En Assad steekt de middelvinger op

In Syrië woedt een bloederige oorlog waarin alleen nog maar verliezers lijken te bestaan. Maar daar kunnen wij ons niet bij neerleggen, betoogt Petra Stienen. Het deel van het verzet dat ook de strijd aanbindt tegen de jihadisten, verdient onze steun.

In het voorjaar van 2012 leken de dagen van de Syrische president Bashar Al-Assad geteld. In de Westerse hoofdsteden bogen analisten, diplomaten en politici zich over de vraag welke oppositieleiders en gedeserteerde generaals de macht zouden overnemen.

Niet lang daarna kregen buitenlandse jihadistische strijders meer voet aan de grond in Syrië, al dan niet gesanctioneerd door leiders van Al-Qaeda. En inmiddels woedt er in Syrië een bloederige oorlog waarin alleen nog maar verliezers lijken te bestaan.

Maar Assad houdt niet van verliezen en vecht door tot het bittere einde. De overleving van zijn familie, alawietische geloofsgemeenschap, de inner circle van de Baath-partij en van de veiligheidsdiensten zijn immers te nauw verbonden met zijn heerschappij over dit land. Daarbij, in Syrië genoot Assad lange tijd de steun van grofweg een derde van de bevolking, die geloofde dat hij hun rechten zou beschermen.

Bovendien heeft hij met behulp van Westerse pr-firma’s de illusie geschapen van een moderne seculiere man, getrouwd met een beeldschone Syrische uit Engeland, een toonbeeld van beschaving tegenover die brute baarden uit de middeleeuwen.

Dit argument is overgenomen door Westerse analisten, diplomaten en politici – niet in de laatste plaats door de gruweldaden van islamistische groepen als ISIS en Jabhat al-Nusra. En dus klinkt steeds vaker het mantra: liever steun aan een bekende duivel dan aan de vele onbekende duivels die Syrië tot een tweede Afghanistan zouden kunnen maken.

Nu heeft het buitensporige geweld van het regime-Assad en zijn stoottroepen in de eerste maanden van de revolutie inderdaad het extremisme aangewakkerd. En ook speelde de opmars van de jihadisten Assad in de kaart; deze zei immers al vanaf het begin dat het niet om een opstand van het volk ging, maar om een terroristische strijd tegen zijn regime met steun uit het buitenland. Tel daarbij op de politieke bloedarmoede onder de Syrische oppositie, te verklaren uit decennia dictatuur zonder enige ruimte voor vrijheid van vergadering, meningsuiting of politiek debat, en drie jaar later is er nog altijd geen verenigde oppositie tegen Assad.

Assad wordt door dik en dun gesteund door Rusland en Iran, die duidelijke medeverantwoordelijkheid dragen voor de Syrische genocide. De Syrische oppositie daarentegen, moet telkens bij hun vrienden binnen én buiten Syrië bedelen voor meer steun. Die dan vaak te laat of niet komt.

Het Syrische regime heeft begin maart nieuwe presidentsverkiezingen aangekondigd, gepland voor juni of juli. Het Syrische parlement heeft daarbij bepaald dat kandidaten gedurende de laatste tien jaar in Syrië moeten hebben gewoond en steun van het parlement nodig hebben. Daardoor heeft de facto alleen Bashar al-Assad kans de presidentsverkiezingen te winnen.

Assads inschatting is vanuit zijn standpunt logisch: de internationale gemeenschap heeft hem nu nodig bij het opruimen van de chemische wapens, hij heeft hierdoor legitimiteit als gesprekspartner en als onderhandelaar. Daarbij hebben zijn bombardementen op steden, de inzet van uithongering als oorlogswapen, de gruwelijke martelingen van politieke gevangenen en de miljoenen vluchtelingen niet tot ingrijpen geleid. En dat ziet hij weer als vrijbrief om door te gaan.

In de pro-regime buurten van de geteisterde stad Homs hangen inmiddels de posters met een glimlachende Assad die zijn hand uitstrekt naar zijn volk. Hoewel hij zich nog niet kandidaat heeft gesteld, is de campagne al begonnen.

Hiermee heft hij in feite zijn middelvinger op naar de internationale gemeenschap. Van de opmerking van de afgezant van de Arabische Liga en de VN Lakhdar Brahimi, dat de verkiezingen de kans op succesvolle onderhandelingen in Geneve totaal ondermijnen, trekt hij zich niets aan.

Maar wat is er van Syrië over als Assad straks voor de derde keer tot president wordt verkozen? Dat is de vraag die Assad zich moet stellen. Wellicht is het land dan al in stukken uiteen gevallen. En heeft Assad slechts de macht over een klein deel rond Damascus en de kuststrook waar een deel van zijn aanhang woont.

Zijn aanstaande herverkiezing en de toenemende zekerheid dat Assad voorlopig nog niet weg is, roept vooral ook prangende vragen op voor de internationale gemeenschap. Wat gebeurt er met de miljoenen vluchtelingen buiten het land, in Jordanië bijvoorbeeld? Wat wordt het lot van de tienduizenden politieke gevangenen in de kerkers van het Assad regime? Wordt Assad nog voor het Internationaal Strafhof gehaald vanwege zijn misdaden tegen de menselijkheid? Of gaan we weer met zijn regime samenwerken in de strijd tegen terrorisme?

Of is er toch een alternatief? Dan moeten we niet de al te simplistische indeling van Syrië handhaven. Want dat land en zijn bevolking hebben meer te bieden dan een keuze voor het fascistische regime van Assad of het 7e eeuwse destructieve denken van de jihadisten.

Er zijn grote groepen Syriërs, binnen Syrië vaak verenigd in lokale raden en internationaal in de Syrische Oppositie Coalitie, die die droom van een pluriform Syrië nog altijd nastreven. De Coalitie die overigens ook de strijd aanbindt met de jihadistische strijdgroepen. Zij verdienen waarachtige steun van de internationale gemeenschap.

Dat zal tijd, geld en veel inspanning vergen. Er is geen makkelijke oplossing voor Syrië. Maar ons neerleggen bij de opgestoken middelvinger van Assad zal zeker geen stabiliteit, vrede en veiligheid brengen voor het Syrische volk.