Wetenschap hangt in een strop

Als de wetenschap scheidsrechter moet spelen, komt er altijd gedonder. Jan Staman onderzoekt de relatie tussen wetenschap en politiek.

Jan Staman: „Meestal zegt het contract: wij, ministeries, doen de woordvoering, en jij, wetenschapper, zwijgt.” Foto David van Dam

Twintig jaar ambtenarij hebben van Jan Staman geen grijze muis gemaakt. Deze stevig gebouwde Twentenaar, die tussen 1982 en 2002 op het ministerie van Landbouw werkte, draagt deze maandagnamiddag een glimmend, antraciet blauw pak met dunne witte strepen. Hij lacht vaak. En conflicten noemt hij „een feestje”.

Dat moet ook wel, want conflicten ziet hij veel, als directeur van het Rathenau Instituut. Dat onafhankelijke instituut, gelieerd aan de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, houdt zich bezig met de rol van wetenschap en technologie in de samenleving. Neem bijvoorbeeld het rapport dat het instituut komende maandag uitbrengt, Wetenschap als strijdtoneel. Dat staat vol conflicten. Het gaat over de maatschappelijke ophef die kan ontstaan als politiek en wetenschap de problemen en zorgen van burgers negeren. Het rapport behandelt zes casussen, stuk voor stuk lastige maatschappelijke kwesties. Onder meer de winning van schaliegas, het vaccineren van twaalfjarige meisjes tegen baarmoederhalskanker, het plaatsen van zendmasten voor mobiele telefonie. „Bij al die gevallen kwam er gedonder”, zegt Staman glunderend in de sociëteit van perscentrum Nieuwspoort in Den Haag.

Wat hebben de omstreden kwesties gemeen?

Staman: „Dat de politiek een doel heeft, en vervolgens wetenschappers inzet om argumenten te leveren waarmee de beoogde aanpak onderbouwd kan worden. Bijvoorbeeld: schaliegas is veilig om te winnen. Of: die zendmasten kunnen geen kwaad. Verdere zorgen van burgers nemen ze niet serieus en worden van tafel geveegd.”

En dat werkt niet?

„Politici en beleidsmakers maakten in deze gevallen de fout dat ze wetenschappers in de rol van scheidsrechter hebben gemanoeuvreerd. En dan zeggen die politici: ‘met dit onderzoek hebben we de waarheid, nu moeten we toch wel klaar zijn’. Ze zien niet hoe hardleers ze zijn. Dit zijn stuk voor stuk lastige maatschappelijke kwesties waar veel tegelijk speelt. Ethisch, sociaal, wettelijk. Je mag nooit verwachten dat de wetenschap scheidsrechter kan spelen in zo’n waardepolitiek gekleurd conflict. Je vindt voor elk standpunt wel wetenschappers. Die zendmasten voor mobiele telefonie zijn helemaal niet zo veilig! Ondergrondse CO2-opslag leidt wel degelijk tot aardbevingen. Zo kom je in een loopgravenoorlog, en boek je geen enkele vooruitgang.”

Toch komt het nog steeds voor dat politici maar één risico laten uitzoeken.

„En de rest bagatelliseren. Ja. Zoals bij schaliegas. Dat kan echt wel veilig gewonnen worden hoor, zeggen ze. Onderzoek wijst het uit. Gevaar voor het milieu? Welnee! Daling van de huizenprijzen? Valt allemaal wel mee. En dat alles onder het motto: wij zijn Amerika niet. Haha! Alleen dat al. Over het algemeen zijn ze daar veel strenger dan hier.

„Wij schrijven in ons rapport dat zo’n opstelling écht niet meer werkt. Politici zullen moeten veranderen. Je moet bij dit soort lastige kwesties maatschappelijke partijen vroeg betrekken, en serieus nemen. Politici moeten ook inzien dat gevoelige publieke kwesties niet te versmallen zijn tot een wetenschappelijk vraagstuk. De wetenschap kan hier geen definitieve antwoorden geven.”

