Kabaal

In 1995 heeft Vladimirov Christo de Rijksdag in Berlijn ingepakt. Het geweldige gebouw verdween onder bijna honderdduizend vierkante meter brandvrije stof. Ik heb het gezien en ik moet zeggen dat die aanblik me een grote voldoening gaf. Misschien kwam dat door historische oorzaken, de brand in 1933 en de onthoofding van Marinus van der Lubbe. Het inpakken zoals dat door Christo wordt gedaan, heeft een relativerend, ontwapenend effect. Zo geweldig is het allemaal niet als je er een pakketje van kunt maken en dat met een touw kunt dichtknopen.

Soms, als ik door de stad loop, moet ik aan Christo denken. Daar staat een gebouw, een huizenblok verpakt in een soort zeildoek. Is hij weer bezig? Nee, dat is een verbouwing, een renovatie waartoe de eigenaar het initiatief heeft genomen. Geen mens denkt dat we hier met een vorm van kunst te maken hebben. Maar wat gebeurt er op die stellages achter het doek? Dat weet ik uit ervaring en ik ga het u nu vertellen.

Iedereen heeft een uitzicht. Misschien is het niet veel bijzonders, verre van betoverend, maar door het raam kun je in ieder geval ongehinderd tot de overkant van de straat kijken. Met die vanzelfsprekende luxe is het opeens afgelopen. Deze enorme lap voor je huis, grijs, vaal-wit of oranje, is wel een beetje doorzichtig, maar buiten is alles vaag geworden, alsof je een sluier op je netvlies hebt, rook in je ogen gekregen, door een beslagen bril kijkt. En dat dag in dag uit, want dit is een grondige renovatie. Het zich langzaam voltrekkende gevolg van dit doek is dat je het plezier in je dagen gaat verliezen. Een gat erin knippen! Met een sabel die hele rotzooi wegmaaien! Helder daglicht! Maar zo assertief ben ik ook weer niet.

Goed, die stelling van vier verdiepingen staat er, het doek is gespannen en daar verschijnen de eerste bouwvakkers, met hun gevarieerd gereedschap. Keurige heren. ’s Ochtends vroeg kijken ze één keer door het raam van mijn kamertje naar binnen, steken hun hand op, ik zwaai terug en ze gaan aan de slag. Dat wil zeggen: plotseling breekt rechts achter me een oorverdovend zwaar geratel los. Daar wordt waarschijnlijk een gat geboord. Ik doe alsof ik niets hoor. Er komt een geluid bij, veroorzaakt door een pneumatische hamer, en even hard. En nog meer. Misschien van een slijptol, hoe heet zo’n ding.

Een orkest bestaat uit musici met een verscheidenheid van instrumenten, violen, trompetten, enzovoort. Zo had zich ook op deze stellages een orkest verzameld. Ongetwijfeld zou dit optreden deze huizen mooier maken, misschien wel een lust voor het oog. Maar daarvoor moest het oor betalen, door zich weerloos te laten blootstellen aan wat we lawaai noemen. Wat is lawaai? Om te beginnen een meedogenloze aanval op het trommelvlies. Dat is fase één. Een knal is een vorm van lawaai die hoogstens een seconde duurt. Dat is verdraaglijk. Maar hoe meer knallen, hoe groter het verzet. Denk aan de viering van Oud en Nieuw. Ouden van dagen, kleine kinderen, huisdieren raken de kluts kwijt. Daarom is de overheid nu bezig in te grijpen.

Wat ik nu dagelijks hoor is constructief lawaai. Mijn huis wordt mooier en steviger en dit is het onvermijdelijke bijverschijnsel. Ja, zo valt het uit te leggen. Maar lawaai is lawaai en zolang het duurt is iedere uitleg loze praat, als je er tenminste iets van verstaat. Via je trommelvlies bereikt het lawaai de hersenen. Ik weet niet hoe die werken maar wel dat ze orde in de chaos brengen. Dat gaat automatisch, je hoeft er geen opdracht voor te geven. Maar als de hersens zekere tijd worden blootgesteld aan een flink lawaai, vertonen ze de neiging dienst te weigeren. Je blijft wel bij bewustzijn, je weet dat je bestaat en dat je iets van plan bent, maar daarmee is het afgelopen. De hersens weigeren datgene waarvoor we ze hebben: denkwerk. En volgens mij is zelfstandig denkwerk datgene waarvoor we tenslotte op de wereld zijn.

Er zijn landen, niet allemaal dictaturen, waar strafgevangenen het hele etmaal worden blootgesteld aan een hels lawaai. Ze zijn opgesloten in hun cel, kunnen letterlijk geen kant op, en daar klinkt onophoudelijk op volle kracht de pneumatische hamer, of de Negende Symfonie van Beethoven, of het gejengel van een kind, of het gejuich na een doelpunt. Het maakt geen verschil. Als het maar op z’n hardst is. De auditieve marteling, een van de ergste uit de menselijke geschiedenis, ook al omdat het zo lang kan duren. En nu staan mijn vrienden weer met hun gereedschap op de steigers. Goedemorgen! En ze beginnen.