europarlementsvoorzitter Martin Schulz: „Ik heb niet het gevoel dat ik zachter ben geworden. Maar het kan wel zijn dat mensen nu misschien beter luisteren naar wat ik zeg.”

Voetbal en politiek. Vanuit zijn hooggelegen kantoor in Straatsburg kijkt Martin Schulz uit op zijn twee grote passies: links een groezelig sportveldje, rechts de voetbalronde houten koepel waaronder de plenaire zaal van het Europees Parlement schuilt.

Als jongeman droomde de parlementsvoorzitter van een carrière als profvoetballer, een knieblessure doorkruiste dat plan. Zijn politieke carrière verliep voorspoediger. Tweeënhalf jaar is Schulz (58) nu voorzitter, het hoogst haalbare in Straatsburg. En als alles volgens plan verloopt, volgt hij na de Europese verkiezingen in mei José Manuel Barroso op als EU-baas. De socialisten lanceerden hem onlangs als hun man voor deze toppositie.

In het Duits ben je dan een Spitzenkandidat. Toch nog een beetje spits.

Alle grote Europese groeperingen hebben nu zulke ‘lijsttrekkers’. Een nieuw concept om kiezers naar de stembus te krijgen. Schulz moet het vooral opnemen tegen twee oud-premiers: de Luxemburger Jean-Claude Juncker en de Belg Guy Verhofstadt, namens de christen-democraten en de liberalen, de twee andere grote machtsblokken in Europa. Maar in de peilingen staan de socialisten licht op voorsprong.

Regeringsleiders waren verbolgen over de Spitzenkandidaten: het benoemen van de nieuwe Barroso is hún privilege. Het liefst zonder pottenkijkers. Ze hebben zich er nu min of meer bij neergelegd. Het Europees Parlement negeren is moeilijk: het moet de nieuwe Europese Commissie goedkeuren. Maar de EU-leiders willen hun huid duur verkopen. Het belooft een hete zomer te worden in Brussel.

Schulz is in zijn nopjes over deze ontwikkeling: hij beschouwt het machtiger maken van het Europees Parlement, dat een controlerende taak heeft maar er in het verleden vaak een beetje bij hing, als zijn persoonlijke missie. Toen hij begin 2012 voorzitter werd, mocht ook Schulz aanschuiven bij EU-toppen. Maar hij stelde zich brutaler op dan zijn voorganger. Bleef langer aan tafel zitten dan regeringsleiders lief was. En doet dat tot op heden.

Schulz heeft niet alleen het parlement, maar ook zichzelf machtiger gemaakt, zeggen zijn criticasters. Het presidium, dat beslist hoe het parlement geld uitgeeft, is volgens Europarlementariër Dennis de Jong (SP) een „black box” geworden. De entourage van de voorzitter zou ‘presidentiële’ trekjes hebben gekregen. Onzin, vindt Schulz. „We zijn zo transparant als wat.”

Er is ook kritiek op zijn twee petten: kan een Spitzenkandidaat nog wel een voorzitter ‘boven de partijen’ zijn? Recent werd daarom een apart twitteraccount aangemaakt voor de ‘kandidaat Schulz’. Maar die kreeg wel de 80.000 volgers mee van ‘voorzitter Schulz’, die er nu opeens minder dan 3.000 heeft. Het leidde tot veel gefrons.

„Ik weet hier niks van, ik hoor het voor het eerst”, zegt Schulz als hem hiernaar gevraagd wordt. En hij vervolgt: „De kandidaat en de voorzitter zijn duidelijk gescheiden, maar dit komt vast van mensen die geen politieke argumenten meer tegen mij hebben. Mark Rutte treedt toch ook niet af als hij campagne voert?”

Zijn geprononceerde stijl maakt Schulz, in combinatie met zijn Duitse afkomst, tot een gemakkelijk doelwit. In 2003 uitte hij felle kritiek op Berlusconi, waarna de Italiaanse premier hem een filmrol als kampbewaarder (Kapo) aanbood. In 2012 ontstond een relletje toen Schulz de anti-islam-film Innocence of Muslims fel veroordeelde. Een aanval op de vrijheid van meningsuiting, vond PowNews. Rutger Castricum kwam verhaal halen: „Wij willen geen Jihad in Europa. U wel.” Schulz brak het gesprek af na die opmerking.

Hij moet tot op heden diep zuchten van Rutger van PowNews. „Pfff. Deze mensen komen hier met hun vooroordelen. Wat je antwoordt doet helemaal niet ter zake. Dat is geen journalistiek, dat is ongelooflijk. Het bestaat in geen enkel ander land. Hopelijk wordt het niet het volgende exportproduct van Nederland.” Hij lacht.

Is Nederland verloren voor de Europese zaak?

