Ik vertel dit om andere mensen troost te bieden

In de rubriek ‘Het nabestaan’ praten mensen over verlies, rouw en hoe het leven verder gaat. Daaronder staat een necrologie van een niet per se bekende persoon.

De allergrootste klap kregen we toen we hoorden dat Hajo’s vooruitzichten zo slecht waren. Hersentumor. Hij vroeg aan de dokter: ‘Kan ik hier zestig mee worden?’ Die antwoordde: ‘Zestig? Dat is wel heel oud, voor iemand met jouw ziekte.’

„Het was vlak voor Kerst, in 2003. Ja, wat doe je dan? We hebben het zo gewoon mogelijk gevierd, met cadeautjes en verhaaltjes. In ons gezin schrijven we met Kerst verhalen voor elkaar, waarin we dingen benoemen die we hebben meegemaakt en die we elkaar toewensen.

„De ziekte ontwikkelde zich met golven en vlagen: chemo, operatie, met tussenpozen waarin alles weer normaal leek. Anderhalf jaar leek de ziekte weg te zijn. Maar de dokter was duidelijk, en dat wilden we ook: ‘Zie de tumorcellen als een druppel inkt vermengd in water: probeer die inkt er dan maar weer uit te halen.’ Dat lukte dus ook niet.

„Hajo is al die tijd zichzelf gebleven. Hij zat vol humor, had graag mensen om zich heen, haalde geintjes uit. Hij zag in het ziekenhuis bij andere patiënten hoe vreselijk zo’n ziekte kan huishouden. Vastbesloten gaf hij aan dat hij niet met handicaps wilde leven. Hij heeft keihard voor z’n leven gestreden, maar hij gaf ook duidelijk aan tot welke prijs hij bereid was te gaan. Uiteindelijk heeft hij alleen de laatste drie weken volledige verzorging nodig gehad.

„Carry, zijn vriendin, is een geweldige steun voor hem geweest. Ze waren al samen sinds de middelbare school: hij was 15, zij was 14 toen ze wat kregen, en ze zijn altijd samen gebleven. Hajo en Carry waren vergroeid met elkaar. We beschouwden haar als onderdeel van ons gezin, ze ging mee op vakantie, ook met onze middelste zoon en onze dochter kon ze het uitstekend vinden.

„Vanaf het allereerste moment van Hajo’s ziekte heeft Carry gezegd: ‘Wat er ook gebeurt, ik blijf altijd bij je.’ En zo is het gegaan: geen spoor van twijfel, geen spoor van problemen of verwijdering tussen hen samen.

„Nog steeds, in het zevende jaar na Hajo’s dood, zien we Carry regelmatig. Ze heeft een nieuwe vriend gevonden, twee jaar geleden is ze getrouwd, afgelopen zondag zijn we op de eerste verjaardag van hun kind geweest. Op haar man zijn we ook zeer gesteld geraakt.

„Ze nodigden ons uit hun hele huwelijksdag mee te maken, samen met hun naaste familie en beste vrienden. Het was een prachtige dag. Geen moment heb ik gedacht: daar had Hajo moeten staan... Carry’s leven met Hajo is prachtig geweest, maar het is voorbij, het is een afgesloten fase – zo ervaren we dat allemaal.

„Nog dagelijks denk ik aan Hajo. De herinneringen draaien met de dag mee: in het weekend, om een uur of vijf ’s middags, als ik een glaasje inschenk en hapjes maak en we bij elkaar zijn met ons gezin en iedereen die binnenvalt. Dan mis ik Hajo: zijn verhalen, zijn grappen, zijn vrolijkheid. En zo zijn er voortdurend die momenten waarvan ik zou willen dat hij ze kon meemaken.

„Het verdriet om hem komt en gaat, in golven. Een jaar of drie na zijn dood voelde ik echt pijn, fysieke pijn, een bal van pijn, van samengebald verdriet in mijn borstkas. Gelukkig heb ik mijn verhalen daarover altijd bij mijn man kwijt gekund. Mannen en vrouwen gaan anders om met rouw – dat is bekend. Dat herken ik ook bij ons: ik wil erover praten, mijn man verwerkt het door bezig te blijven, dingen te doen. Dat weten we van elkaar. En hij kan luisteren, hij kan relativeren, hij zegt: ‘Dat hij die ziekte had, is verschrikkelijke pech geweest, maar binnen dat kader is hem ook een hoop ellende bespaard gebleven: hij is niet verlamd geraakt, niet in de war geraakt, het is gegaan op een manier die hij kon verdragen.’

„Zulke woorden geven me troost, dan denk ik: ja, je hebt gelijk, het had allemaal nog veel erger kunnen verlopen.

„Wat niet wegneemt dat ik ook nog steeds dat verdriet in me voel en dit zal altijd zo blijven. Dan helpt het me als ik keihard muziek opzet. Simon en Garfunkel. Nocturnes van Chopin.

„Bij zijn begrafenis hebben we allemaal een nummer uitgekozen. Onze middelste zoon koos Brothers in arms van Dire Straits. Onze dochter koos Bright eyes van Simon and Garfunkel. Samen hadden ze naar de film Watership Down gekeken en had Hajo z’n handen voor haar ogen gehouden bij de enge momenten. Dat deed hij altijd, hij was zes jaar ouder dan zij: hij was altijd heel beschermend voor zijn kleine zusje. En hij had zelf van die sprekende, blauwe ogen – bright eyes...

„Ik vertel dit allemaal, omdat ik mensen troost wil bieden die zelf ooit ook een kind hebben verloren. Echt, je kunt daarna weer gelukkig worden. Je leeft geruime tijd in een roes, maar daarna komen ook die momenten terug waarop je ontroerd ziet dat het weer lente wordt, hoe de tuin, de natuur weer tot leven komt.

„In het begin durfden we nog niet vrolijk te zijn, of positieve emoties te delen, terwijl we die wel hadden. Je denkt dat dit niet hoort, je bent bang ‘dat de mensen wel zullen denken dat je je zoon vergeten bent’. Dat is wennen, ook dat heeft tijd nodig. Gelukkig kan ik dan terugdenken aan Hajo die zelf altijd aangaf dat we ‘er geen drama van moesten maken’ en dat we moesten proberen het leven zo gewoon mogelijk te laten doorgaan. In zijn geest doen we dat – en daar genieten we van.