Weemoed in het linke zeepjesmilieu

Schatgraven in de postbus, niet iedere uitgever heeft er even veel talent voor. Tal van internationale bestsellers, van Gone with the Wind van Margaret Mitchell tot Catch-22 van Joseph Heller, zijn als manuscript veelvuldig afgewezen. Pas de dertiende Britse uitgever die Harry Potter and the Philosopher’s Stone kreeg aangeboden, ging met J.K. Rowling in zee.

Nieuw Amsterdam krijgt wekelijks vijf tot acht manuscripten toegestuurd De afgelopen drie jaar verscheen er van de honderden aangeboden fictiemanuscripten niet eentje in druk. Tot de redactie enthousiast raakte over Tankstelle van Auke van Stralen, een ‘roadthriller’ over de wereld van drugskoeriers.

Van Stralen is een atypische debutant. Hij is midden veertig en werkt als verkoopmanager bij een internationaal afvalverwerkingsbedrijf. Zijn verhaal speelt in Duitsland in 1998. Hoofdpersoon is Douwe, kind uit een Duits-Nederlands huwelijk. Naast zijn studie wiskunde aan de universiteit van Karlsruhe werkt hij bij een pompstation, waar hij met zijn voetbalvrienden Mehmet en Toni verantwoordelijk is voor de mannentoiletten. De Tankstelle blijkt een cover-up voor een schimmige koeriersdienst. Al snel maken de drie vrienden in luxe auto’s goedbetaalde ‘ritjes’ door Europa. Ze vervoeren ‘zeepjes’, onderwereldjargon voor plakken hasj, die in de auto’s zijn verborgen.

Beeldend beschrijft Van Stralen een wereld van snelle ritten, luxe hotels, koffers met geld en feesten in discotheken met drank, vrouwen en pillen (‘smarties’) in overvloed. De drie voetbalvrienden mogen hun illegale verdiensten niet te opzichtig uitgeven. Douwe koopt in antiquariaten oude wiskundeboeken, Mehmet spaart voor een eigen kebabzaak, Toni voor een eigen huis.

Behalve een spannend inkijkje in een duistere wereld is Tankstelle vooral een roman over de teloorgang van vriendschap. De kameraadschap van het voetbalveld houdt in de drugsbusiness geen stand. Op overtuigende wijze beschrijft Van Stralen hoe Douwe, Mehmet en Toni geleidelijk van elkaar vervreemden en hoe de bravoure plaatsmaakt voor weemoed.

Geestig is de rol van de toiletten in het boek. Om hun inkomsten te verklaren blijven de vrienden bij het pompstation werken. Douwe, de ik-figuur, probeert met zijn mathematische inslag wetten te formuleren voor een zo hoog mogelijke opbrengst van de wc’s. Zeer lucratief blijkt een tekstbordje bij het geldschoteltje van de mannentoiletten: ‘Klein geschapen 20 Pfennig, Groot geschapen 2 mark.’

Tankstelle is een zeer geslaagde brievenbusvondst, de beste Nederlandstalige thriller die dit jaar is verschenen. Enig minpunt is het magere en weinig geloofwaardige einde, dat een vierde recensiebal net in de weg zit.