De Rus is een groot, zuipend varken

Poetin houdt de traditie van zijn voorgangers in stand: het creëren van een crisissfeer. Telkens weet Rusland – in feite nog steeds het land van Tsjechov, maar dan met kernwapens – eruit te klimmen, zij het overladen met blauwe plekken.

Daklozen die in Sint-Petersburg worden opgevangen door een liefdadigheidsorganisatie. Tsjechov had sympathie voor verschoppelingen, maar haatte ze ook om hun slaafsheid en drankzucht. Foto AFP

Al veertien inwoners van Krasny Pelikan (Rode of Mooie Pelikaan) hebben het leven verloren. Voor dat van tientallen anderen wordt gevreesd. Oorzaak van de ramp: alcoholvergiftiging. Illegaal gestookte wodka heeft weer eens zijn tol geëist in dit dorp in Ruslands Verre Oosten, niet ver van de grens met China. Ik hoor dit bericht op de Russische radio terwijl ik in Het brilletje van Tsjechov net halverwege de zoveelste tirade ben die de schrijver Anton Tsjechov afsteekt tegen het kwaad van de alcohol dat Rusland tot op de dag van vandaag teistert.

Op zijn lange reis naar Sachalin dwars door Siberië had Tsjechov moeite fatsoenlijk voedsel te vinden. „De hele avond zochten we in het dorp of iemand ons een kip wilde verkopen, maar we vingen bot. Maar er is wel wodka! De Rus is een groot varken”, constateert Tsjechov.

Michel Krielaars, voormalig correspondent in Moskou van deze krant, heeft via het brilletje van de grote Russische schrijver een mooie formule gevonden om de lezer binnen te leiden in het Russische leven. Zelf houdt hij de hand van zijn geliefde schrijver stevig vast op de reis die hij onderneemt. Op die manier vloeit het Rusland van Tsjechov soepel over in het hedendaagse Rusland dat Krielaars doorkruist. De lezer die niet het hele oeuvre van Tsjechov tot zich heeft genomen, krijgt zo toch iets mee van diens prachtige werk. Een stimulans overigens om wel meer Tsjechov te lezen.

Tsjechov is meer dan een schrijver van klassiekers als De Meeuw en de Drie zusters. We leren van Krielaars in Het brilletje van Tsjechov dat zijn held literatuur met een maatschappelijk anker verafschuwt. Dat betekent niet dat hij blind is voor de maatschappij om hem heen. In een later stadium van zijn leven probeert hij zelfs actief vooral de bevolking op het platteland te verheffen zonder politieke bevlogenheid te tonen. Maar in zijn werk legt hij op meedogenloze wijze het Russische leven vast. We zijn nu meer dan een eeuw verder en wat is er veranderd? Niet veel, blijkt uit het dramatische nieuws uit Krasny Pelikan. Krielaars bevestigt dat beeld als hij uit Tsjechovs brieven en literaire werk stapt en met die bagage naar het heden kijkt.

Tsjechov is soms moe van de uitzichtloosheid van het Russische leven, zoals zo velen hedendaagse Russen die hun land lief hebben. „We hebben geen politiek, we hebben geen maatschappelijk leven, noch in de privésfeer, noch in het openbaar, ons stedelijk bestaan is arm, monotoon, verveeld, oninteressant. Literatuur heft de repressie niet op”, klaagt hij.

Of wat te denken van deze ontboezeming: „Een Aziatisch land, waar geen pers- en gewetensvrijheid bestaat, waar de regering en negentiende van de ontwikkelden een journalist beschouwen als een vijand, waar zo bekrompen en beroerd geleefd wordt en weinig hoop bestaat op betere tijden...” Een omschrijving die nauw aansluit bij de realiteit van vandaag.

Tsjechovs ergernis

De autoritaire leiders van het land scheppen ook voortdurend een crisissfeer, zoals op dit moment Vladimir Poetin die die traditie in ere houdt met de crisis rond de Krim. En elke keer klimt het land overladen met blauwe plekken weer uit zo’n crisis. Teruggeworpen op zichzelf en onbegrepen aangestaard door een geschrokken buitenwereld. Tsjechov zou zich hebben geërgerd als hij nu de propagandamachine op de Russische televisiekanalen in actie had kunnen zien.

