Kunstenaar met fascinatie voor de ontembare natuur

foto Ronald Knapp

Het moet vreemd zijn om als kunstenaar je eigen tentoonstelling in te richten en te weten dat het je laatste is. In januari stelde Pascale Ticheler in de Amsterdamse Loods 6 haar eigen expositie samen met tachtig schilderijen en tekeningen die ze in de afgelopen decennia had gemaakt. Een mid-career retrospectief van een kunstenaar in de bloei van haar leven. Maar ook een afscheid. Door ziekte kon Ticheler niet verder werken. Haar oeuvre was afgerond. Op vrijdag 14 maart overleed ze aan de gevolgen van longkanker.

Ticheler groeide op in Enschede, waar ze de kunstacademie bezocht. Op haar twintigste verhuisde ze naar Amsterdam en ging ze naar de Rijksakademie. Daar leerde ze vooral wat ze niet wilde gaan doen, zei ze later. Ze was geen conceptuele kunstenaar, ze hield van het ouderwetse handwerk – van tekenen en schilderen. Met haar impressionistische verfstreken leek Ticheler terug te verwijzen naar de waterlelies van Monet, haar liefde voor de natuur en zijn overweldigende landschappen en dreigende luchten deelde ze met Turner.

Wie naar haar vroege werken kijkt, die woest en expressief zijn, herkent daarin de invloed van leermeester Armando, de kunstenaar met wie ze een aantal jaren samen was. Vanaf het eind van de jaren negentig werden haar doeken lichter, ingetogener. Soms bleven de voorstellingen bijna volledig wit. Maar dan groeiden er toch altijd weer wat klonten verf uit dat wit – als ijskristallen op een beslagen ruit. Ze hield van de ontembaarheid van de natuur, die wilde ze in haar schilderijen vangen.

Een grote doorbraak in de kunstwereld maakte Ticheler nooit mee. Ze was haar carrière nog maar net begonnen toen de ziekte MS bij haar werd vastgesteld. Ze werkte door, haar schilderijen konden rekenen op een vaste schare fans. ‘Oefeningen in stilte’, noemde Martin Simek haar doeken, die zijn werkkamer sieren. Koning Willem-Alexander hing een van Tichelers schilderijen, No 16 uit 2001, prominent boven de bank in villa Eikenhorst. En in de film De eetclub dienen haar schilderijen als decor.

Janwillem Schrofer, de oud-directeur van de Rijksakademie die in januari de opening van Tichelers expositie verrichtte, herinnert vooral haar innemende uitstraling, haar stralende ogen en klaterende lach. „Ze had een indrukwekkende vitale energie. Tot op de laatste dag schilderde ze door.” Ze is in het harnas gestorven, zegt haar partner Joop Richter. „Pascale was altijd positief en ging door.” Haar allerlaatste schilderij ging over de duisternis, vertelt hij. „Een zwart gat, daar ging ze heen.”