Geen lokale democratie zonder lokale pers

Geert Wilders heeft het toch maar bereikt. De gemeenteraadsverkiezingen zijn uitgelopen op een integratiefeestje. Alleen zijn fractie desintegreert. Overigens laten de uitslagen van woensdag zien in welke mate de toestand van de lokale democratie ernstig maar niet hopeloos is.

Een op de twee kiezers kwam niet opdagen, bij de allochtone kiezers in Amsterdam stemde zelfs maar een kwart. Dat is zorgelijk genoeg, al was het een teken van leven dat een derde van de stemmers een lokale partij koos. Die laatste groep riep: mag het over gemeentelijke onderwerpen gaan? Veel van die lokale groeperingen zijn druk in de weer met nieuwe vormen van vertegenwoordiging.

Over de motieven van de thuisblijvers kan worden gezegd dat zij het nut niet inzagen van deelname aan de vierjaarlijkse gemeentelijke stembusgang. De landelijke politiek liep ook prominent door het beeld – het NOS-debat van dinsdag schakelde pas de dag voor de verkiezingen regelmatig naar plaatselijke discussies over, zoals het hoort.

Bovendien is het kabinet-Rutte II begonnen met de mededeling dat de helft van de 400 gemeentes maar moet verdwijnen door fusies. Zoals staatsrechtkenner Elzinga deze week in de krant schreef: veel mensen passen ervoor te stemmen voor een sterfhuis. Hoewel de druk er wat af is, blijven Den Haag en verschillende provinciebesturen ijveren voor ‘opschaling’.

In een volksraadpleging hebben driekwart van de kiezers van Haren zich uitgesproken tegen de door de provincie en een handjevol PvdA-bestuurders doorgedrukte aansluiting bij de stad Groningen. Gezien de opkomst van 75 procent een helder signaal. Lokale en regionale politiek die dat negeert, zet veel op het spel.

Ook voor burgers die de bestuurlijke herindelingsdiscussies niet hebben gevolgd zijn er motieven genoeg om van de leg te raken door de tegenstrijdige signalen uit Den Haag. Aan de ene kant zeggen Kamer en kabinet met zoetgevooisde stem dat de gemeente zo mooi maatwerk kan leveren op allerlei gebieden. Aan de andere kant blijft de landelijke politiek zich er steevast mee bemoeien, voor, tijdens en na de overdracht van bevoegdheden.

Wouter Bos, een van de informateurs van dit kabinet, had gelijk toen hij deze week in zijn Volkskrant-column schreef dat van de omvangrijke decentralisaties weinig terecht komt als de lokale politieke strijd over de uitvoering geen financiële gevolgen heeft. Een partij die betere thuiszorg wil garanderen, zal daar meer geld voor nodig hebben dan een partij die alleen de allerarmsten zo’n recht wil geven.

Kortom: geen sterkere lokale democratie zonder verruiming van het gemeentelijk recht eigen inkomsten te verwerven. Maar dan moet het Rijk de nationale belastinghonger natuurlijk echt terugbrengen. Met meer eigen middelen zou het opeens wel ergens over gaan in de gemeentelijke politiek. Reden een halt toe te roepen aan modieuze plannen om het aantal raadsleden en hun vergoeding te beknotten.

Een belangrijke reden die thuisblijvers woensdag opgaven, is het gebrek aan informatie. De belangrijkste bron die men noemt om de lokale verhoudingen te volgen is het huis-aan-huis blad. De slinkende redacties daar doen vaak manmoedige pogingen de gemeentepolitiek enigszins bij te houden, maar zelfs in de tijd dat zij nog vaste raadsverslaggevers hadden moesten zij op kousenvoeten lopen: de gemeente is steevast een grote adverteerder. Wolfsen begon als burgemeester van Utrecht ongelukkig aan die noodrem te trekken na hem onwelgevallige berichtgeving.

Met het steeds maar krimpen van de armslag van stedelijke en regionale dagbladen wordt de vraag acuut hoe burgers op de hoogte raken over keuzes die lokaal moeten worden gemaakt. De wet verbiedt nauwe samenwerking tussen commerciële kranten en publiek gefinancierde regionale omroepen. Tenzij het gaat om proefprojecten. Noord-Brabant is daar actief mee. Proeven zijn niet genoeg.

Sinds 1 januari wordt de regionale omroep niet meer door de provincies, maar door Den Haag gefinancierd. Dat bezuinigt handiger. Staatssecretaris Dekker heeft de regionale omroepen eerder deze maand aangezegd: jullie krijgen 16 miljoen minder én je moet snel gaan samenwerken. Bedenk mooie verhalen in de provincie, maar werk als één organisatie. De overkoepelende Nederlandse Publieke Omroep (NPO) wil daar graag leiding aan geven.

Het is een geval van centralisme waar het tegendeel geboden is. En dus ook een kans eens andersom te denken: hoe kan die betrekkelijk stuurloze lokale kiezer worden voorzien van een gestage stroom zinnige informatie over waar zijn gemeentebestuur mee bezig is? Een van de mogelijkheden is het wettelijk verbod op samenwerking tussen (niet zo reuze) commerciële dagbladen en publieke plaatselijke en regionale omroepen op te heffen.

Een ander idee, waar NOS-directeur Jan de Jong steun voor zoekt, is de regionale omroepen samen met de NOS een soort ANP-taak te geven van plaatselijke en regionale nieuwsvoorziening. De publiek gefinancierde, onafhankelijke basis, op grond waarvan kranten, maar ook webzines en blogs, twitteraars en andere debatdeelnemers een lokale publieke ruimte kunnen scheppen.

Want één ding is zeker: zonder gezond lokaal democratisch debat is er geen nationale democratie. En zonder levende landelijke democratie geen begin van een Europees politiek debat. Daar zal het toch van moeten komen. Wie we ook het land uitwensen, Europa komen we niet meer uit. Dan maar goed geïnformeerd erin.