De laatste Nederlanders

De correspondent // Floor Boon in Brazilië

Ze heten De Geus, Los of Verschoor. Ze hebben blonde haren en Nederlandse trekken. Toch behoort het gros reeds tot de tweede generatie die werd geboren in Brazilië. En zijn ze – boven al het andere – Braziliaans.

„Maar tegen mij doen ze alsof ze Nederlandser zijn dan ik”, zegt Yvette Erkel. „Die jongeren niet hoor, ik bedoel vooral de ouderen. Sommigen vertrokken op hun vijfde uit Nederland. Zij zijn nu in de tachtig, maar denken nog precies te weten hoe het er in Nederland aan toegaat.”

Ze beleven Nederland zoals het was toen ze vertrokken, vervolgt Yvette. Ze neemt een slok van haar koffie. „Hun personeel denkt dat iedereen in Nederland op klompen loopt.” Ze trekt haar wenkbrauwen op en kijkt naar beneden. „Ach, misschien denk ik dat over vijfentwintig jaar zelf ook wel.”

Erwin en Yvette Erkel (beiden 44) zijn, samen met hun drie kinderen, de laatste Nederlanders die zich vestigden in Carambei, een oude Nederlandse landbouwkolonie in het zuidwesten van Brazilië. Vanaf 1911 trok een handvol Nederlandse gezinnen naar het dorp, waar ze – inmiddels uitgebreid tot drieduizend mensen – in 1925 de eerste landbouwcoöperatie van het land stichtten: Batavo.

Ik ben in de buurt en besluit een bezoek te brengen aan het dorp dat in 2011 een historisch park aanlegde, ter gelegenheid van honderd jaar Nederlandse migratie naar Brazilië. Er staan Nederlandse huisjes en een kerk. De interieurs lijken gekopieerd uit de jaren dertig. Het waterpark met grachten is nog in aanbouw.

We ontmoeten elkaar in het Koffiehuis, een onuitspreekbaar woord voor Brazilianen. Met koffie-hoe-ies komen ze dicht in de buurt. Er staat appeltaart op de kaart en bitterballen, al zouden die in Nederland niet als zodanig worden herkend. In de souvenirwinkel liggen blauw-witte porseleinen klompjes. ’s Middags worden er warme maaltijden geserveerd.

Kregen de eerste Nederlandse kolonisten nog een stuk grond, vee en een afnamegarantie voor melk van de Britse firma Brazil Railway Company, Yvette en Erwin moesten het zonder hulp stellen. En dat, verzuchten ze, was niet eenvoudig. Naast problemen met de bureaucratie en een visum (waardoor ze na het eerste half jaar gedwongen terugkeerden naar Nederland), is integreren in de kleine kolonie geen sinecure.

„De Brazilianen lopen twintig jaar achter”, vindt Yvette. „En de Nederlanders voelen zich beter dan iedereen”, vult Erwin aan. Zijn ouders vertrokken twintig jaar eerder al naar Carambei en zijn veel meer onderdeel van ‘de kolonie’, zoals het oude deel van het dorp nog steeds heet. „Mijn moeder is ook zo”, zegt Erwin. Hij glimlacht beschaamd. „Uit de hoogte tegen alle Brazilianen. Maar Portugees spreken, ho maar.”

Brazilië is een migrantenland waar de Nederlanders slechts een piepklein onderdeel van uitmaken. In de negentiende eeuw trokken vooral Portugezen, Italianen en Duitsers naar het land. Later volgden de Japanners (de grootste diaspora buiten Japan), maar ook Polen en Oekraïners (ook Oekraïnes grootste buitenlandse kolonie bevindt zich in Brazilië) vonden er hun plek.

Dat al die oude groepen vrijwel geruisloos onderdeel werden van de smeltkroes, blijkt geen garantie voor het heden. De integratie onder Brazilianen is al niet makkelijk, onderdeel worden van de Nederlandse gemeenschap blijkt een minstens zo moeilijke opgave voor Yvette en Erwin. Of ze het anderen aanraden naar Brazilië te emigreren? Het blijft even stil. Erwin antwoordt: „Als we met de kennis van nu dezelfde beslissing konden maken, hadden we het niet gedaan.”

    • Floor Boon in Brazilië