Maar ook in zijn tijd regeerde de leugen en werden burgers met liberale ideeën verketterd. Tsjechov wilde geen liberaal stempel opgedrukt krijgen. Zijn levensfilosofie sluit er wel bij aan: „Mijn heiligdom is het menselijk lichaam, gezondheid, verstand, talent, inspiratie, liefde, en de meest absolute vrijheid, vrijheid van geweld en leugen in welke vorm dan ook.”

De altijd lakei-achtige culturele elite in Rusland heeft zich, net als in Tsjechovs tijd bij de tsaar, kritiekloos achter de grote leider Poetin geschaard in het conflict rond de Krim en Oekraïne. Het onafhankelijke en liberaal denkende deel van deze elite, de Tsjechovs van deze tijd, wordt in de propaganda weggezet als een „vijfde colonne” en „vijanden van Rusland”.

Tsjechov is geen man die de barricade opgaat. Teksten die hij van de censuur terugkrijgt, past hij knarsetandend aan. De censors zijn onder Poetin opnieuw actief en niemand die er iets aan doet. Tsjechov kent die sfeer. Hij verzucht : „Dat wordt deels verklaard door de absolute onverschilligheid tegenover alles wat er in Rusland gebeurt. Iedereen zegt: wat gaat mij dat aan?”

Repressie

Tsjechov constateert dat de autocratie alleen maar leidt tot repressie, net als vandaag. Na het rampzalige communistische experiment van de vorige eeuw weet Poetin niet veel anders te doen dan terug te grijpen naar de tradities en de geschiedenis van de negentiende eeuw. Had hij Tsjechov maar zorgvuldiger gelezen. De autocratie van het tsarendom zorgde voor een totale verstikking van het maatschappelijk leven, probeert de schrijver ons duidelijk te maken. Poetin stapt blind in de tradities en de miskleunen van zijn autoritaire voorgangers. Ook hij is bereid de geschiedenis aan te passen, historische nederlagen worden overwinningen en veroverde gebieden die aan andere volkeren toebehoren veranderen in ‘historisch Russisch gebied’, zoals de Krim.

De rusteloze Tsjechov is voortdurend op zoek naar lichtpunten in het Russische leven. Hij vindt ze niet en ondanks enkele hoopvolle uitzonderingen komt Krielaars die lichtpunten vandaag ook niet tegen. Het leidt tot de conclusie dat Rusland een negentiende-eeuws land is met kernwapens.

Het land doolt rond in een vicieuze cirkel. Tsjechov ziet geen uitweg. Hij hekelt de „luie, zelfingenomen, ideeloze elite”. Hij veroordeelt de enorme klasseverschillen. Hij heeft aan de ene kant sympathie voor de verschoppelingen, maar haat ze om hun slaafsheid en drankzucht. Dat hij van Rusland houdt blijkt als hij op reis gaat buiten de grenzen van het wereldrijk. Dan mist hij vooral het Russische landschap dat door zijn tijdgenoot en vriend de schilder Levitan is vastgelegd.

Krielaars deelt alle gevoelens van zijn held. Ook hij oordeelt mild over het volk, maar soms lijkt het of hij de Rus uit zijn modderige dorp wil sleuren en wil zeggen: „Kijk nou toch eens, jullie hebben Anton Pavlovitsj Tsjechov. Een land dat zulke schrijvers voortbrengt verdient toch een beter lot!”

Op de begraafplaats van het Jonge Maagdenklooster in Moskou legt Krielaars tot slot een bloemetje op het graf van zijn held. Het lijkt of hij met dit gebaar wil zeggen: „Sorry, Anton Pavlovitsj, ik heb mijn best gedaan het allemaal te begrijpen en Rusland lief te hebben. Maar het Rusland dat ik door jouw bril heb gezien, heeft me opgezadeld met een gepijnigde ziel.” Als lezer heb je daar geen last van. Integendeel, het voelt als een voorrecht Tsjechov en Krielaars op hun tocht door Rusland te mogen volgen.

    • Peter D'Hamecourt