Er valt wat te kiezen – maar wel pas in de toekomst

Deze gemeenteraadsverkiezingen waren belangrijker dan ooit, vertelden de landelijke politici ons: gemeenten krijgen er de komende jaren gigantisch veel taken bij, met name op het gebied van uitkeringen en langdurige zorg. De burgers konden zich op 19 maart dus uitspreken over hoe ze deze enorme decentralisatie ingevuld zouden willen zien. Er was alleen één probleempje: de taken zijn nog niet overgeheveld, dus lokale politici (en burgers) hebben nog geen idee wat de werkelijke keuzes zullen zijn. Zo kon het gebeuren dat de landelijke politici tijdens de campagne voortdurend debatteerden over de langdurige zorg, terwijl de partijen zich in hun lokale programma’s beperkten tot gemeenplaatsen als „maatwerk leveren” en „goede zorg voor iedereen”. Dat kon bijna niet anders: veel gemeenten zullen hun zorg- en welzijnstaken straks vanwege gebrek aan slagkracht in regionale samenwerkingsverbanden regelen – buiten de democratische controle van de gemeenteraden om. Veel lokale politici klaagden ook over het dreigende gebrek aan geld: de decentralisaties zullen met een forse bezuiniging gepaard gaan. Maar bestuurskundige Klaartje Peters ziet hier juist een kans voor ‘politisering’ van de gemeentepolitiek. „Lokale politici zeggen: we krijgen zo weinig geld dat er straks weinig te kiezen valt. Maar misschien is het wel omgekeerd: weinig geld maakt keuzes juist scherper”. Peters verwacht ook dat een veranderde positie van de burgemeester het lokale bestuur ‘politieker’ zal maken. „Op afzienbare termijn zal er een gekozen burgemeester zijn, verwacht ik. Dan kun je met name in steden een strijd krijgen tussen een linkse en een rechtse burgemeesterskandidaat. Zeker als gemeenten meer mogelijkheden krijgen om hun eigen belastingen te heffen.”