„Nee, zeker niet. De sfeer bij jullie is moeilijk, intern en ook met betrekking tot Europa. Maar dat is niet uitzonderlijk. Er zijn meer Europese landen met een confronterend politiek landschap.”

Gaat u campagne voeren in Nederland?

„Ik denk het. Ik heb contact met de PvdA.”

Is de PvdA blij met uw komst?

„Dat weet ik niet, in deze moeilijke politieke tijden weet je dat nooit zeker. Maar het programma van de PvdA is hetzelfde als dat van mij. We delen veel ideeën.”

Zoals?

„Europa moet zich op hoofdzaken richten. Stoppen met reguleren van details. Burgers moeten beschermd worden tegen wanorde op financiële markten. We moeten bezuinigen, maar ook investeren in werkgelegenheid. We moeten onze totale afhankelijkheid van de Verenigde Staten op het gebied van internet verminderen…”

Veel overeenkomsten inderdaad. Maar het woord ‘federalisme’ zal de PvdA niet snel gebruiken. U doet dat wel.

„Ik ben onderdaan van een federale republiek. Volgens de Duitse grondwet zijn alle Duitsers federalisten. Het is populair geworden om dat woord te misbruiken. Wat telt is dat de EU een unie is van soevereine staten die besloten hebben om gemeenschappelijke instituties op te richten. Dat is het startpunt. Die instituties moeten het belang van de burger dienen. We moeten het hebben over banen, niet over woorden die burgers compleet niet interesseren.”

Toen u aantrad wilde u de „begeestering” over Europa terughalen. Bent u daarin geslaagd?

„Ik werd middenin de eurocrisis voorzitter. Ik heb dat gezegd toen de EU als project echt bedreigd werd. Dat is nog steeds zo. Ik begrijp heel goed dat mensen twijfelen aan het Europese vermogen om problemen op te lossen. Het is ook niet uit te leggen: dat winstgevende speculanten geen belasting betalen en verlieslijdende speculanten door de belastingbetaler gered moeten worden. We kunnen het wantrouwen alleen maar wegnemen met structurele hervormingen en gemeenschappelijke regels. Met meer Europa dus.”

Is die boodschap door de crisis in Oekraïne weer gemakkelijker geworden?

„Ja. Dagelijks hoor ik: de EU heeft minder bestaansrecht, omdat het vrede is, de oorlog is al zeventig jaar voorbij, hoor! En nu zien we aan onze eigen grenzen dat de oorlog helemaal niet voorbij is. Het gebeurt gewoon, in het land naast Polen, dat weer naast Duitsland ligt. Vlakbij dus. Ja, wij hebben hier geen oorlog. Maar waarom niet? Omdat we de EU hebben! De crisis op de Krim kan zo bezien helpen bij het verduidelijken wat de toegevoegde waarde is van onze transnationale samenwerking en democratie. In Kiev zijn mensen gestorven voor waarden die wij voor lief nemen, zoals de rechtsstaat en bescherming van individuele en sociale rechten.”

Maar met Poetins machtspolitiek weten we ons moeilijk raad.

„We worden irrelevant, als Rusland en China lidstaten tegen elkaar kunnen uitspelen. Willen we serieus genomen worden, dan moeten we samen optrekken. Dat is precies waarom ik pleit voor meer Europa en niet minder. Dat samenwerken een goed idee is, wordt trouwens ook nergens bestreden, ook niet in uw land. Het probleem is dat burgers het idee niet langer associëren met de EU zoals die nu is. De vraag is: geven we het idee op of hervormen we de EU?”

Zelfs na de dood van honderden bootvluchtelingen in de Middellandse Zee duurde het maanden voordat Europa concreet actie ondernam. Is uw idee van de EU wel realistisch?

„U heeft volstrekt gelijk: er is nog te weinig begeestering voor het Europese project. Maar ik zal niemand enthousiast maken als ik het gesprek uit de weg ga. U vraagt mij: wat is uw visie, uw programma? Ik zeg: ik ga mensen overtuigen. Niet lidstaten, want die kun je niet overtuigen. Maar de burgers in die lidstaten kun je wel voor je winnen.”

Wat zou u anders doen dan Barroso?

„De Europese Commissie heeft, anders dan het Europees Parlement, initiatiefrecht. Dat maakt de commissie in theorie erg sterk. Maar dan moet je dat initiatief wel nemen. Tegen ambtenaren wil ik zeggen: denk niet of er nog een hoekje in Europa is waarin we nog niet geïntervenieerd hebben. Denk andersom: kijk vooral naar wat er beter lokaal, regionaal of nationaal gedaan kan worden. Als de commissie zich op hoofdzaken richt, en niet langer op de normen voor douchekoppen of spoelbakken, ontstaat er capaciteit voor andere dossiers: klimaat, handel, belastingontduiking, migratie, relaties met buurlanden, digitale agenda. De vraagstukken, kortom, van de 21ste eeuw.

