Geen talent voor politiek leiderschap

De PVV nam deze week amper aan de verkiezingen deel Toch werd de partij het centrum van alle aandacht Het pakte verkeerd uit, mede door ‘intellectuele leegte’ om Wilders heen

De grap van de week was natuurlijk dat je van minder Marokkanen vanzelf minder PVV-Kamerleden krijgt. Die werd mede mogelijk gemaakt door Geert zelf. Donderdag exit Kamerlid Roland van Vliet, vrijdag exit Kamerlid Joram van Klaveren: soms gaat het ineens hard, ook al zie je het drama al maanden aankomen.

En och, het went. In de vorige periode (2010-2012) verloor de PVV-leider tussentijds vijf van zijn 24 Kamerleden. Nu alweer drie van de vijftien (Louis Bontes vertrok vorig najaar), en we zijn deze periode pas anderhalf jaar onderweg.

En Wilders maar doen alsof dit om al die afvallers draait, en niet om hem.

Maar bekijk de omstandigheden: het patroon herhaalt zich telkens weer. Bijna al die vertrekkende Kamerleden voelen steeds de enorme behoefte Wilders volledig met hun vertrek te overvallen.

Zo ging het bij Hero Brinkman (voorjaar 2012), zo ging het bij Marcial Hernandez en Wim Kortenoeven (zomer 2012), bij Van Vliet (afgelopen donderdag) en Van Klaveren (vrijdag).

Ze verlaten de gevangenis en willen de directeur nog één keer te grazen nemen. Hij moet schrikken. Ze willen dat hij schrikt. En ze weten dat Wilders, de control freak, de man die zich met de kleinste interne beslissingen bemoeit, nergens zo zwaar van schrikt als een plotseling vertrekkende PVV’er – omdat die altijd weer de bekende publiciteit over LPF-achtige toestanden teweegbrengt.

Het schrikbeeld waar hij al sinds 2005 tegen vecht. Het schrikbeeld dat verklaart waarom de PVV is wat ze is – met al haar problemen: een eenmanspartij met als enig oogmerk de continuering van de politieke zzp’er Geert Wilders.

Droomvlucht

Van Vliet en Van Klaveren noemden als motivatie voor hun vertrek de gang van zaken op verkiezingsavond, toen Wilders zijn stuntje inzake ‘minder Marokkanen’ uithaalde. „Dan regelen we dat.” Zelf verwonderde mij de aandacht daarvoor wel een beetje. Regelen? Hij?

Bij niemand zijn fictie en werkelijkheid zo’n verraderlijke coalitie aangegaan als uitgerekend bij Wilders – en telkens krijgt hij het halve land zover dat het zijn bijna-feiten serieus neemt.

Dan zweeft iedereen virtueel mee in Droomvlucht in de Efteling, zijn favoriet op het fractie-uitje.

Want wat kon hij dan. Op dat podium stond woensdag de man die twee jaar terug welbewust elke invloed op het landbestuur opgaf toen hij Rutte I ten val bracht. Een man die het niet aandurfde – daar was het LPF-trauma weer – dit jaar in méér dan twee gemeenten aan de raadsverkiezingen mee te doen. En ondanks die veilige keuze een uiterst belabberd resultaat boekte: in Den Haag zakte hij van 33.000 naar 26.000 stemmen, in Almere van 17.000 naar 14.000.

Aandacht en scoren

Een campingbaas in Drenthe kan zeggen dat hij het Amstel runt. Hem geloven is een andere zaak. Dus behalve alle logische opwinding en (internationale) afwijzingen was hier ook iets heel anders aan de hand. Iets met onze politieke cultuur, en onze verkiezingscampagnes.

Want in die campagnes, zie de afgelopen weken, gaat het zelden of nooit over politieke prestaties, en is er permanente beloning voor krasse uitspraken en ander afwijkend gedrag.

En een van de bijzondere aspecten aan gesprekken in de binnenwereld van de PVV is dat ze daar al jaren geleden zijn opgehouden Wilders’ uitspraken serieus te nemen. Ze weten hoe ze tot stand komen en waarop ze worden geselecteerd: alleen op effectbejag.

Zo weten talrijke PVV’ers dat Wilders ook zelf vindt dat zijn larmoyante bezwaren tegen bezuinigen op de zorg „nergens op slaan”, zoals oud-persoonlijk medewerker Johan Driessen vorig jaar vertelde.

Hij praat slechts voor de bühne. Hij wil dingen zeggen omdat hij ermee scoort. Hij wil aandacht. „Het gaat Geert alleen om Geert”, zei Driessen, die jarenlang dag en nacht met Wilders werkte.

