De bureaucratische waanzin van Asscher

Ik wilde hier gaan schrijven over de ‘sectorplannen’ van Lodewijk Asscher. De minister van Sociale Zaken wil met die plannen „de werkgelegenheid ondersteunen op korte termijn” en „zorgen dat sectoren gericht aan de slag gaan met de uitdagingen op de arbeidsmarkt”. Daartoe stelt Asscher dit en volgend jaar 300 miljoen euro beschikbaar. De sociale partners (vakbonden en werkgeversclubs) leggen nog eens 300 miljoen euro neer. Ik wilde uitzoeken en analyseren waar de 600 miljoen euro heen ging en of de inmiddels toegekende sectorplannen zinvol waren.

Dat wilde ik allemaal. Maar ik strandde in een verwarrend oerwoud van overheidsregelingen, van bureaucratisch gedoe, van absurdistische logica.

Voorbeeld van die logica: een deel(tje) van het geld gaat naar het opleiden van jonge mensen voor sectoren waar de werkgelegenheid al jaren krimpt, zoals de bouw en de transportsector. De sociale partners voorzien zelf echter een tekort aan arbeidskrachten. Dus willen ze met de zegen van het ministerie jonge mensen lokken. Maar laten dit nou precies de twee sectoren zijn waar Nederlandse werknemers steeds meer concurrentie ondervinden van werknemers uit de rest van Europa, zoals Oost-Europeanen. Er lijkt me geen enkele reden om aan te nemen dat die toevloed de eventuele tekorten niet zou kunnen opvangen. Waarom in hemelsnaam subsidieert Asscher het opleiden van jongeren voor deze sectoren? Ik begrijp het niet.

Maar goed, ik blijf hangen in een detail nu. En dat overkwam me op mijn zoektocht de hele tijd. Asscher strooit met geld voor gedetailleerde miniprojecten. Zo krijgen 200 mensen in de procesindustrie „een loopbaancheck”. Zo worden 800 schilders getraind „om jongeren te begeleiden”. Zo worden 250 55-plussers in de bouw „gestimuleerd in hun mobiliteit”. Zo krijgen 13.000 werknemers in de transportsector een „inzetbaarheidscheck”.

De regeling is zo ingewikkeld dat het ministerie van Sociale Zaken een ‘Menukaart’, ‘Subsidiekaart’, ‘Leidraad’, en ‘Controleprotocol’ heeft opgesteld. Want de nieuwe gelden moeten natuurlijk niet botsen met alle andere subsidieregelingen die er al zijn. (Even onder ons: dit is het moment waarop uw columnist spontaan tegen haar computer begon te schreeuwen.)

Er zitten zoveel gekkigheden in de plannen dat ik er 3 columns over zou kunnen schrijven. Nou, eentje nog dan. In de kinderopvang wordt een deel van de 17 miljoen uitgetrokken voor „bewustwording van de verminderde kansen in de branche”. Dat is nog eens nuttig besteed belastinggeld! Iets wat de mensen zelf niet kunnen inderdaad!

U begrijpt, uw columnist zag allemaal bomen, maar waar was het bos? Ik heb zitten turven: er zijn 6 sectorplannen goedgekeurd. De bouw krijgt 90 miljoen euro (er is geen sector die zo goed de subsidiepotten weet te vinden als de bouw). De transportsector 30 miljoen, de uitzendbranche 3 miljoen, de kinderopvang en jeugdzorg 17 miljoen, de procesindustrie 20 miljoen en schilders 16 miljoen. Totaal tot nu toe: 176 miljoen euro. De helft komt van de overheid: 88 miljoen. De andere helft komt van de sociale partners, wat inhoudt dat het scholingsfonds van de sector dokt, is mijn indruk. Er worden met die 176 miljoen 105.838 mensen geholpen. Is dat geld nuttig besteed? Ik denk niet dat iemand ooit antwoord kan geven op die vraag.

De sectorplannen van Asscher zijn onze overheid op haar slechtst. Dit is een bureaucratisch circus. En het wordt nog erger. Er zijn pas 6 sectorplannen goedgekeurd, er zijn er nog eens 35 ingediend. Subsidie! Met zijn allen rennen naar die pot! Misschien tijd voor een nieuw gezegde: een Asscheriaanse exercitie. Betekenis: een zinloze, geldverslindende onderneming.