De bobo’s van Belleville

Komende twee zondagen kiest Parijs een nieuwe burgemeester. Is Parijs na 13 jaar socialistisch bestuur toe aan een wisseling van de wacht? De agenda’s van de twee belangrijkste kandidaten, beiden vrouw, verschillen weinig. Een wandeling langs goedkope spijkerbroeken in een van laatste volkswijken, Belleville, en langs Bresse-kippen in het chique zestiende arrondissement.

Door Peter Vermaas, foto’s Abbas/Magnum Photos/Hollandse Hoogte

Links: Nathalie Kosciusko-Morizet op campagne in het vijftiende arrondissement. Rechts:Anne Hidalgo stapt in een elektrische auto na een persconferentie over milieuvervuiling. Rechtsboven: Hidalgo op campagne met de burgemeester van Rome.

‘Ni hao!” Marktkoopman Brahim, zelf afkomstig uit Tunesië, bedient zijn klanten graag in hun eigen taal. Maar de Aziatische dames die met enorme boodschappenkarren langs zijn groenten sjokken noemen alles ‘trop cher’. „Goedkoper krijg je het echt niet”, probeert de handelaar. Hij wijst naar zijn uit warmere streken geïmporteerde pruimen: één euro de kilo. „Daar leg ik op toe, maar ze blijven zeuren dat het te duur is.”

Het is een miezerige vrijdagochtend op de chaotische markt aan de Boulevard de Belleville in het noordoosten van Parijs. Spijkerbroeken doen slechts 5 euro. Bebaarde mannen bieden onder hun donsjassen potten oploskoffie aan alsof het gouden horloges zijn. Hier, tussen de kraampjes, vermengt de geur van gegrilde kip en verse vis zich met die van armoede. Eenvijfde van de bewoners in het 20ste arrondissement van Parijs leeft volgens recent onderzoek onder de armoedegrens.

‘Mijn voorstellen om het leven in Parijs goedkoper en makkelijker te maken’, staat op een foldertje van de socialistische burgemeesterskandidaat Anne Hidalgo dat een jongen in een rood regenjasje uitdeelt aan iedereen die de markt betreedt. „Want Parijs moet een stad voor iedereen blijven”, glimlacht ze op het pamflet naast een fotootje van het chique verbouwde Place de la République.

Belleville mag dan van kleur zijn verschoten, het is nog altijd een van de laatste volkswijken van Parijs. „Maar voor hoe lang?”, sombert François Trounday bij de pruimen van Brahim. De 66-jarige weduwnaar woont hier al zijn hele leven, zegt hij, maar kan van zijn spoorwegpensioen de maandelijkse huur nauwelijks meer betalen. „Gewone mensen vertrekken, omdat alles duurder wordt”, zegt Trounday. „En er komen les bobo voor in de plaats.”

Daar zijn ze: de ‘bobo’s’ – van ‘bourgeois-bohème’, de goed verdienende alternatieveling die langzaam maar zeker de laatste volkswijken van Parijs verovert.

Komende zondag en die van volgende week gaat Parijs, met 36.000 andere Franse gemeenten, naar de stembus om een nieuwe gemeenteraad en, indirect, een nieuwe burgemeester te kiezen. En er gaat dezer dagen geen politiek debat voorbij of de bobo duikt erin op. Is hij een zegen of een vloek voor de cohesie van de Franse hoofdstad? En wat betekent de bobo voor de verkiezingsuitslag?

Parijs zonder het volk

Er zijn zondag zes kandidaten, maar de echte strijd gaat tussen twee vrouwen: Anne Hidalgo, namens de Parti Socialiste (PS) plus een aantal andere linkse partijen, en Nathalie Kosciusko-Morizet (‘NKM’, zoals de Fransen haar gemakshalve kennen) van de centrum-rechtse UMP. Hidalgo, die als locoburgemeester de laatste dertien jaar een stempel op de stedelijke vernieuwing drukte, gaat voorop in peilingen.