En wetenschappers?

„Die moeten weten waar ze aan beginnen als ze met politici in zee gaan. Meestal tekenen ze een contract dat zegt: wij, ministeries, doen de woordvoering, en jij, wetenschapper, zwijgt. Je hangt je zo in een strop. Dat is naïef en dat hoeft niet.”

Wat kan een wetenschapper doen?

„We geven overal ter wereld trainingen en leren wetenschappers wat er gebeurt als je de wereld van het openbaar bestuur of van een bedrijf binnen wandelt. Het is een wereld die je gaat gebruiken. Die dus de gunstige resultaten uit je onderzoek pikt, die je waarschuwingen negeert, die je rapport juist inzet om een proces te vertragen als dat nodig is.”

Wordt de wetenschap echt in die mate misbruikt door bedrijfsleven en politiek?

„Ja, wat denk jij? Er zijn een heleboel ontwikkelingen waar het goed gaat, waar we niet wakker van liggen. Aanpassingen aan een rivier, halfvolle melk. We ontvangen het in genade. Maar op het moment dat je wetenschap gaat inzetten bij projecten die radicaal van aard zijn, die grote veranderingen met zich mee kunnen brengen voor iemands leefomgeving, of die raken aan normen en waarden, dan kun je gedonder krijgen. Als burgers dan het gevoel krijgen: ze nemen ons niet serieus, ze nemen ons te pakken, dan gaan de hakken in het zand.”

Zoals minister Kamp van Economische Zaken in eerste instantie ontkende dat de aardbevingen in Groningen tot waardedaling van huizen leidt.

„Hoe kun je ’t zeggen?”

Hoe moet het dan wel?

„In de periode dat ik op Landbouw werkte speelden allerlei problemen met dierenwelzijn. Mond- en klauwzeer, varkensgriep. Dierenbescherming volgde transporten naar Genua en filmde hoe daar de koeien levend aan haken werden gejast. We kregen soms 14.000 brieven per week van boze burgers. Toen hebben we overleg opgezet tussen allerlei partijen. Dierenbescherming, onderzoekers, overheid, bedrijfsleven. We begonnen van voren af aan, gezamenlijk. Wat is het probleem, wat voor soort agenda hebben we nodig, wat zou je aan regelgeving kunnen doen, wie gaat het financieren, kunnen we samenwerken? Het was niet eenvoudig. Maar uiteindelijk is er veel op de schop gegaan. Bij de kistkalveren, bij de pluimveehouderijen.

„Sommige ministeries hebben inmiddels wel door hoe ze zo’n breed overleg moeten opzetten. Volksgezondheid werkt veel met patiëntenorganisaties. Maar een ministerie als Economische Zaken heeft er nog steeds niet veel kaas van gegeten.”

Wat deed u voordat u bij het ministerie van Landbouw begon?

„Ik heb diergeneeskunde en rechten gestudeerd. Ik heb jarenlang aan de Universiteit Utrecht op de kliniek gewerkt. Met kleine huisdieren. Patiëntenzorg. Ik deed vooral inwendige ziekten. En hoofdzakelijk bij honden en katten. Ik heb veel geopereerd, maar dat was niet mijn favoriete bezigheid. Je staat in een werkplaats, aan een tafel, een hele ochtend. Ik vond de poli geweldig. Klinisch onderzoek doen. Proberen vast te stellen bij een hond, wat heb je nou eigenlijk? En het gaat om ziekten die ook bij mensen voorkomen. Je referentie zijn muizen, ratten, katten, konijnen, en mensen. Zo keek je ernaar.”

En u houdt van het conflict.

„Dat is misschien de jurist in mij. Mensen komen bij een jurist als er een conflict is. Daar geniet ie van, daar leeft ie van. Het zijn onderhandelaars. Het vereist ook veel vakbekwaamheid, en mensenkennis. Je moet uitzoeken wat een begaanbare weg is.”

    • Marcel aan de Brugh