Écht lokale verkiezingen zijn een illusie

Iedere vier jaar klinkt weer dezelfde verzuchting: waarom bemoeien al die landelijke kopstukken zich toch met de campagne voor de gemeenteraden? In Ede, Drachten of Landgraaf kun je niet op ze stemmen, en toch komen ze allemaal flyers uitdelen en zijn ze in de weken voor de verkiezingen niet van de televisie te slaan. Voor partijen blijft het een onoplosbaar probleem: de gemeenteraadsverkiezingen zouden moeten gaan over lokale thema’s, maar voor de meeste kiezers geven landelijke overwegingen en de doorslag. Een kiezer in Gouda weet wie Alexander Pechtold is, maar heeft geen idee hoe de lokale D66-lijsttrekker heet.

Ook afgelopen woensdag liet ongeveer tweederde van de kiezers de lokale stem weer afhangen van de landelijke politiek, zo blijkt uit exitpolls. „Het beeld was in vrijwel alle gemeenten hetzelfde”, zegt Marcel Boogers, politicoloog aan de Universiteit Twente. „Regeringspartijen VVD en PvdA verloren, de oppositiepartijen wonnen. Ongeacht de prestaties van hun wethouders en raadsleden en ongeacht hun plaatselijke verkiezingsprogramma’s.” Met zo’n landelijke dominantie hebben de gemeenteraadsverkiezingen volgens Boogers „geen meerwaarde” meer voor de lokale democratie. „Ze zijn een willekeurige interventie in de landelijke verhoudingen. Je zou ze net zo goed een keer kunnen overslaan, of een potje dobbelen om de raadszetels.”

Een mogelijkheid om deze trend te doorbreken, zegt Boogers, is een verbod op landelijke partijen bij lokale verkiezingen – zoals dat al bestaat in Griekenland, Canada en sommige Amerikaanse staten. „Achter die lokale clubs kunnen dan best landelijke partijen zitten. De PvdA zou mee kunnen doen aan de Lijst Sociaal, de VVD als Lokaal Liberaal. Ik denk dat de opkomst dan hoger zou kunnen zijn.”