In een fel maar stevig gedocumenteerd boek, Paris sans le peuple (Parijs zonder het volk) dat een paar maanden terug veel discussie losmaakte, brengt de linkse geografe Anne Clerval van de Université Paris-Est de ‘gentrificatie’ van de stad in kaart. „In Parijs wonen is steeds meer een uiting van sociale heerschappij”, vatte ze haar eigen bevindingen bondig samen tegenover Libération: arbeiders en eenvoudige werknemers zijn door de exploderende onroerendgoedprijzen in de jaren negentig steeds verder naar de banlieue geduwd, terwijl kleine zelfstandigen of hoger kader bereid zijn veel te betalen om maar binnen de beperkte kring van het ‘Parijs binnen de muren’ te wonen.

Dat proces heeft links sinds het in 2001 het stadsbestuur overnam niet weten te stoppen, oordeelt Clerval kritisch. Burgemeester Bertrand Delanoë was de eerste socialistische burgemeester van Parijs na een eeuw rechts bestuur. Clerval voegt er overigens aan toe dat het in 2001, na jaren bourgeoisement, misschien ook al wel te laat was. In de eerste tien jaar van Delanoës bestuur stegen de huizenprijzen in Parijs met 146 procent. De laatste jaren is er weer een kleine daling, maar Parijs is volgens het onderzoeksinstituut van het Britse blad The Economist inmiddels wel de duurste stad ter wereld geworden, op Singapore na. En dat komt vooral door de huizenprijzen.

Niet alleen arbeiders, ook veel kunstenaars zeggen zich de prijzen in de stad niet meer te kunnen veroorloven. Een studioappartementje van 30 vierkante meter kost gauw 1.000 euro per maand, een atelier is helemaal onbetaalbaar. Zij wijken vaak uit naar het (veel grotere) Berlijn. En de Kamer van Koophandel constateerde eerder deze maand dat ook veel hogeropgeleide jongeren uit Parijs e.o. hun toekomst in het buitenland zien – ook omdat het vanwege Franse bureaucratie in Londen of New York nu eenmaal makkelijker is een bedrijfje op te zetten.

Nu staan Parijzenaars niet bekend om hun optimistische kijk op het leven. Anders dan menigeen tijdens de apéro debiteert, is het ook weer niet zo dat Parijs leegloopt. Of niet meer eigenlijk.

Onder Delanoë kwamen er juist 124.000 nieuwe Parijzenaars bij. „Ik werk als afrodisiacum”, glimlachte hij bij zijn laatste nieuwjaarsborrel. Maar met geboortes heeft de bevolkingsgroei weinig te maken. Wel met het bijbouwen van gesubsidieerde woningen, om aan het wettelijk voorgeschreven minimum te komen. Maar met het oog op ‘sociale menging’, toverwoord in zijn beleid om de gigantische sociale kloof in Parijs te dichten, is de meerderheid van die huizen volgens Clerval juist weer niet op de allerarmsten gericht.

Openluchtmuseum

Parijs is onder Delanoë weer „tot leven gekomen”, houdt de socialistische kandidaat Anne Hidalgo niet op te herhalen. Vriend en vijand zijn het er over eens: hij heeft de stad, die een openluchtmuseum dreigde te worden, wakker geschud. „Hij heeft de dynamiek teruggebracht en de eer van Parijs hersteld.”

Na achttien jaar Jacques Chirac, die het burgemeesterschap gedurende enige jaren dacht te kunnen combineren met het premierschap van Frankrijk, en na zes jaar onder diens vertrouweling Jean Tiberi, kreeg Delanoë dertien jaar geleden „de sleutels van Parijs in handen”. Mede dankzij verdeeldheid op rechts en een reeks van affaires op het gemeentehuis. Hij was de kandidaat van een brede linkse coalitie met onder andere de communisten, die nu weer de handen ineen heeft geslagen.

