Volg deze tonijn op Facebook

Het aanbod van verantwoord gevangen vis is onvoldoende en de keurmerken zijn niet waterdicht. Tijd voor een nieuw merk. Want als er niet duurzaam wordt gevangen is er „over vijftig jaar geen handel meer”, voorspelt vishandelaar Bart van Olphen.

De vissersboot van de Maledivische kapitein Hussein vaart op diesel. Hij heeft twee enorme schijnwerpers aan boord om aasvis lokken, en een sonarsysteem onder de boot om de school aasvis in de gaten te houden. Allemaal moderne gemakken. Maar aan de manier van vissen is in honderden jaren feitelijk niets veranderd: de skipjack-tonijnen waarop kapitein Hussein vist worden één voor één met een hengel uit het water gehaald. Dat maakt deze tonijn een van de duurzaamste ter wereld.

Om een uur of vier ’s middags vertrekt de boot uit de haven van Mandhoo, een eiland niet ver van de evenaar in de Indische Oceaan. ’s Nachts wordt er op aas gevist. Tegen zonsopkomst staan een tiental vissers met hengels op een rij op de platte achterkant van de boot. Achter hen is een net gespannen, rechtop over de breedte van de boot. Naast het net staan twee oudere mannen, zij gooien handjes aas in het water terwijl de boot op een rustig tempo vaart. Niet veel later kromt de eerste hengel – niets meer dan een holle plastic stok van een meter of drie met daaraan een lijntje. De visser zwiept de vis over zijn hoofd de boot op. De vis glijdt van het haakje en belandt in het net. Dan volgen er meer. Soms vliegt er minutenlang elke acht seconden een vis door de lucht.

Na tweeënhalf uur is het aas op en is het vissen voorbij, ongeacht hoeveel tonijn er nog in het water zit. De vangst is niet overweldigend, maar kapitein Hoessein is tevreden. Hij schat de vangst op zo’n 800 skipjacks – een kleine tonijnsoort, gemiddeld een halve meter lang en ruim twee kilo zwaar. Ertussen liggen precies twee geelvintonijnen. Dat is precies wat de Nederlandse vishandelaar Bart van Olphen met zijn eigen ogen wilde zien: geen overbevissing én amper bijvangst. Daarom heeft de Maledivische tonijnvisserij, als enige in de Indische Oceaan, een certificering van het MSC (Marine Stuartship Council) – een onafhankelijke organisatie, onder meer opgericht door het Wereld Natuur Fonds en Unilever, die richtlijnen opstelt voor duurzame visserij.

Vanaf volgende week is deze Malediviaanse tonijn in blikjes verkrijgbaar in de filialen van Albert Heijn. Aanstaande maandag lanceert Van Olphen de supermarktlijn van zijn nieuwe duurzame vismerk Fish Tales. Voorlopig zal die lijn bestaan uit tien conserven-, drie diepvries- en vijf versproducten. Onder meer tonijn, zalm en schol, maar ook sardines en haring. Maar alleen de allerduurzaamste vis.

Nieuw keurmerk

Waarom is dat nodig een nieuwe duurzame vislijn? 30 procent van de visbestanden wereldwijd is overbevist. Nog eens ruim 50 procent zit daar heel dicht tegenaan, blijkt uit een rapport van de FAO uit 2012. Maar grote merken als John West en Princess verkopen ook al MSC-gecertificeerde tonijn in blik. „Maar voor die grote jongens is dat gewoon een lijn erbij”, zegt Van Olphen. „Ondertussen verkopen ze nog veel meer producten die niet duurzaam zijn.”

Alle vis van Fish Tales is per definitie MSC-gecertificeerd. Maar ook het MSC-keurmerk is nog niet waterdicht. Om die reden verkoopt Van Olphen bijvoorbeeld geen vis van purse seiners – boten die met grote ringvormige netten vissen – ook al zijn die MSC-gecertificeerd. Die boten kunnen flinke afstanden afleggen. „Dus de ene dag vist die in bepaalde wateren, dan is de vis MSC. En de volgende dag weer niet.”

Daarom gaat hij nog een stap verder. De visbedrijven moeten deel uitmaken van het ecosysteem, zegt Van Olphen. Dat is de enige manier om visserij op lange termijn duurzaam te houden. Er is geen beter voorbeeld dan de skipjack-visserij op de Malediven. De vis-methode is daar al honderden jaren hetzelfde. Kapitein Hussein leerde het 33 jaar geleden als jongen van vijftien op een houten zeilboot. Op de eilanden zelf groeit weinig meer dan koksnoten, bananen en wat chilipepers. De inwoners zijn volledig afhankelijk van de zee voor hun voedselvoorziening. De gemiddelde inwoner van de Malediven eet zo’n 181 kilo vis per jaar (ter vergelijking: volgens het Nederlands Visbureau at de gemiddelde Nederlander in 2012 nog geen 3,5 kilo vis). Voor de Maledivianen is het vanzelfsprekend om in evenwicht met de natuur te vissen. Daarbij is verboden om met netten in de territoriale wateren van de Malediven, zo’n 300 kilometer rond de archipel, om het koraalrif te beschermen.

