Een handvol dobbelstenen

Een aardig deel van mijn familie woont in Oost-Groningen. Nette, hardwerkende mensen. Eens per jaar verschijnt de lijst met armste gemeenten in Nederland en trekken er weer een paar Hilversumse cameraploegen naar het noordoosten. Nooit vragen ze aan mijn ooms, tantes, neven en nichten wat ze van de uitslag vinden. Meestal wordt er net zo lang gezocht tot er een tandeloze, bejaarde, shag rokende vrouw op een scootmobiel is gevonden. Tja, denk je dan als kijker. Dat wordt nooit wat met die regio.

Het zoeken naar uitersten is populair in de media. Gekke types. Met extreme meningen. Voor, tegen. Links, rechts. Zwart, wit. Goed, slecht. Alleen komt zo’n overzichtelijke verdeling in het echt niet of nauwelijks voor.

Even terug in de tijd. In de 18de eeuw ontdekte de Franse wiskundige Abraham de Moivre de ‘normale verdeling’. Uitkomsten van processen die veroorzaakt worden door een groot aantal toevalligheden (zoals het gooien met een handvol dobbelstenen) leiden tot een verdeling die, grafisch weergegeven, de vorm van een klok aanneemt. De meeste uitkomsten bevinden zich rond het gemiddelde, wat leidt tot een mooie bult in het midden van de grafiek. En naarmate je verder bij het gemiddelde vandaag geraakt, zijn er minder uitslagen te noteren. Dit geldt niet alleen voor dobbelen, maar ook voor natuurlijke fenomenen, zoals lichaamslengte, schoenmaat en allerlei menselijk denken en handelen.

De Moivres verdeling werd verschillende keren herontdekt of hernieuwd onder de aandacht gebracht. Bijvoorbeeld door de Duitse wiskundige Carl Friedrich Gauss.

Maar ook socioloog Everett Rogers stelde vast dat het moment waarop mensen een verandering of innovatie oppakken normaal verdeeld is. Eerst heb je een heel klein groepje dat openstaat voor een vernieuwing (bijvoorbeeld een elektrische auto): de innovators. Daarna pakt een iets grotere groep het op: de early adopters (met een ‘o’, en niet zoals veel mensen zeggen ‘adapters’, die horen in het stopcontact). Daarna komen de twee grootste groepen, de early en de late majority. En ten slotte een klein staartje: de laggards, de achterblijvers.

Terug naar nu. We denken graag in dichotomieën, eenvoudige tegenstellingen, koesteren een diepe behoefte aan structuur. Maar in het echt is het leven niet zo extreem spannend of geruststellend overzichtelijk. Als het gaat om persoonlijkheidstrekken, meningen, uitspraken en gedragingen, zijn er maar weinig uitschieters te noteren en bewegen veruit de meeste mensen zich dicht rond het gemiddelde. Niet zo gek, omdat al deze menselijke kenmerken het gevolg zijn van een samenspel van een groot aantal toevalligheden. De genetische mix waarmee je ter wereld kwam, je persoonlijke ontwikkelingsgeschiedenis, de complexe interacties met verschillende personen. Een handvol dobbelstenen.

Wat moet je hiermee als manager? Realiseer je dat de meeste collega’s niet fanatiek voor of faliekant tegen nieuwe ideeën zijn. Het merendeel zit in het midden. Medewerkers zijn ook niet óf betrouwbaar óf onbetrouwbaar. De meerderheid is de ene keer iets betrouwbaarder dan de andere keer, afhankelijk van de situatie. We zijn niet introvert of extravert, maar meestal ertussenin. Echte winners en losers vind je bijna niet. En verreweg de meeste klanten die je bedient, zullen je geen negen of tien geven, ook geen vier of vijf, maar een zeven. Laat het je niet frustreren.

Het echte leven, thuis en op kantoor, is een stuk gemiddelder, saaier en grijzer dan op tv. En juist daardoor krijgen we af en toe, heel gewoon, ook nog wat werk gedaan.

    • Ben Tiggelaar