Bang voor statistiek? Wat humor helpt

Hoe kun je alfa- en gammastudenten over hun angst voor statistiek heen helpen? Nou, bijvoorbeeld door in statistiekcursussen niet zo de nadruk op wiskunde te leggen. Want dat kan ook nog de eventuele wiskundeangst van de studenten aanwakkeren. En dan zijn ze nog verder van huis.

Dat is de eerste van vijf aanbevelingen die twee psychologen doen in een nieuw overzichtsartikel over statistiekangst: de onaangename onrust die sommige mensen ervaren als ze geconfronteerd worden met statistiek, in welke vorm en op welk niveau dan ook (Perspectives on Psychological Science, maart). En nee, angst voor statistiek en voor wiskunde is niet hetzelfde, al worden ze vaak verward.

Statistiek leren lijkt volgens sommige onderwijskundigen op het leren van een tweede taal. Studenten die goed in taal zijn, zijn over het algemeen ook minder bang voor statistiek. Dus, schrijven de psychologen: leg minder nadruk op wiskunde. Laat studenten minder zelf uitrekenen, dat kan de computer wel. Leg liever het correct gebruik van specifieke statistische tests uitvoerig uit, en de aannamen die eraan ten grondslag liggen.

Geef studenten verder weinig kans om uitstelgedrag te vertonen; dat verergert de angst. Laat hen bijvoorbeeld punten verdienen louter door mee te doen aan wekelijkse testjes (niet per se door die goed te maken). Geef studenten ook gelegenheid om anoniem vragen te stellen; angst om dingen te vragen hoort bij statistiekangst. Benader, als docent, de materie met humor (zoals cartoons en grappige filmpjes over statistiek) én met zelfvertrouwen – besmet studenten vooral niet met eventuele eigen angst.

De angst hoeft trouwens niet helemaal weg: een béétje spanning kan juist wel goed zijn. Al is moeilijk te zeggen hoeveel dan optimaal is.

    • Ellen de Bruin