kort

DNA-test

Nieuwe test voor dikkedarmkanker

Het opsporen van dikkedarmkanker, sinds begin dit jaar in Nederland ingevoerd voor 55- tot 76-jarigen, kan beter. Dat bevolkingsonderzoek begint nu met een test op bloed in de ontlasting. De gebruikte poeptest detecteert ongeveer 70 procent van de darmkanker. Een uitgebreide, nog experimentele test detecteert daarnaast ook vier specifieke stukjes DNA die kenmerkend zijn voor kanker. Die DNA-test spoorde 92 procent van de darmkanker op bij bijna 10.000 proefpersonen, staat in een artikel in The New England Journal of Medicine (19 maart). Deze 10.000 mensen lieten zich op drie manieren testen: met de poeptest zoals die ook in Nederland wordt gebruikt (nu werd 74 procent van de kankers gevonden), met de DNA-test en met coloscopie. Bij coloscopie bekijkt een arts de dikke darm met een cameraatje. Aangenomen wordt dat met coloscopie alle darmkanker wordt gevonden. In werkelijkheid wordt een paar procent gemist.

Uitgestorven

Prehistorische dolfijn had flinke onderbeet

Drie miljoen jaar geleden (in het Plioceen) zwom voor de kust van Californië een dolfijnensoort met een enorme onderbeet. De ranke onderkaak van het zeezoogdier stak flink uit: bijna twintig centimeter voorbij zijn bovenkaak. De onderkaak was waarschijnlijk erg gevoelig. Op een CT-scan zagen onderzoekers dat de kaak een uitgebreid zenuwnetwerk had. Onderzoekers denken dat de dolfijn de zeebodem afstruinde op zoek naar prooi, en dat hij met zijn onderkaak kon aanvoelen wanneer hij precies toe moest slaan. De tanden van de dolfijn waren afgesleten, vermoedelijk door het zand op de zeebodem. Paleontologen beschreven het fossiel van de dolfijn (Semirostrum cerutti) in Current Biology. Volgens hen was de uitgestorven dolfijn verwant aan de huidige bruinvissen.

Doodgeboren

Ook baby’s kunnen orgaandonor zijn

Ten minste de helft van alle doodgeboren of vlak na de geboorte gestorven baby’s is geschikt als orgaandonor. Dat schrijven Britse artsen deze week in het blad Archives of Disease in Childhood. Ze onderzochten de lichamen van 84 kinderen die waren overleden tussen de 37ste week van de zwangerschap en 2 maanden na de geboorte. In het Verenigd Koninkrijk worden zulk jonge orgaandonors niet gebruikt, in Nederland heel zelden. De Britse artsen wijzen erop dat babyorganen niet alleen geschikt zijn om andere baby’s te helpen maar in sommige gevallen ook volwassenen op een orgaanwachtlijst kunnen helpen.