Ook Roland van Vliet, de Limburgse fiscalist, had al tijden in de gaten dat er amper een verband bestaat tussen Wilders’ opvattingen en uitlatingen. Zo was Van Vliet in 2010 een van de ontvangers van het sms’je, hier onlangs geciteerd, waarin Wilders zijn Europese fractieleider Laurence Stassen uitmaakte voor „freule” en „dat mens”. Dezelfde Stassen die Wilders nu publiekelijk ophemelt.

Evengoed ervoer Van Vliet wat Wilders wél bezighoudt - en dat zegt eigenlijk alles: de PVV-leider wordt permanent opgevreten door angst voor een interne opstand. Voor mensen die, zoals hij dat noemt, „een mes in mijn rug” steken. Hij heeft het er binnenskamers zo vaak over dat er in de PVV diverse woordgrappen over rondgaan.

En een van de gevolgen is dat hij bevriende fractiegenoten steeds weer uit elkaar trekt, zoals Van Vliet in 2012 ervoer, toen hij „de schok” meemaakte dat zijn gabber Jhim van Bemmel geen verkiesbare plaats kreeg. „Ik mis hem nog steeds”, zei Van Vliet me in 2012 al, toen ik hem het hele jaar volgde voor een eindejaarsstuk.

In diezelfde tijd begon hij al te vrezen dat de PVV nooit een volwaardige partij zou worden. De fractieleiding wilde alle Kamerleden klein houden, en verbood contacten met andere partijen en de media. Van Vliet weigerde – „ik laat me niet muilkorven” – en behield zo zijn autonomie.

Dit leidde er ook toe dat Wilders hem nog maar zelden in vertrouwen nam. En dat hij, zeker toen hij de parlementaire enquête naar woningcorporaties ging leiden (de openbare verhoren zijn later dit jaar), de hoop op een betere PVV opgaf.

Nadat hij vorig najaar zag hoe ongenadig penningmeester Louis Bontes uit de fractie werd gezet wegens enkele mild-kritische interviews, wist hij dat er nooit meer toekomst voor hem in de PVV was – en maakte hij een afspraak met VVD-fractievoorzitter Halbe Zijlstra, in de hoop op een overstap.

Centrum van de aandacht

Typerend voor alles was dat Wilders zichzelf in de problemen bracht nadat dit laatste vorige week via NRC bekend werd. Dit twee dagen nadat hier ook het plan voor een nieuwe partij beschreven was waarmee Van Klaveren na de nederlaag van 2012 speelde.

En zo kon het dat Wilders vorige week woensdag voor het eerst begon over „minder Marokkanen”. Typisch zo’n krasse tekst waarvan de PVV-leider weet dat de media erop springen. De bekende heftige reacties, een PvdA-bestuurslid dat de Hitler-vergelijking maakte, deden de rest: zo werd Wilders, die amper aan de verkiezingen deelnam, toch weer het centrum van alle aandacht. En ging het ineens veel minder over zijn eigen partij.

Dat het op verkiezingsavond alsnog misging, met de PVV-meute die om „minder” Marokkanen schreeuwde, wordt in de partij mede toegeschreven aan de intellectuele leegte om Wilders.

Mensen als Van Klaveren, Driessen en Van Vliet waren toch weer van een ander kaliber dan de man die woensdag naast Wilders stond te ginnegappen. Hij, Léon de Jong, de Haagse lijsttrekker, is een oud-RTL-sterretje (‘Popstars’) die er als Kamerlid (2010-2012) om bekend stond dat hij al het interne gedoe braaf aan Wilders doorbriefde. Dat zijn de mensen die overblijven als je, zoals Wilders, geen gelijkwaardige mensen naast je duldt, schamperde vrijdag een PVV’er.

En in feite zagen Van Vliet en Van Klaveren, overtuigd dat ze uit de PVV moesten, in Wilders’ blunder het ideale alibi om alsnog aan hun stutten te trekken. Vertrek om een nobele reden is nu eenmaal beter dan de partij verlaten omdat je allang andere plannen met jezelf hebt.

Of de PVV hiermee alsnog een LPF wordt, zoals veel analisten vrijdag zeiden, staat niet vast: ik ben bang dat niemand dit weet (ook Wilders niet). Zeker drie Kamerleden zouden liever vandaag dan morgen ook vertrekken, maar durfden dit tot nu toe niet aan, vooral omdat ze geen zicht op alternatief werk hebben.

Hoe dan ook onderstreept de hele geschiedenis dat Wilders, behalve een verbaal begaafde debater, een man zonder talent voor leiderschap is. Te argwanend, te controlerend.

En dat de manier waarop Nederlanders, politici en media, verkiezingscampagne voeren, met al die nadruk op krasse uitspraken, en nagenoeg geen aandacht voor prestaties, al jaren een politieke fictie in stand houdt. Een fictie die het misverstand stimuleert dat deze man ooit ook maar iets van zijn opvattingen zou kunnen verwezenlijken.