Van Olphen bezoekt daarom alle visserijen waar hij zijn vis van betrekt persoonlijk om de vissers te leren kennen en overtuigd te raken van hun intenties. „Zo’n visser moet niet een MSC-keurmerk voeren omdat hij dan tien cent meer kan vangen voor een kilo. Dan ben ik direct weer weg.” „Dan zit het hier en niet hier”, wijst hij met zijn hand van zijn hoofd naar zijn hart.

Hij klinkt meer als een milieu-activist dan als een handelaar. Maar zeker in de visbusiness kan er geen verschil zijn tussen die twee, zegt Van Olphen. „Als je niet-duurzame of een beetje duurzame vis verkoopt, heb je over vijftig jaar geen handel meer. Ik wil dat Fish Tales driehonderd jaar kan blijven bestaan. Dus dan moet duurzaamheid wel een integraal onderdeel van je business model zijn.” Dat betekent: niet meer verkopen dan je met goed fatsoen uit het water kan halen en alleen met mensen werken die volgens die filosofie werken.

Op die manier is het merk Fish Tales ook direct zijn eigen keurmerk: ‘Bart van Olphen heeft gezien dat het goed is’. Het voelt tegennatuurlijk om dat aan te nemen van degene die er zijn geld mee verdient. Maar dat hoeft niet per se, zegt Enno Masurel, hoogleraar duurzaam ondernemen en directeur van het Amsterdam Center for Entrepreneurship aan de VU. „Er is helemaal niets mis mee om duurzaamheid zakelijk te benaderen. Die twee dingen zijn in theorie uitstekend te verenigen”, zegt Masurel. Steeds vaker nemen bedrijven een positie in, in een grijs gebied tussen brand (merk) en label (keurmerk). Tony’s Chocolonely, het chocolademerk dat werkt aan een ‘100 procent slaafvrije chocoladewereld’, is daar een goed voorbeeld van. „In de praktijk is Tony Chocolonely voor mij zowel een label als een brand”, zegt Masurel.

Ethisch fruit

Een ander voorbeeld is smoothiemerk Innocent. Innocent werkt alleen met wat het ‘ethisch fruit’ noemt, gecertificeerd door de Rainforest Alliance. Van de winst gaat 10 procent naar de Innocent Foundation die daarmee goede doelen steunt die zich inzetten voor duurzame landbouw. Op dezelfde manier gaat een deel van de winst van Fish Tales naar de Fish Tales Foundation. Daarmee worden kleine visserijen, vooral in derdewereldlanden geholpen bij het behalen van een MSC-certificering. Ze moeten aan alle duurzaamheidscriteria voldoen.

De vraag is: moeten wij Bart van Olphen geloven? Daarvoor zijn twee dingen heel belangrijk, zegt hoogleraar Masurel: „Transparantie en extrene controle”. Fish Tales verkoopt alleen MSC-gecertificeerde vis, dus de externe controle is er sowieso. Van Olphen kan ook op de steun rekenen van organisaties als het Wereld Natuur Fonds, Stichting Noordzee, MSC en de International Pole and Line Foundation (een internationale stichting ter bevordering van de hengelvisserij), laten zij desgevraagd weten. John West en Princess willen nog niet inhoudelijk reageren.

Transparant

Van Olphen wil zo transparant mogelijk te zijn. Terwijl de skipjacks over het dek vliegen, hangt Van Olphen half overboord met zijn onderwatercamera. Op de website van Fish Tales staan de filmpjes die hij van alle vissers maakt. Van Olphen wil in elke haven waar ze binnenkomen webcams ophangen. Je kunt de vissers volgen op Facebook.

Verreweg het belangrijkste is dat op iedere verpakking een foto staat van de visser die de vis gevangen heeft. De tonijn uit de Malediven ligt volgende week in de winkel als ‘Ali’s tonijn’. Ali Mohamed is een van de vissers op de boot van Hussein, die in tegenstelling tot de kapitein wel Engels spreekt, al zijn tanden nog heeft, en een eigen Facebook-pagina. Alles in het teken van het verhaal.

Is de beste remedie tegen overbevissing niet gewoon: minder vis eten? In de Fish Tales-verpakkingen voor twee personen zit 250 gram verse vis. Dat is honderd gram minder dan de visboer zal aanraden voor twee personen. Toch spoort Van Olphen iedereen aan om meer vis te eten. „Vis is gezond en verschrikkelijk lekker. We moeten er alleen zo snel mogelijk voor zorgen dat er alleen nog maar duurzame vis te krijgen is. Het is dan per definitie een aanbod-gedreven markt. Als Ali dit jaar 300.000 blikjes vangt, dan is dat wat we per jaar verkopen. En geen blikje meer.”