Opinie

    • Paulien Cornelisse

De lettergreepregel

Er bestaan mensen die alles zelf willen maken, ook het gereedschap waarmee ze weer andere dingen kunnen maken. Ik las een artikel over een vreugdeloze gemeenschap in Amerika die zich tot doel had gesteld op deze manier zelfvoorzienend te zijn. Ze moesten bijvoorbeeld hun eigen tractor bouwen, maar dat konden ze niet. Roest en modder, dat kwam ervan.

Uiteindelijk ligt een deel van het geluk in erkennen wat je niet kunt. Ik kan veel niet. Alles wat met klussen te maken heeft: daar moet ik iemand voor inhuren.

Als je eenmaal hebt erkend dat je niet alles kunt, zit je met de vraag: hoe ver ga je daarin? Welke taken laat je anderen oplossen en voor welke taken mag je een mooi nieuw apparaat voor jezelf aanschaffen?

„Heb jij een ijsmachine?”, vroeg een vriendin. Nee natuurlijk. IJs, dat laten we anderen opknappen. Maar aan de andere kant: ik kan er weer niet tegen als mensen voorgeraspte citroenschil kopen. Dat doe je toch zelf!

Hierover nadenkend kwam ik tot een simpele regel, die ik ‘de lettergreepregel’ heb genoemd. Hij gaat zo: als het apparaat dat je wilt hebben één lettergreep heeft, dan mag je het sowieso aanschaffen en gebruiken. Denk aan mes, rasp, plank, boor. Basiswoorden voor basisgereedschap. Twee lettergrepen is eigenlijk ook geen probleem. Garde, mixer, hamer, beitel.

Bij drie lettergrepen is het twijfelen, en twijfel is: nee. ‘Komt de lettergreep tot drie, doe het dan maar liever nie’, luidt het gezegde. Dus de broodmachine, onnodig. Ga dan maar artisanaal kneden met je zelfgekweekte gistcultuur. IJsmachine: ha! Natuurlijk niet. Koop het bij iemand met een Italiaanse achternaam, of anders: doe wat yoghurt met stukjes fruit in een plastic zak, gooi dat (goed afgesloten) in een tupperware-bak met ijsklontjes en heel veel zout, schud een kwartiertje en dan heb je ook ijs. IJs waar je gratis respect van je vrienden bij krijgt.

Leaf-blower, nee. Decoupeerzaag, nee. Figuur 1: nee.

De enige drielettergreep waar je een uitzondering voor mag maken is natuurlijk de telefoon. Die moet. Maar om hem toch binnen je lettergreepluwe universumpje te houden moet je hem ‘foon’ noemen. Dan klinkt het bijna net zo basic als rasp.

P.S. Jajaja, de wasmachine en de afwasmachine. Tuurlijk. Maar toch.

    • Paulien Cornelisse