Hoe de Senaat de rechtsstaat verdedigt, tegen de stroom in

Week in week uit zit men in de Senaat gehoorzaam, meestal vrij geleerde en gedetailleerde commentaren te geven op afzonderlijke wetsvoorstellen. Waarna met wisselende tegenzin meestal voor wordt gestemd. Maar vorige week nam men een halve dag de tijd om over de rechtsstaat als geheel te debatteren. Dergelijke ‘beleidsdebatten’ zijn een nieuwigheid. Eigenlijk betrof het een ‘zelfevaluatie’, zei senator Hans Franken (CDA). Een systeemcheck van de commissie Justitie – eens kijken of al die dakkapellen, serres en muurtjes die het kabinet in de rechtspleging doorbreekt, het gebouw niet aantasten.

Exact waar de Senaat dus voor is. Men zocht de ruimte, inhoudelijk, maar ook politiek. Dat mag deze rubriek dus niet missen. Nu zat ik toevallig op een nog net besneeuwde berg elders in Europa, maar online was het stenogram te vinden. Dat is sowieso verplichte kost in deze branche. In het Nederlandse parlement wordt niet gesproken, maar aan elkaar voorgelezen. Bij ‘justitie’ zijn dat meestal precies geformuleerde commentaren van echte deskundigen. De Senaat heeft wat juridische kwaliteit en onafhankelijkheid betreft nogal een voorsprong op de Tweede Kamer - de informatiedichtheid is dan ook vrij groot. Met dit ene fundamentele debat kan ik hier nog weken vooruit. Aan de Tweede Kamer heb ik meestal vrij weinig. Die is langs partijpolitieke lijnen geheel opgedroogd. Daar mag geen vertegenwoordiger van een coalitiepartij nog hardop zeggen wat hij er echt van vindt. Het regeerakkoord is koning en als het toch anders moet, dan alleen als er ergens geruild kan worden. Aan voortschrijdend inzicht doen ze daar één keer per vier jaar. Zo werkt de coalitiemacht nu eenmaal. Voor het vrije, inhoudelijke debat moet je elders zijn.

De bewindslieden Teeven en Opstelten hebben het meestal moeilijker met de polder dan met de Kamer. De Orde van Advocaten meezeulen, de Rechtspraak niet al te zeer tegen zich in het harnas jagen, de politiebonden stil houden, opvliegers in de media beteugelen, de PVV zo terloops mogelijk bedienen, de opinieleiders in de wetenschap, de nationale ombudsman. Zij vormen vaak de enige tegenkracht en hebben dus enige hindermacht. Het senaatsdebat was voor het kabinet vermoedelijk niet meer dan een soort academische APK, waar vooral toekomstige problemen door gebrekkig of verkeerd onderhoud duidelijk worden. Die bleken er dus te zijn.

Veel fracties is het steeds verder afknijpen van de toegang tot de rechter te gortig aan het worden. Het kabinet is aan, of over de grens met het verhogen van griffierechten en het beperken van de gesubsidieerde rechtsbijstand. Politiek is daar de rek uit. De meeste fracties geloven niet meer dat dit zo door kan gaan. Kleine ondernemers kunnen of willen hun vorderingen al niet meer via de rechter innen, louter vanwege de kosten. De kloof wordt te groot, partijen blijven bij de rechter weg. Senator Duthler (VVD) had het beeldend over de ‘sandwichklasse’ die klem zit. Griffiegelden kunnen in hoger beroep al tot 15.000 euro oplopen – dat moet je dus betalen, alleen om je te mogen verweren. Ook als je geen bedrijf, maar een burger bent. Die prijslijsten zijn niemand bekend, totdat ze je overkomen.

De echte waarde van zo’n debat zit in de systeemkritiek, in de manier waarop de macht en het recht zich in de democratie tot elkaar verhouden. Daar werden tijdens de hoorzitting met experts vorige maand al harde noten gekraakt. Er was toen een sombere stemming over een kabinet dat eenzijdig inzet op repressie, van tegenspraak noch kritisch advies is gediend en wetgeving vooral ziet als probaat middel om problemen mee weg te toveren. Het concept van de democratische rechtsstaat, waarin juist niemand het laatste woord heeft, maar evenwicht door tegenspraak ontstaat, was dringend aan herwaardering toe. Of in ieder geval – aan politieke erkenning, en wel door de macht zelf. En of de Senaat dat maar wil veroorzaken. Eigenlijk was het een oproep tot herijking van de kernwaarde in een democratische rechtsstaat. Namelijk dat de macht (de overheid) zich houdt aan ‘maat en regel’. De Senaat moet dan moedig genoeg zijn om ‘truth to power’ te spreken. Door bijvoorbeeld op te komen voor de onafhankelijke rechter en diens controlefunctie. En voor het recht als zelfstandige waarde. Dat bleek niet tegen dovemansoren gezegd. Franken (CDA) schetste een onthutsend beeld van een rechterlijke macht waar tijdgebrek en geldgebrek ervoor zorgen dat er te weinig getuigen worden gehoord, dossiers slechts gedeeltelijk worden gelezen en het, in het geval van vreemdelingenrechters, zelfs te duur is geworden om afwijkende vonnissen te schrijven. (Die moeten uitgebreider worden gemotiveerd en kosten dus tijd en geld).

De VVD in de Senaat bleek om rechtsstatelijke redenen tegenstander geworden van het steeds repressievere strafrecht dat de partij zelf in het kabinet met animo vorm geeft. Over de voorgenomen grotere invloed van het slachtoffer op het strafproces zei Duthler dat „we het volksgericht reeds lang achter ons hebben gelaten”. Van de al aangenomen wet ‘herziening ten nadele’ die definitief vrijgesproken verdachten terug voor de rechter kan brengen, heeft de VVD spijt. Ook de PvdA draaide, bij monde van senator Witteveen de klok terug en kreeg er steun van SP en D66 voor. De concentratie van álle macht over de politie bij Justitie, waar men ook al de Rechtspraak en het OM in beheer heeft, maakt dit departement te machtig. De minister van Binnenlandse Zaken zou (weer) voor een noodzakelijk tegenwicht moeten zorgen.

Een spannend avondje dus. Jammer dat ik het live miste. Maar het komt (hier) allemaal terug.