Koekoeksjong redt nestgenoten met zijn vreselijk stinkende poep

Drie jongen van een zwarte kraai krijsen om voedsel. Naast hen zit, ogenschijnlijk rustig, een koekoeksjong. Dan denk je al snel, o jee, die andere drie redden het niet lang meer. De koekoek duwt zijn concurrenten uit het nest. Of, andere mogelijkheid, de kraaienouders krijgen nooit genoeg voer aangesleept voor iedereen. Dat zal sommige jongen het leven kosten.

Maar die reputatie van de koekoek is onterecht, blijkt uit Spaans onderzoek (Science, 21 maart). In sommige omstandigheden kan het juist gunstig zijn om een koekoeksjong tussen je eigen jongen te hebben. Want de koekoek, in dit geval een kuifkoekoek (Clamator glandiarus), poept een vreselijk stinkende substantie uit als er gevaar dreigt. Daarmee houdt hij rovers op een afstand. En daar profiteren dan ook weer de kraaien van.

De Spanjaarden kwamen tot deze conclusie na jarenlang onderzoek in Noord-Spanje, in een gebied zo’n 50 kilometer ten noordwesten van Valladolid. Ze volgden daar de kraaien en koekoeken zeker 16 jaar. De zwarte kraaien leggen eenmaal per jaar eieren. De onderzoekers brachten van die nesten in kaart wanneer de eieren waren gelegd, hoeveel er waren gelegd, of er wel of geen koekoekseieren bij lagen, hoeveel eieren uitkwamen, en hoeveel jongen het uiteindelijk hadden gered.

Gemeten over 16 jaar brachten de kraaiennesten met en zonder koekoeksjongen ongeveer evenveel kraaien voort. Hoe meer rovers er in de buurt zijn, hoe gunstiger het is een koekoek in het nest te hebben. Dat voordeel neemt af naarmate er minder rovers zijn. Wat precies het nadelige effect is van een koekoeksjong, beschrijven de Spanjaarden niet.

De Spanjaarden boden ook nog stukjes vlees bedekt met de stinkende koekoekspoep aan katten, kraaien en roofvogels aan. Ze moesten het vlees niet.