Verschil stad en land tekent zich scherper af

Het CDA heeft landelijk de meeste raadszetels, maar vooral in kleinere gemeenten. In grotere steden, ook buiten de Randstad, rukt D66 op.

In Overijssel, Friesland of bijvoorbeeld Zuid-Limburg zullen inwoners er weinig van merken dat D66 de grote winnaar is van de gemeenteraadsverkiezingen. Ook in Amsterdam, Utrecht of Den Haag zal het niet eens veel uitmaken. Politiek gezien had je in dorpen en steden al veel langer twee ‘soorten’ Nederland: de Randstad, waar D66 het goed doet en nu nog beter, en alles wat daarbuiten ligt, waar bijvoorbeeld het CDA nog steeds veel kiezers trekt.

Toch toont de verdeling van de raadszetels dat de tegenstelling scherper wordt: tussen de overwegend seculiere stad en het – nog steeds meer religieuze – platteland.

Het CDA is nog altijd de grootste landelijke partij in de gemeenteraden, maar steeds duidelijker buiten de grote steden. Dat heeft ook te maken met de kiesdrempels. In stedelijke gebieden heb je als partij meer kiezers nodig voor een zetel dan in gemeentes met minder inwoners. Daardoor had het CDA, dat een beetje verloor, in provincies als Overijssel of Drenthe veel minder kiezers nodig voor zijn zetels dan D66 met al zijn succes.

Maar er is nog iets: D66 wint voor het eerst ook fors in kleinere steden buiten de Randstad. In Tilburg, Enschede en Amersfoort is de partij nu de grootste. En in Zwolle neemt de ChristenUnie de eerste plek in, die de kiezers eerder nog hadden gegund aan de PvdA, de grote verliezer in het hele land.

Hoe bedreigend moet je dat vinden, als CDA’er? Moet je de stad terug willen hebben of is het slimmer om voluit te kiezen voor het platteland? En hoe Randstedelijk wil D66 buiten de Randstad nog zijn?

Arco Hofland, burgemeester van de gemeente Rijssen-Holten, zegt „als betrokken CDA-lid” dat hij zich zorgen maakt. „Ik zie dat D66 zich ontwikkelt als het CDA van twintig jaar geleden. Het CDA was toen een laagdrempelige partij met vertegenwoordigingen in alle hoeken en wijken. Een breed gedragen middenpartij met oog voor de buurt: think global, act local. Maar in de steden zijn we gemarginaliseerd.”

Op het platteland, en vooral in zijn eigen Overijssel, zit volgens Hofland het „omzien naar elkaar, het noaberschop” nog in de genen van de christen-democraten. „Mensen hebben er behoefte aan om de warmte dicht bij huis te zoeken.”

Maar landelijk dreigt er gevaar voor de partij, vindt hij. „Het CDA wil tussen de PVV en de VVD in gaan staan. We verlaten ons oude Rijnlandse model en kiezen voor een Angelsaksische koers die partijen scheidt en in hokken wegzet, in plaats van dat we het compromis opzoeken.”

In Rijssen-Holten is de SGP de grootste partij, het CDA staat op twee met vijf zetels, de VVD ging van drie naar twee zetels, D66 komt nu voor het eerst in de raad met één zetel.

In Zwolle betekende het verlies van de PvdA niet zomaar meer electorale ruimte voor de christelijke partijen – en al helemaal niet voor de ChristenUnie. De achterbannen zijn nogal verschillend. Je zou denken: als die partij dan toch kan winnen, dan had het CDA dat óók voor elkaar moeten kunnen krijgen.

Zwolle is wel de woonplaats van ChristenUnie-leider Arie Slob. En de ChristenUnie-lijsttrekker van Zwolle was bij het tv-programma Pauw en Witteman omdat ze meedeed aan de verkiezing voor het beste raadslid.

„Daarmee verklaar je niet ons hele succes”, zegt de Zwolse ChristenUnie-campagneleider Johannes de Vries (25). „Uit onderzoek van de krant De Stentor was bijvoorbeeld ook gebleken dat wij de meest effectieve raadsfractie zijn, 87 procent van onze moties is uitgevoerd.”

Er was een verkiezingsstunt met een blauwe man die door de stad liep. Hij droeg een bord met leuzen als ‘meer oplaadpunten voor elektrische auto’s’. Door zijn geheimzinnigheid trok hij veel media-aandacht. De blauwe man was van de ChristenUnie.

En toen de kleine ondernemers zich zorgen maakten over de winkelopening op zondag, gingen de kandidaat-raadsleden van de ChristenUnie meteen bij hen langs. De afdeling liet stickers maken met de tekst ‘zes dagen open is voor mij genoeg’. In ChristenUnie-kleur blauw, maar zonder logo. „Het is ons gelukt om samen met die ondernemers op te trekken.”

De ChristenUnie haalde in Zwolle acht zetels, het CDA ging van zes naar drie, D66 van drie naar zes.

In Tilburg, vroeger een CDA-bolwerk en daarna een PvdA-stad, is D66-wethouder en lijsttrekker Berend de Vries natuurlijk trots op de overwinning. Maar misschien nog wel meer op zijn nieuwe achterban: de D66-kiezers in Tilburg, zegt hij, zijn lang niet alleen studenten of hoogopgeleiden die van buiten Brabant komen.

De Vries wil graag dat zijn partij een „volkspartij” wordt, waarin „goed wordt nagedacht” – en die ook aantrekkelijk is voor het platteland. „Waarom niet? We investeren daar steeds meer in.”

Op de Tilburgse kandidatenlijst stonden mensen, zegt hij, die je niet „typisch D66” kunt noemen. Er was een wat oudere kandidaat die eerder bij de PvdA zat en op nummer twee stond, „een echte Tilburgse jongen”: Peter van Gool. „Geboren en opgegroeid in Tiburg”, zegt De Vries. „Elk weekend zit hij met zijn vrienden op de tribune van Willem II. Hij gaat ook naar uitwedstrijden en dan zit hij op maandagavond weer met ons te vergaderen.”

Peter van Gool (28) deed eerst de mavo, daarna mbo, hbo en nu studeert hij ‘religie in de hedendaagse samenleving’ aan de Universiteit Utrecht. Hij is gelovig, zegt hij. „Maar niet praktiserend. Ik zie mezelf ook als zoekende.”

Het kan heel goed samengaan, vindt Peter van Gool: bij de katholieke kerk horen en je aansluiten bij een partij die voor burgers zoveel mogelijk individuele keuzevrijheid wil hebben. „D66 ademt de tijdgeest en is niet per definitie seculier. Ik zie hier ook dat gastarbeiders van de tweede en derde generatie zich bij ons thuis voelen. Die willen iets van hun leven maken en niet worden aangesproken op hun zieligheid.”

Dat gevoel hebben ze volgens Van Gool wel bij linkse partijen. Hij is er zeker van: „Onze winst bewijst dat D66 geen Randstedelijke partij meer is.”

    • Petra de Koning