Delanoë (63), die altijd heeft gezegd het bij twee termijnen te willen houden, is nu een van de populairste politici van Frankrijk en wordt haast dagelijks gevraagd of hij geen belangstelling heeft om in de regering van president Hollande plaats te nemen of zelfs premier te worden (nee). De enigszins technocratische Hidalgo, dochter van een Spaanse immigrant, was zijn kroonprinses. Op al haar grote bijeenkomsten stond ze de laatste weken zij aan zij met Delanoë om hun gezamenlijke erfenis inzet te maken van de verkiezingen.

Die bestaat niet alleen uit sociale woningen of uit de internationaal breed uitgemeten instelling van zomerstranden aan de Seine (‘Paris Plage’) en het magische nachtelijke kunstenfestival ‘Nuit blanche’. Nee, onder Delanoë ging bovenal een groot deel van de stad op de schop om het autoverkeer terug te brengen. Hoewel de luchtvervuiling, zoals de afgelopen weken bleek, er door de toename van dieselauto’s niet veel minder op is geworden, nam het autoverkeer door ontmoedigingsmaatregelen met 25 procent af.

Daarvoor in de plaats kwamen een nieuwe tramlijn, fietspaden, het systeem van publieke fietsen (Vélibs) en, iets recenter, elektrische stadsauto’s (Autolib) „voor de bobo die geen parkeerplek heeft”, zoals een barman het verwoordt. Hidalgo heeft nu ook de komst van een elektrische ‘Scootlib’ aangekondigd.

Oesters en Bresse-kippen

Het zijn verworvenheden waar de kiezers in het chique zestiende arrondissement, in het westen van de stad, niet veel mee op hebben. „Er zijn vooral heel veel parkeerplaatsen verdwenen onder de socialisten”, glimlacht een oudere dame die onderweg is naar de buurtmarkt aan de Rue Gros. „Ik heb niets tegen fietsen en elektrische auto’s”, zegt ze, „maar ze nemen zoveel ruimte in.”

Hier geen spijkerbroeken van 5 euro of goedkope pruimen, maar bergen oesters, Bresse-kippen en onbespoten groenten. Hoewel deze buurt maar tien kilometer – of achttien metrohaltes – van Belleville ligt, voelt het hier als een andere stad. Zelfs de marktkramen lijken hier met precisie in het lood gezet.

Politieke folderaars zijn er niet: het westen van Parijs en het zestiende arrondissement in het bijzonder is op voorhand gewonnen door Hidalgo’s tegenstrever Nathalie Kosciusko-Morizet. Het linkse stadsbestuur had de afgelopen jaren de grootste moeite om hier de politiek van ‘mixité sociale’, het mengen van sociale groepen, door te voeren. Slecht 4 procent van de woningen in dit arrondissement is sociaal, terwijl 20 procent wettelijk vereist is. Efficiënte buurtcomités roeren zich bij ieder plan tot verandering. Dat werd de laatste weken opnieuw duidelijk toen bleek dat Anne Hidalgo de achter de Arc de Triomph gelegen Avenue Foch, een belangrijke verbindingsweg, tot een soort park zei te willen inrichten.

Toch is de NKM’s agenda voor Parijs niet veel anders dan die van Hidalgo. Om Parijs te kunnen winnen, moet zij juist enige arrondissementen in het oosten van de stad winnen. Deze voormalige minister van Milieu onder oud-president Nicolas Sarkozy zegt net als haar tegenstrever het autoverkeer te willen verminderen, meer fietsen te willen en het openbaar vervoer te willen verbeteren.Ze deed afgelopen week veel moeite om met ingelaste persconferenties beweringen van links tegen te spreken dat haar centrum-rechtse UMP de afgelopen jaren juist tegen fietspaden of de invoering van het Vélib-fietsenplan gestemd zou hebben.

„Als zelfs rechts de erfenis van onze burgemeester verdedigt, wat hebben we dan nog te verliezen”, verzuchtte een lid van het campagneteam van Hidalgo vorige week.”

    • Peter Vermaas