„Neem internet: Europa speelt daar geen enkele rol in. Als je een bedrijf googlet dan krijg je resultaten die in de VS zijn voorgekauwd. Dataprotectie en openbare software zijn niet alleen belangrijk voor individuele internetgebruikers. Het is een kernprobleem voor Europa. Wij moeten investeringen en ideeën najagen, in plaats van douchekoppen en spoelbakken.”

U schreef onlangs een begripvolle open brief aan de Britten, die zich zorgen maken over arbeidsmigranten en Europa te machtig vinden. Is dat de Schulz die campagne voert?

„Ik ben erg verbaasd over uw vraag. Ik heb niet het gevoel dat ik zachter ben geworden. Maar het kan wel zijn dat mensen nu misschien beter luisteren naar wat ik zeg. Ik ben in ieder geval zelf niet veranderd. Ik was altijd voor het managen van immigratie. In de Duitse socialistische partij behoorde ik tot de rechtervleugel. Wij werden FROGS genoemd. Friends of Gerhard Schröder. Dus ik was niet heel links. Ik heb altijd gezegd: het vrije verkeer van personen is een grondrecht, maar het creëert ook problemen. Die moet je oplossen. En ik zeg al twintig jaar dat de Europese Commissie zich op de belangrijke zaken moet richten.”

In het gremium van de lidstaten, de Europese Raad, is Duitsland dominant. Is een Duitser als EU-baas dan niet wat te veel?

„We hebben de verkiezingen enorm veranderd: voor het eerst kunnen burgers meebepalen wie de Europese Commissie gaat leiden. Nationaliteit doet niet ter zake. Maar ik ken het argument.”

Ik zie dat het u stoort.

„Nou ja, het is de realiteit. De vraag die u stelt hoor ik vaak. En ik ben zeer bezorgd.” Diepe zucht. „Toen ik hier twintig jaar geleden kwam, kon ik me niet voorstellen dat mijn nationaliteit ooit belangrijker zou worden gevonden dan mijn competentie. Dat was toen echt anders.

„In mijn politieke groep bestaan dit soort gevoelens gelukkig niet. Van de 32 nationale partijen die er lid van zijn, steunden 26 vooraf mijn kandidatuur. Ik kreeg uiteindelijk 91 procent van de stemmen.”

De burger mag kiezen, maar de belangrijkste Spitzenkandidaten komen uit België, Luxemburg en Duitsland. Uit het noorden. Is dat een echte keuze?

„Ik heb geen problemen bij het vergaren van steun in Zuid-Europa. In sommige landen daar ben ik een hele populaire kandidaat.”

Ook in Griekenland, waar ze Noord-Europa bezuinigingsterreur verwijten?

„Jazeker, ik ben er onlangs nog geweest. En ook in Italië heb ik veel steun. Ik word daar in de eerste plaats gezien als Europeaan. Dan pas als Duitser. Europa is een transnationaal project. De Nederlandse premier mag toch ook uit Groningen of Alkmaar komen?”

Wat de kandidaten ook gemeen hebben: het zijn allemaal uitgesproken pro-Europeanen. U bent het allemaal met elkaar eens.

„Zeker niet. We denken allemaal dat de EU een goed idee is – daar heeft u gelijk in. Maar we hebben heel verschillende ideeën. Ik denk niet dat Verhofstadt het snel eens is met mijn ideeën over belastingen. Er bestaat trouwens pas echt een groot verschil tussen Mark Rutte en Verhofstadt. Het zijn beiden liberalen, maar de VVD is vaak tegen Europa. Hebben ze Verhofstadt eigenlijk wel gesteund?”

Ja. Schoorvoetend, dat dan weer wel.

„Aha.”

De Britse socialisten verwerpen uw kandidatuur. En de Britse premier David Cameron verwerpt álle kandidaten die door het parlement naar voren zijn geschoven. Dat wordt toch een drama deze zomer?

„Ik weet wat Cameron zegt … heel interessant. Een tiental Europese premiers steunt Juncker. Hetzelfde aantal zegt dat Martin Schulz de Europese Commissie moet gaan leiden. Vier hebben zich uitgesproken voor Verhofstadt. En dan is er inderdaad Cameron. Ik wil maar zeggen: hij heeft het niet alleen voor het zeggen.”

Hij kan uw benoeming torpederen.

„Oh ja? Europese premiers hebben zich duidelijk gecommitteerd aan bepaalde kandidaten. Dat heeft een bepaald effect. Je kunt niet zeggen: dit is mijn kandidaat, mensen oproepen om te stemmen en dan zeggen dat de kandidaten alleen maar bedoeld waren om stemmen te trekken. In een democratie is dat niet mogelijk. Misschien is het wel de droom van David Cameron. We zullen zien wat er gebeurt.”

    • Wouter van Vooren
    • Stéphane Alonso