De somberaars zitten er flink naast – maar goed is het niet

Historisch laag. De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen zou een dieptepunt worden, voorspelden de peilbureaus. Ipsos Synovate zag vooraf slechts 43 procent van de kiezers naar de stembus gaan: meer dan 10 procent minder dan in 2006. Het bleek allemaal quatsch: met 53,8 procent was de opkomst slechts een fractie lager dan vier jaar geleden. Natuurlijk, het is niet fraai dat bijna de helft van de kiezers thuisblijft, en de trend van de afgelopen decennia is onmiskenbaar dalend. Maar gemeenteraadsverkiezingen zijn wat politicologen second order elections noemen, en daar is de opkomst traditioneel slecht. Bovendien ligt het aantal kiezers nog altijd flink hoger dan in een land als Groot-Brittannië, waar bij lokale verkiezingen zelden meer dan 40 procent komt opdagen.

Hoe konden de peilers er zo naast zitten? Ipsos Synovate heeft een brutale verklaring: juist dóór hun lage opkomstprognoses gingen mensen alsnog naar de stembus: „Er ontstond een ‘dat laten we toch niet gebeuren’-gevoel bij media, politici en kiezers.” Of dat zo is, valt niet te bewijzen. Een erg geloofwaardig verhaal is het in elk geval niet, zegt Klaartje Peters, hoogleraar Lokaal en regionaal bestuur aan de Universiteit Maastricht. „Kiezers kunnen ook omgekeerd redeneren: zie je wel, 43 procent gaat maar stemmen, waarom zou ik dat dan nog doen?” Opmerkelijk was hoe journalisten, opiniemakers en bekende Nederlanders massaal opriepen te gaan stemmen. Ook waren overal in het land evenementen om de opkomst te bevorderen, zoals de Haagse VerkiezingsNach. Maar de cheerleaders van de democratie hebben weinig invloed gehad op de opkomst, denkt Peters: „Waarschijnlijk hebben veel mensen gewoon bedacht dat ze aan hun burgerplicht moesten voldoen.”